RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11100692 \ CV EXPL 24-1018 (SS) Uitspraakdatum: 23 januari 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [woonplaats] eiser verder te noemen: [eiser] gemachtigde: mr. A.J.K. de Graaf tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kroymans Jaguar Land Rover B.V. gevestigd te Hilversum gedaagde verder te noemen: Kroymans gemachtigde: mr. J.R. de Jong De zaak in het kort In deze zaak vordert een koper van een verkoper (een autohandelaar) vergoeding van de kosten voor het herstel van zijn in het verleden bij deze verkoper gekochte auto. De kantonrechter wijst deze vordering af wegens schending van de waarheidsplicht. De koper heeft in de dagvaarding verzwegen dat de auto enige maanden voor het uitbrengen daarvan al was verkocht. Ook zijn er andere onregelmatigheden in de (onderbouwing van
- de)vordering. Omdat de schending van de waarheidsplicht onrechtmatig handelen jegens de verkoper oplevert, wordt de koper veroordeeld in de werkelijke proceskosten. 1Het procesverloop 1.1. [eiser] heeft bij dagvaarding van 7 mei 2024 een vordering tegen Kroymans ingesteld. Kroymans heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. Op 18 december 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] stukken toegezonden, die op 9 december 2024 zijn ontvangen. 2De feiten 2.1. Op 20 oktober 2018 heeft Kroymans aan [eiser] een Jaguar F-Pace 2.0D R-Sport met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) verkocht voor € 52.000,00. De auto was toen twee jaar oud en had een kilometerstand van 14.162 km. De auto is aan [eiser] geleverd op 7 november 2018. 2.2. Op 25 oktober 2021 heeft [eiser] bij Kroymans een onderhoudsbeurt laten verrichten. De kilometerstand bedroeg toen 113.579 km. 2.3. Bij e-mailbericht van 17 juli 2023 heeft [eiser] Kroymans bericht dat er op 29 juni 2023 een lampje is gaan branden in het dashboard en er witte rook uit de uitlaat kwam, waarna hij de auto heeft laten onderzoeken door [naam] Auto’s in Oosthuizen (hierna: [naam] ). [eiser] schrijft dat de motor beschadigd en onbruikbaar is en dat hem uit onderzoek is gebleken dat dit probleem zich vaker voordoet bij dit type motor. [eiser] heeft Kroymans verzocht om het gebrek binnen veertien dagen kosteloos te herstellen. 2.4. Bij voornoemde brief heeft [eiser] een email van [naam] van 12 juli 2023 gevoegd, waarin het volgende is opgenomen: “Hierbij de uitkomsten van de diagnose. De turbo heeft schade opgelopen aan de schoepen door een te grote radiale speling. Dit heeft als gevolg gehad dat er deeltjes metaal in de cilinders terecht hebben kunnen komen. Deze deeltjes hebben de cilinderwanden dusdanig beschadigd (vooral de 1e cilinder) dat de compressie naar het carter weg vloeide. Ook is er veel olie aangetroffen op de zuigers. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat er een vloeistofslag is geweest. Dit is funest voor onder andere drijfstangen en drijfstanglagers. Bijgevoegd zijn foto’s van de vastgestelde schades. Hierbij ook een link van de veel voorkomende problemen bij dit type motor. (…)” In de email is een link gevoegd naar de website dieselheads.co.uk. Daaronder zijn, na een witregel, nog vijf links naar andere websites opgenomen. 2.5. Op 18 juli 2023 heeft Kroymans meegedeeld dat zij niet tot herstel van de auto zal overgaan en [eiser] geadviseerd om zich tot de importeur te wenden. Ook de importeur heeft [eiser] vervolgens laten weten niet te zullen meewerken aan kosteloos herstel van de auto. 2.6. Bij brief van 6 september 2023 heeft [eiser] , door middel van zijn gemachtigde, Kroymans gesommeerd om de auto kosteloos te herstellen, wat Kroymans bij brief van 12 september 2023 heeft geweigerd. 2.7. Bij brief van 22 december 2023 heeft [eiser] een voorstel gedaan om tot een minnelijke oplossing te komen met Kroymans. Dit voorstel heeft Kroymans bij brief van 28 december 2023 afgewezen. 