RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11215114 \ CV EXPL 24-5135 Uitspraakdatum: 18 juni 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] wonende te [plaats] eiseres hierna te noemen: de passagier gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Qatar Airways Group (Q.C.S.C.) gevestigd te Doha (Qatar) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers) De zaak in het kort De passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een vermeende instapweigering op de vlucht. De vervoerder voert aan dat de tickets van de passagier zijn gecanceld. De passagier heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder. De vordering van de passagier wordt daarom afgewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 25 juli 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Hamad International Airport (Doha, Qatar), hierna te noemen ‘de vlucht’, en op 26 juli 2022 van Doha via Kuala Lumpur International Airport (Maleisië) naar Soekarno–Hatta International Airport (Jakarta, Indonesië), met de vluchtcombinatie MH9766, MH9055 en MH
- 2.
- De vlucht is uitgevoerd, maar de passagier is niet meegevlogen. 2.
- De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.768,42, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag, te rekenen vanaf direct na de instapweigering, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 265,26 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de instapweigering op de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00.Daarnaast vordert zij de vervoerder te veroordelen tot betaling van de door haar gemaakte meerkosten, ter waarde van, in totaal, € 1.168,42, voor (een) alternatieve vlucht(en) naar de eindbestemming. 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De vervoerder betwist dat de passagier op de vertrekdatum over een bevestigde boeking voor de vlucht beschikte. Malaysia Airlines heeft meerdere wijzigingen in het vluchtschema van de passagier doorgevoerd. Reisagent ‘SuperSaver’ heeft de tickets echter niet opnieuw uitgegeven, waardoor deze op 2 juni 2022 automatisch zijn gecanceld, aldus de vervoerder. De passagier heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het verweer van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier zal daarom worden afgewezen. 4.
- De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagier tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 aanhef en onder a van de Verordening.