← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:7319

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11717033 \ CV EXPL 25-3258 Uitspraakdatum: 25 juni 2025 Verstekvonnis in de zaak van: de stichting, Stichting DUWO te Delft verhuurder de eisende partij, hierna: de verhuurder gemachtigde: [gemachtigde], gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] te [plaats] huurder de gedaagde partij, hierna: de huurder niet verschenen 1De procedure 1.

  1. De verhuurder heeft de huurder gedagvaard. Tegen de huurder is verstek verleend. 2De vordering 2.
  2. De verhuurder vordert betaling van de huurachterstand inclusief servicekosten tot en met mei 2025, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. 2.
  3. De verhuurder legt aan de vordering ten grondslag dat de huurder tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst. 3De beoordeling Ambtshalve toetsing van: de Huurovereenkomst en de Huurvoorwaarden gemeubileerde woonruimte februari 2021 (hierna: de algemene voorwaarden) 3.
  4. Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van huur in het laagsegment. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. 3.
  5. Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)). Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is. 3.
  6. Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp. 3.
  7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het huurprijswijzigingsbeding, het servicekostenbeding en het beding betreffende de rente getoetst en deze zijn niet oneerlijk. Buitengerechtelijke incassokosten 3.
  8. Het beding inzake buitengerechtelijke kosten in artikel 15 van de algemene voorwaarden leidt tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de verhuurder en de huurder omdat: - er geen maximum bedrag aan kosten is opgenomen;- de kosten zonder ingebrekestelling verschuldigd zijn;Gelet hierop wordt ten nadele van de consument-huurder afgeweken van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Daarom is het beding oneerlijk en wordt het vernietigd. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Huurachterstand en rente 3.
  9. De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. 3.
  10. Naast de in de dagvaarding berekende rente, zal de verdere rente worden toegewezen, zoals hierna zal worden vermeld. Conclusie en proceskosten 3.
  11. De vordering van de verhuurder wordt grotendeels toegewezen. 3.
  12. De huurder wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de huurder ook veroordeeld tot betaling van € 67,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de verhuurder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
  13. veroordeelt de huurder om aan de verhuurder te betalen een bedrag van € 1.207,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.201,74 vanaf 14 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling; 4.
  14. veroordeelt de huurder in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de verhuurder begroot op: € 146,14 wegens dagvaardingskosten, € 340,00 wegens griffierecht en € 135,00 wegens salaris gemachtigde; 4.
  15. veroordeelt de huurder tot betaling van € 67,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de verhuurder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 4.
  16. verklaart deze veroordeling(en) tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.
  17. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.