RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11146574 \ CV EXPL 24-3686 Uitspraakdatum: 25 juni 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]
- [eiser 2], wonende te [plaats 2] (Oostenrijk) eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. B.W. Floris (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen (Duitsland) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigden: mr. J. Nooij & mr. N. van der Graaf (Russell Advocaten) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder – na vermindering van eis – de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten gevorderd. Het kan de vervoerder niet worden verweten dat hij niet eerder inhoudelijk heeft gereageerd dan bij conclusie van antwoord. Daarom worden de nevenvorderingen afgewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek, tevens vermindering van eis; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 20 juli 2022 moest vervoeren van Graz Airport (Oostenrijk) via München Airport (Duitsland) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met de vluchtcombinatie LH2345 en LH
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht LH2310 van München naar Amsterdam (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 90,75, althans een in redelijke justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- Ook verzoeken de passagiers de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De passagiers hebben bij repliek erkend dat zij geen recht hebben op compensatie en hebben de gevorderde hoofdsom ingetrokken. De passagiers vorderen nog wel de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. Zij hebben daaraan ten grondslag gelegd dat de vervoerder hen nodeloos heeft gedwongen om deze procedure op te starten omdat hij voorafgaand aan de procedure geen informatie over de toedracht van de vertraging heeft gegeven. 4.
- De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de brief die door de passagiers is overgelegd volgt dat de vervoerder heeft verzocht om een incassoregistratie van de gemachtigde van de passagiers, zoals verplicht op grond van de Duitse wetgeving. Hij heeft aangegeven pas na ontvangst hiervan inhoudelijk te kunnen reageren. Niet is gebleken dat de passagiers aan dit verzoek hebben voldaan. Dit had wel op hun weg gelegen. De kantonrechter volgt de vervoerder dan ook in zijn stelling dat hij de passagiers niet nodeloos tot een procedure heeft gedwongen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Productie 5 bij de inleidende dagvaarding.