2.8. Bij de dagvaarding heeft [eiser] als productie 5 een door [naam] ondertekende verklaring van 16 november 2023 ingebracht, waarin - onder meer - het volgende is opgenomen: “Hierbij verklaar ik [naam] , dat de heer [eiser] zijn auto met kenteken [kenteken] bij ons in onderhoud heeft. De auto heeft een grote beurt gehad op 21 april 2023. Voor die datum zijn er geen signalen geweest betreft motorische problemen. Op datum 12 mei 2023 3 weken nadat hij de grote beurt heeft gehad heeft meneer [eiser] contact opgenomen wegens motorische problemen. We hebben een grondig onderzoek gedaan om uit te zoeken waarom dit probleem zich heeft voorgedaan. Tevens zijn wij op zoek gegaan op het internet naar een verklaring waarom zoiets kan gebeuren. Tot onze grote verbazing komt dit probleem vaak voor bij Jaguar met 80.000 km op de teller er zijn veel voorbeelden te vinden met dezelfde problemen aan de motor. (…)” In deze getypte verklaring zijn de twee data, 21 april 2023 en 12 mei 2023, met de hand ingevuld. 2.9. In een stuk van 15 februari 2024 met als opschrift “Proforma/Offerte” en waarop tevens staat vermeld “Reparatiedatum: 17-2-2024 || Opdrachtnr. 32714”, heeft [naam] de kosten van herstel begroot op € 20.715,68. 2.10. In het kentekenregister van de RDW is de auto op 21 februari 2024 op een andere naam gesteld en staat de auto als geëxporteerd vermeld. 2.11. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] als productie 18 een verklaring van [naam] van 3 december 2024 ingebracht, waarin het volgende is opgenomen: “De heer [eiser] heeft mij geïnformeerd over de ingediende conclusie van antwoord van 18 juli 2024. In deze conclusie van antwoord worden enkele kanttekeningen geplaatst bij mijn e-mail van 12 juli 2023 en bij mijn verklaring van 16 november 2023. Deze verklaring d.d. 3 december 2024 dient dan ook ter verduidelijking en aanvulling op deze voorgaande verklaringen. Beginnend bij mijn e-mail van 12 juli 2023, in deze e-mail heb ik inderdaad één link geplaatst. De heer [eiser] heeft aanvullend onderzoek gedaan en meerdere links opgezocht en toegevoegd. Van deze links ben ik op de hoogte gebracht en ik heb deze ook bekeken, deze links bevestigen dan ook mijn uitspraak over het veelvoorkomende probleem met dit type motor. Ten tweede wordt in de conclusie gesteld dat ik nergens geschreven heb dat de door mij gestelde diagnose een veelvoorkomend probleem is bij dit type motor. Dit heb ik wel degelijk in mijn verklaring van 16 november 2023 beschreven. Dit kan ik bovendien via deze verklaring d.d. 3 december 2024 nogmaals bevestigen. Dan mijn verklaring van 16 november 2023. In deze verklaring is als datum per ongeluk 12 mei 2023 opgenomen. Dit betreft een schrijffout, eind juni 2023 is het probleem bij mij gemeld. Tot slot wens ik nog een aanvulling te maken op de door mij opgestelde verklaringen. Inmiddels is de auto van de heer [eiser] namelijk verkocht aan een opkoper. De heer [eiser] is via mijn garage met deze opkoper in contact gekomen en daardoor ben ik op de hoogte van deze gang van zaken. De auto van de heer [eiser] is verkocht voor € 5.000,- en dit is contant aan hem uitbetaald.” 3De vordering en het verweer 3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter Kroymans veroordeelt tot betaling van € 21.904.09, bestaande uit een hoofdsom van € 20.715,68 en € 1.188,41 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten. 3.2. [eiser] legt - samengevat - aan de vordering ten grondslag dat de auto een motorprobleem heeft en daarmee niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de koopovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten. De auto is als gevolg van het motorprobleem niet voor normaal gebruik geschikt en levert een gevaar op voor de verkeersveiligheid. Het geconstateerde probleem komt veelvuldig voor bij dit type motoren, een zogeheten Ingenium dieselmotor van Jaguar Land Rover, zoals blijkt uit reviews en informatie op internet en de verklaringen van [naam] , wat aannemelijk maakt dat het gebrek bij de aflevering al intrinsiek aanwezig was. Aangezien Kroymans zonder enige toelichting weigert tot herstel over te gaan, ziet [eiser] geen andere mogelijkheid dan Kroymans in rechte te betrekken. [eiser] vordert daarom op grond van artikel 7:21 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) herstel door een derde op kosten van Kroymans. Deze kosten bedragen € 20.715,68. Subsidiair beroep [eiser] zich op dwaling en vordert hij opheffing van nadeel op basis van artikel 6:230 lid 2 BW. 3.3. Kroymans voert gemotiveerd verweer tegen de vordering van [eiser] . Kroymans stelt zich allereerst op het standpunt dat [eiser] de waarheidsplicht heeft geschonden, zodat de vordering reeds daarom moet worden afgewezen, onder veroordeling van [eiser] in de integrale proceskosten. Daarnaast betwist Kroymans dat sprake is van een gebrek aan de motor en dat zij gehouden zou