← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:7190

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11020372 \ CV FORM 24-2103 Uitspraakdatum: 15 januari 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: [gemachtigde 1] tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Bulgaria Air, gevestigd te Sofia (Bulgarije) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: [gemachtigde 2] 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 19 maart 2024; het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 2 september

  1. 2De feiten 2.
  2. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier moest vervoeren van Varna (Bulgarije) naar Amsterdam, via Sofia (Bulgarije) op 7 mei 2022, met vluchtcombinatie FB980 en FB
  3. 2.
  4. Vlucht FB980 van Varna naar Sofia (hierna: de vlucht) is geannuleerd. 2.
  5. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht in verband met voornoemde annulering. 2.
  6. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3Het verzoek en het verweer 3.
  7. De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, nakosten daaronder begrepen. 3.
  8. De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). 3.
  9. De passagier stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,
  10. Daarnaast maakt de passagier aanspraak op betaling door de vervoerder van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente. 3.
  11. De vervoerder betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  12. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  13. In het onderhavige geval is de vlucht geannuleerd, zodat de vervoerder op grond van de Verordening in beginsel de compensatie als bedoeld in de Verordening moet voldoen. Omdat in dit geval sprake is van een geannuleerde vlucht, is de duur van de vertraging van de passagier niet van belang. 4.
  14. De vervoerder voert aan dat hij het agentschap waarmee de passagier de vlucht heeft geboekt (te weten Tix.nl B.V. handelend onder de naam Vliegtickets.nl), op 6 april 2022 heeft medegedeeld dat de vlucht is geannuleerd, zodat geen recht op compensatie bestaat. 4.
  15. Het Hof heeft in de zaak C-263/20 bepaald dat de bewijslast inzake het tijdig melden van de annulering aan de passagier(s) op de vervoerder rust. De kantonrechter overweegt als volgt. De passagier die een vlucht heeft geboekt via een tussenpersoon, wordt geacht niet te zijn geïnformeerd over de annulering van deze vlucht wanneer de vervoerder de informatie over deze annulering weliswaar tenminste twee weken vóór de geplande vertrektijd heeft medegedeeld aan deze tussenpersoon, door wiens tussenkomst de luchtvervoersovereenkomst met de passagier is gesloten, maar de betrokken tussenpersoon de passagier niet tijdig in kennis heeft gesteld van deze annulering en deze passagiers de tussenpersoon niet uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven om de informatie te ontvangen die wordt medegedeeld door de vervoerder. In dit geval heeft de vervoerder uitsluitend aangevoerd dat hij de tussenpersoon (het agentschap) heeft geïnformeerd over de annulering, waardoor niet is komen vast te staan dat de passagier tijdig is geïnformeerd over de annulering. Het verweer slaagt daarom niet. 4.
  16. Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal het verzoek tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
  17. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. De passagier heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke moet daarom worden afgewezen. 4.
  18. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. 4.
  19. Op verzoek van de passagier zal een certificaat als bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015, aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  20. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 7 mei 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  21. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 87,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt, 5.
  22. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 5 lid 1 sub c van de Verordening. Artikel 5 lid 1 sub c onder i van de Verordening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.