RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: C/15/363598 / HA ZA 25-165 Vonnis in incident van 25 juni 2025 in de zaak van 1 [eiser sub 1] ,
- [eiseres sub 2] , te [woonplaats] , eisende partijen in de hoofdzaak, gedaagde partijen in het incident, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. S.K. Setz, tegen 1 [gedaagde sub 1] ,
- [gedaagde sub 2] , te [woonplaats] , gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in het incident, hierna samen te noemen: [gedaagden] , advocaat: mr. M.C. Molenaar. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding (met producties 1 tot en met 17), - de brief van 27 maart 2025 namens [eisers] (met productie 18), - de akte overlegging producties namens [eisers] (met producties 19 tot en met 25), - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring namens [gedaagden] 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Feiten 2.
- Op 22 december 2023 heeft [eisers] een woonark gekocht van [gedaagden] 2.
- Na levering van de woonark heeft [eisers] een gebrek bestaande uit vocht en lekkage vastgesteld aan de woonark. [eisers] heeft [gedaagden] daarover geïnformeerd. 2.
- Na onderzoek door meerdere deskundigen heeft [eisers] het gebrek aan de woonark laten herstellen en heeft het deels zelf hersteld. [eisers] stelt dat de schade € 78.748,16 bedraagt. 2.
- [eisers] heeft [gedaagden] meerdere keren verzocht de schade te betalen. Een dergelijk verzoek aan [gedaagden] heeft [eisers] voor het laatst gedaan bij brief van 11 februari
- 3Het geschil in het incident 3.
- [gedaagden] vordert dat hem wordt toegestaan om de heer [gedaagde in vrijwaring sub 1] (hierna [gedaagde in vrijwaring sub 1] ) en mevrouw [gedaagde in vrijwaring sub 2] (hierna: [gedaagde in vrijwaring sub 2] ) in vrijwaring op te roepen. 3.
- Ter onderbouwing van deze vordering stelt [gedaagden] dat hij in 2017 een gespecialiseerd bedrijf, de vennootschap onder firma [de VOF] (hierna de vof), de vloeren in de woonark heeft laten aanleggen. Volgens [eisers] zou de vloer niet goed zijn aangelegd waardoor lekkage zou zijn ontstaan. Als deze stelling van [eisers] juist is, dan heeft de vof volgens [eisers] wanprestatie gepleegd en is de vof aansprakelijk voor de schade van [eisers] [gedaagde in vrijwaring sub 1] en [gedaagde in vrijwaring sub 2] waren de voormalige vennoten van de vof. 3.
- [eisers] heeft de rechtbank bericht geen bezwaar te hebben tegen de vrijwaringsprocedure. Wel maakt [eisers] zich zorgen over een spoedige voortgang. [eisers] hoopt dat de vrijwaringsprocedure niet tot nodeloze vertraging zal leiden. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling in het incident 4.
- Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eisers in het incident, de gewaarborgden (in dit geval [gedaagden] ), voldoende onderbouwd en concreet stellen dat de in vrijwaring op te roepen derden, de waarborgen (in dit geval [gedaagde in vrijwaring sub 1] en [gedaagde in vrijwaring sub 2] ), krachtens hun rechtsverhouding met de gedaagden in de hoofdzaak ( [gedaagden] ) verplicht zijn om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gedaagden in de hoofdzaak ( [gedaagden] ) te dragen. Het daadwerkelijk bestaan van de gestelde rechtsverhouding hoeft nog niet vast te staan. Dat zal in de vrijwaringszaak moeten worden onderzocht. 4.
- [eisers] heeft geen bezwaar tegen de vrijwaringsprocedure. [eisers] heeft dan ook niet betwist dat er sprake is van een rechtsverhouding tussen [gedaagden] en [gedaagde in vrijwaring sub 1] en [gedaagde in vrijwaring sub 2] . Daarmee staat voor de rechtbank vast dat er sprake is van een rechtsverhouding die van invloed kan zijn op datgene waartoe [gedaagden] mogelijk wordt veroordeeld aan [eisers] te betalen in de hoofdzaak. 4.
- [eisers] heeft zorgen over een nodeloze vertraging van de hoofdzaak. De rechtbank wijst er in dat verband op dat [eisers] op grond van artikel 215 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan verzoeken tot eerdere afdoening van de hoofdzaak. 4.
- Uit de voorgaande overwegingen volgt dat de incidentele vordering zal worden toegewezen. 4.
- Partijen hebben beiden geen proceskostenveroordeling gevorderd. De rechtbank zal daarom de proceskosten in het incident compenseren. Dit betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De rechtbank in het incident 5.
- staat toe dat de heer [gedaagde in vrijwaring sub 1] en mevrouw [gedaagde in vrijwaring sub 2] door [gedaagden] in vrijwaring worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 6 augustus 2025, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 5.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 augustus 2025 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 25 juni
- MKG/ BM