zijn herstelkosten te betalen. Er zijn geen intrinsieke gebreken of fabrieksfouten bekend en er zijn geen terugroepacties geweest. [eiser] heeft de auto gedurende bijna vijf jaar probleemloos kunnen gebruiken en daarmee, gelet op de kilometerstand van 156.659 km op 21 april 2023, in ieder geval meer dan 142.000 km kunnen rijden. Aan de verwachtingen ten tijde van de koop heeft Kroymans dan ook ruimschoots voldaan en zij is niet aansprakelijk voor eventuele achteruitgang na de koop, waarbij Kroymans ook wijst op de leeftijd van de auto in combinatie met de kilometerstand en het ontbreken van deugdelijk professioneel onderhoud in de periode van het gebruik door [eiser] . Aan [eiser] komt ook geen geslaagd beroep op dwaling toe. 4De beoordeling 4.1. In deze procedure moet de vraag worden beantwoord of Kroymans gehouden is de door [eiser] gevorderde kosten voor herstel van de auto te betalen. Een inhoudelijke beantwoording van die vraag kan echter achterwege blijven. Het meest verstrekkende verweer van Kroymans betreft namelijk het beroep op schending van de waarheidsplicht en dat verweer slaagt. De kantonrechter legt hierna uit waarom dat zo is en welke gevolgen de schending heeft voor de uitkomst van deze procedure. schending van de waarheidsplicht 4.2. Op grond van artikel 21 Rv zijn partijen verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Indien deze verplichting niet wordt nageleefd, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij of zij geraden acht. 4.3. Kern van deze zaak betreft het herstel van de auto. Omdat Kroymans kosteloos herstel heeft geweigerd, heeft [eiser] herstel door een derde op kosten van Kroymans gevorderd. [eiser] heeft echter nagelaten in de dagvaarding op te nemen dat de auto al aan een derde was verkocht en zelfs was geëxporteerd. Hij is dus geen eigenaar van de auto meer en herstel van de auto kan dan ook niet meer plaatsvinden, terwijl de vordering daarop uitdrukkelijk is toegespitst. De vermelding van dit feit, dat van wezenlijk belang is voor de beoordeling van de vordering, kon en mocht [eiser] in de dagvaarding niet achterwege laten. Dat hij dit wel heeft gedaan kan hem worden aangerekend, zeker nu is gebleken dat de verkoop van de auto op 21 februari 2024, dus bijna drie maanden vóór het uitbrengen van de dagvaarding, heeft plaatsgevonden. 4.4. [eiser] heeft de verkoop ook niet op een later moment alsnog uit eigen beweging vermeld. Het is Kroymans geweest die bij eigen onderzoek in het kentekenregister van de RDW heeft vastgesteld dat de auto niet meer van [eiser] was en dat dit al het geval was ver vóór het uitbrengen van de dagvaarding. Pas nadat Kroymans dit in de conclusie van antwoord naar voren heeft gebracht, heeft [eiser] door middel van een overlegging van een verklaring van [naam] van 3 december 2024, dus slechts enkele weken voor de zitting, toegegeven dat de auto niet meer van hem was en aan een opkoper zou zijn verkocht. Een deugdelijke reden om dit feit onvermeld te laten heeft [eiser] desgevraagd niet kunnen geven. 4.5. Door zijn handelen heeft [eiser] de kans laten ontstaan dat bij een niet verschijnen van Kroymans dan wel bij het uitblijven van eigen onderzoek door Kroymans de kantonrechter de vordering zou toewijzen op grond van onvolledige informatie en op grond van een onjuiste juridische grondslag. Dat dit laatste het geval is, blijkt ook uit het feit dat [eiser] ter zitting - naar aanleiding van de vermelding van de verkoop van de auto in de conclusie van antwoord, terwijl die verkoop hem allang bekend was - de juridische grondslag van de vordering heeft willen wijzigen en de vordering tot betaling van kosten van herstel door een derde heeft willen omzetten in een vordering tot betaling van schade in de vorm van waardevermindering bij de verkoop. Een dergelijke vordering had echter al bij dagvaarding moeten worden ingesteld en onderbouwd, onder vermelding van de (verzwegen) verkoop van de auto. 4.6. Niet onbelangrijk acht de kantonrechter ook dat de verkoop van de auto tevens gevolgen zou hebben gehad voor eventuele bewijslevering. Onderzoek aan de auto, onder meer naar de aanwezigheid van een gebrek, en de aard, ernst en oorzaak daarvan, is immers niet meer mogelijk, terwijl de vordering gegrond is op de aanwezigheid van een intrinsiek motorisch gebrek dat door Kroymans uitdrukkelijk wordt betwist. Met het onvermeld laten van de verkoop zou dus ook de kantonrechter de mogelijkheid zijn onthouden tot het nemen van een weloverwogen beslissing over een eventuele bewijsopdracht. 4.7. De kantonrechter acht de schending van de waarheidsplicht dusdanig ernstig dat de vordering reeds daarom moet worden afgewezen. Daaraan draagt bij dat, naast het onvermeld laten van de verkoop van de auto, gebleken is dat er ook op andere punten sprake is van onregelmatigheden in de (onderbouwing van
- de)vordering van [eiser] in de dagvaarding en de ingebrachte stukken. Zo is een e-mail van 12 juli 2023 ingebracht en gepresenteerd als (volledig) afkomstig van [naam], terwijl nadien - opnieuw na onderzoek door Kroymans - is gebleken dat [eiser] daarin zelf nog vijf (extra) links heeft opgenomen. Daarnaast vermeldt de ingebrachte verklaring van [naam] van 16 november 2023 dat [eiser] zich op 12 mei 2023 zou hebben gemeld met het motorprobleem, terwijl [eiser] in de dagvaarding heeft vermeld dat het probleem op 29 juni 2023 is ontstaan doordat een lampje in het dashboard ging branden, er witte rook uit de uitlaat kwam en de auto op die dag naar [naam] is gebracht. [eiser] heeft getracht deze discrepantie te herstellen met een aanvullende verklaring van [naam] van 3 december 2024, waarin deze de genoemde datum als een “schrijffout” aanmerkt. Dat de eerdere verklaring van [naam] aanpassing en aanvulling behoeft, maakt de inhoud daarvan echter juist twijfelachtiger. Daar komt bij dat [eiser] desgevraagd ter zitting heeft verklaard dat [naam] op de verklaring van 16 november 2023 de bewuste datum met de hand heeft ingevuld, nadat hij deze in zijn administratie had opgezocht. Dat strookt niet met een schrijffout. Verder gaat het niet alleen om de vermelding van een onjuiste datum in deze verklaring, maar staat daarin ook “3 weken nadat hij de grote beurt heeft gehad”. Daarmee strookt evenmin dat het gaat om een enkele schrijffout. Tot slot doet de omstandigheid dat [eiser] een offerte van [naam] voor herstelkosten heeft laten opmaken op 15 februari 2024, waarop als “reparatiedatum” 17 februari 2024 is vermeld, terwijl [eiser] enkele dagen later - zonder dit in de dagvaarding te vermelden - de auto van de hand heeft gedaan, eveneens afbreuk aan de betrouwbaarheid van wat [eiser] heeft gesteld en ter onderbouwing daarvan heeft ingebracht. 4.8. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal afwijzen. de proceskosten 4.9. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] onrechtmatig jegens Kroymans heeft gehandeld door de waarheidsplicht van artikel 21 Rv te schenden. Daarom wijst de kantonrechter de vordering van Kroymans tot vergoeding van de werkelijke proceskosten toe. [eiser] heeft een feitelijke en juridische grondslag naar voren gebracht waarvan hij moest weten dat deze niet volledig en niet juist was. Daarmee heeft hij Kroymans onnodig op kosten gejaagd. [eiser] heeft tegen de gevraagde vergoeding van de werkelijke proceskosten geen afzonderlijk verweer gevoerd. De kantonrechter zal deze vergoeding daarom begroten op het ter zitting genoemde bedrag van € 4.681,60 (exclusief btw). Dit bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Hoewel een verdere onderbouwing of specificatie van dit bedrag ontbreekt, heeft [eiser] de juistheid of hoogte daarvan ook niet betwist. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor toewijzing van een hoger bedrag vanwege nog niet in rekening gebrachte of toekomstige werkzaamheden. Concreet inzicht daarin ontbreekt en de kantonrechter vindt dat Kroymans met toewijzing van het genoemde bedrag voldoende wordt gecompenseerd voor het onrechtmatig handelen door [eiser] . 4.10. Ook de gevorderde nakosten en wettelijke rente zullen worden toegewezen, op na te melden wijze. 5De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Kroymans worden vastgesteld op een bedrag van € 4.681,60 (exclusief b.t.w.) aan salaris van de gemachtigde van Kroymans en een bedrag van € 135,00 aan nakosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter O.a. punt 26, 27 (“is ook aan Kroymans meegedeeld dat dit herstel door een derde uitgevoerd gaat worden”), 29 (“nu dit bedrag nodig is om ervoor te zorgen dat de auto de eigenschappen bezit die op grond van de overeenkomst verwacht mochten worden”) en 30 (“herstelkosten, zodat door een derde hersteld kan worden” van de dagvaarding. O.a. punt 5 dagvaarding: “Hij voegt verschillende links toe waaruit dit blijkt.”