RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9102011 \ CV EXPL 21-1820 Uitspraakdatum: 18 juni 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1
- [eiser 1], wonende te [plaats 1]
- [eiser 2], wonende te [plaats 2]
- [eiser 3]wonende te [plaats 3]
- [eiser 4]
- [eiser 5] beiden wonende te [plaats 4]
- [eiser 6]pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor haar minderjarige kind [minderjarige]beiden wonende te [plaats 5]
- [eiser 7]wonende te [plaats 6] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap Easyjet Airline Company Limited gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk agressieve passagiers, het uit de uren lopen van de crew en opgelegde beperkingen door de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt daarom (grotendeels) toegewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de akte houdende overlegging machtiging minderjarige; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 10 mei 2019 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Bristol Airport (Verenigd Koninkrijk), met vlucht EZY6168 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.
- Passagier sub 6 is door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens haar minderjarige kind te voeren. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 363,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 21 mei 2019 dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- Volgens de vervoerder was de vlucht onderdeel van de rotatievlucht Bristol – Amsterdam – Bristol (vluchtnummers EZY6167 en EZY6168). Deze vluchten zijn volgens de vervoerder met hetzelfde toestel uitgevoerd. Het toestel heeft voorafgaand aan de rotatievlucht een rotatievlucht Bristol – Belfast – Bristol (vluchtnummers EZY445 en EZY446) uitgevoerd. Vlucht EZY445 van Bristol naar Belfast is met 2 uur en 8 minuten vertraging uitgevoerd door het van boord halen van agressieve passagiers. Deze vertraging werkt door op vlucht EZY
- Daarnaast werd deze vlucht verder vertraagd doordat de bemanning uit de toegestane werkuren werd “geduwd”. Deze vertraging werkt door op de rotatievlucht in kwestie. 4.
- Vlucht EZY6167 kreeg beperkingen opgelegd door de luchtverkeersleiding en is met een vertraging van 3 uur en 16 minuten te Amsterdam gearriveerd. Deze vertraging werkt door op de vlucht in kwestie. De vlucht is uiteindelijk uitgevoerd met een vertraging van 3 uur en 41 minuten, aldus de vervoerder. 4.
- De passagiers betwisten dit. Zij voeren onder meer aan dat vlucht EZY445 al een vertraging had opgelopen voordat het toestel terugkeerde naar de gate. Dat de vertraging vervolgens is opgelopen vanwege agressieve passagiers (waar voortekenen voor bestonden) kan geen buitengewone omstandigheid opleveren. Daarnaast voeren zij onder meer aan dat het vervangen van de bemanning vanwege het uit de uren lopen een operationeel probleem is en dat de vervoerder de EOBT (Estimated Off Block Time) van vlucht EZY6167 zelf heeft gewijzigd. De vervoerder heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden faalt. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken eveneens toewijsbaar. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft dit (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief (inclusief btw), zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
- De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden. 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.363,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,00 vanaf 10 mei 2019 en over € 363,00 vanaf 22 december 2020 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 100,89;griffierecht € 240,00;salaris gemachtigde € 408,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af.Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening.