RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 11193778 \ CV EXPL 24-2173 Uitspraakdatum: 19 februari 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: Infomedics B.V., mede handelend onder de namen Infomedics Factoring, UwNota.nl, DFA Services en Infomedics DFA te Almere eisende partij hierna te noemen: Infomedics gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] te [woonplaats] gedaagde partij hierna te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. F.J.J. Baars te Alkmaar 1Het procesverloop 1.
- Infomedics heeft bij dagvaarding van 19 juni 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- Infomedics heeft hierop schriftelijk gereageerd en haar vordering met het bedrag van € 135,- verminderd. [gedaagde] heeft daarop schriftelijk gereageerd. 1.
- Infomedics heeft in haar conclusie van repliek haar vordering nogmaals verminderd, door niet langer de wettelijke rente te vorderen. 1.
- Ten slotte heeft de kantonrechter vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [gedaagde] heeft zich gewend tot Beter Horen B.V. (hierna: Beter Horen) voor een gehoorapparaat. Op 28 november 2023 is een overeenkomst tussen partijen gesloten. Beter Horen heeft vervolgens een gehoorapparaat voor het gehoor aan de linkerzijde en een gehoorapparaat voor het gehoor aan de rechterzijde geleverd aan [gedaagde] . Daarnaast heeft Beter Horen een oplaadapparaat en een zogenoemde Amplicard (een servicepakket) aan [gedaagde] geleverd. 2.
- Op 8 december 2023 heeft Beter Horen daarvoor een factuur verstuurd naar [gedaagde] voor een totaalbedrag van € 835,
- 2.
- Infomedics heeft op 10 januari 2024 een betalingsherinnering gestuurd. Hierbij heeft zij [gedaagde] een termijn van 15 dagen geboden om zonder incassokosten en wettelijke rente de factuur van € 835,50 te voldoen. 2.
- Na de dagvaarding heeft [gedaagde] (op 5 juli 2024) een bedrag van € 135,- aan Infomedics betaald. 3De vordering en het verweer 3.
- Infomedics vordert - na vermindering van haar vordering - dat de kantonrechter [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van € 700,50 aan hoofdsom en de proceskosten. 3.
- Infomedics legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Beter Horen gehoorapparaten, een oplader en een Amplicard aan [gedaagde] heeft geleverd. Zij is daarom een vergoeding aan Beter Horen verschuldigd. Beter Horen heeft haar vordering overgedragen aan Infomedics. 3.
- [gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe het volgende – samengevat – aan. In punt 3 van de algemene voorwaarden van Beter Horen is een oneerlijk beding opgenomen dat buiten toepassing moet worden gelaten. Daarnaast beroept [gedaagde] zich erop dat zij heeft gedwaald bij het sluiten van de overeenkomst. De verkoopmedewerkster van Beter Horen heeft onjuiste informatie gegeven, omdat zij heeft gezegd dat [gedaagde] een kleine bijdrage zou hoeven te betalen voor de oplader en de Amplicard. Er is een groot verschil tussen de medegedeelde kleine bijdrage en de uiteindelijke kosten van € 319,- voor de oplader en € 199,- voor de Amplicard. De overeenkomst was hierover ook niet duidelijk, hierin staat dat het totaalbedrag € 0,- zou zijn. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter wijst de vordering van Infomedics gedeeltelijk toe. Dat wordt hierna uitgelegd. Beschermende bepalingen van het consumentenrecht 4.
- Beter Horen is als handelaar en [gedaagde] is als consument te beschouwen in de zin van de beschermende bepalingen van het Europese consumentenrecht en afdeling 2B van titel 5 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter moet de beschermende bepalingen toepassen ook als daarom niet gevraagd is (ambtshalve toetsing). 4.
- Dat betekent dat de kantonrechter in iedere procedure voor elk onderdeel van de vordering moet beoordelen of in toepasselijke algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt die oneerlijk zijn tegenover de consument. Volgens Richtlijn 93/13/EEG is een beding is oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Als de kantonrechter oordeelt dat een afspraak in de algemene voorwaarden oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen. 4.
- Verder moet de kantonrechter in iedere procedure beoordelen of de handelaar heeft voldaan aan precontractuele informatieplichten van afdeling 2B van titel 5 van boek 6 BW. In dit geval is sprake van een overeenkomst anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomst moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l BW. Er zijn geen betalingsvoorwaarden of algemene voorwaarden van toepassing 4.
- Infomedics stelt dat zij en Beter Horen dezelfde algemene betalingsvoorwaarden hanteren, maar dat de vordering niet is gebaseerd op haar algemene voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat de algemene voorwaarden van Infomedics inderdaad niet toepasselijk zijn, omdat de vordering van Beter Horen aan Infomedics is gecedeerd. De algemene voorwaarden van Infomedics zijn dus niet met [gedaagde] overeengekomen en gelden daarom niet tussen hen. Om die reden zal de kantonrechter de algemene voorwaarden niet ambtshalve toetsen op (on)eerlijkheid. Precontractuele informatieplichten 4.
- Infomedics heeft gesteld dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht en de daaruit voortvloeiende ambtshalve toetsing niet van toepassing zijn in zaken waarin sprake is van medische dienstverlening. De kantonrechter begrijpt dat Infomedics daarmee een beroep doet op de uitzonderingsgrond van artikel 6:230h lid 2 onder d BW. 4.
- In laatstgenoemd artikel is bepaald dat de bepalingen van boek 6, Titel 5, Afdeling 2B van het BW niet van toepassing zijn op overeenkomsten betreffende gezondheidszorg, zoals bedoeld in artikel 3 onderdeel a van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 (Pb L 88/45). Onder ‘gezondheidszorg’ wordt in dat artikel verstaan: gezondheidsdiensten die door gezondheidswerkers aan patiënten worden verstrekt om de gezondheidstoestand van deze laatsten te beoordelen, te behouden of te herstellen, waaronder begrepen het voorschrijven en het verstrekken van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Gehoorapparaten 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat tussen Beter Horen en [gedaagde] sprake is van een overeenkomst betreffende gezondheidszorg, echter alleen voor zover het de door Beter Horen geleverde gehoorapparaten betreft. Beter Zorg kwalificeert namelijk als gezondheidswerker die aan [gedaagde] gezondheidsdiensten heeft vertrekt door het leveren van gehoorapparaten, zoals bedoeld in artikel 3 onderdeel a van de Richtlijn. Daarom is de uitzondering van artikel 6:230h lid 2 onder d BW hier van toepassing en zal de kantonrechter bij de beoordeling van de vorderingen betreffende de gehoorapparaten niet ambtshalve toetsen aan de (pre)contractuele informatieplichten. 4.
- Beter Horen heeft twee gehoorapparaten aan [gedaagde] geleverd die € 635,- per stuk kosten, en waarvan de zorgverzekeraar van [gedaagde] een bedrag van € 476,25 per gehoorapparaten aan Beter Horen heeft vergoed. Infomedics vordert voor de gehoorapparaten het resterende bedrag van € 317,50 (2 x 158,75) wat [gedaagde] op grond van het wettelijke eigen risico dan wel als eigen bijdrage op grond van de verzekerings-voorwaarden zelf moet betalen. 4.
- De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] erkent dat Beter Horen de gehoorapparaten aan haar heeft geleverd en dat zij geen verweer voert tegen dit onderdeel van de vordering. Uit de conclusie van antwoord en de akte van dupliek volgt onmiskenbaar dat het verweer van [gedaagde] alleen is gericht tegen de gevorderde bedragen voor de oplader en de Amplicard. Zij voert onder meer aan dat zij een bedrag van € 135,- aan Infomedics heeft betaald, op grond van haar overweging dat dit bedrag correspondeert met de kosten van opladers die elders verkrijgbaar zijn. Over de door haar te betalen bijdrage voor de gehoorapparaten heeft [gedaagde] het helemaal niet. De kantonrechter leidt daaruit af dat [gedaagde] het bedrag van € 178,75 zelf ook ziet als een kleine bijdrage in verhouding tot de werkelijke kosten van de gehoorapparaten. Daarom zal de kantonrechter het bedrag van€ 317,50 toewijzen. Oplader en Amplicard 4.
- De kantonrechter is verder van oordeel dat geen sprake is van een overeenkomst betreffende gezondheidszorg, voor zover het de door Beter Horen geleverde oplader en de Amplicard betreft. De kantonrechter overweegt dat deze zaken niet vallen onder de definitie van gezondheidszorg als bedoeld in artikel 3 onderdeel a voornoemde richtlijn. Het betreft hier aanvullende producten/diensten (accessoires) die Beter Horen kennelijk ook in haar winkelruimte verkoopt, en die veelal niet door zorgverzekeraars worden vergoed. Daarom is de uitzondering van artikel 6:230h lid 2 onder d BW hier niet van toepassing en zal de kantonrechter bij de beoordeling van de vorderingen betreffende de geleverde oplader en de Amplicard hierna onder punt 4.
- e.v. wel ambtshalve toetsen of Beter Horen aan de (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan. Dat Beter Horen aan deze plichten heeft voldaan, moet door Infomedics gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat de door Infomedics ingenomen stellingen daartoe onvoldoende zijn. Daaruit blijkt niet dat zij voor het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze de informatie als bedoeld in artikel 6:230l BW aan [gedaagde] heeft verstrekt. Het gaat hier dan om de informatieplicht in artikel 6:230l onder c BW, over de totale prijs van de zaken of diensten. 4.
- Infomedics heeft zich voornamelijk beroepen op de omstandigheid dat iedereen in Nederland te maken heeft met een wettelijk eigen risico en een eventuele eigen bijdrage op grond van de voorwaarden van de zorgverzekeraar. Volgens Infomedics is het voor Beter Horen niet mogelijk in te zien of iemand zijn eigen risico al heeft voldaan of niet. Daarom kan Beter Horen niet vooraf de prijs berekenen en geeft zij altijd aan dat de berekening een mogelijke vergoeding betreft. Beter Horen kan alleen over de vergoeding door de zorgverzekeraar meedenken op basis van de informatie die iemand heeft gegeven. Voor de daadwerkelijke vergoeding dient iemand te allen tijde zelf contact op te nemen met de zorgverzekeraar dan wel de website van de zorgverzekeraar te raadplegen. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van [gedaagde] zelf om dit bij haar zorgverzekeraar na te gaan, aldus Infomedics. 4.
- De kantonrechter overweegt dat Infomedics met haar (niet onderbouwde) verweer miskent dat het aan Beter Horen is om consumenten behoorlijk te informeren en om ervoor te zorgen dat controleerbaar is welke informatie zij over de prijs van de oplader en de Amplicard heeft verstrekt. Het had op de weg van Infomedics gelegen haar vordering met concrete gegevens te onderbouwen, ook gelet op het feit dat de berekening van Beter Horen niet is gesplitst in afzonderlijke bedragen voor de verschillende geleverde zaken en in de berekening staat dat het totaalbedrag € 0.00 is. Die berekening ziet er als volgt uit: 4.
- De kantonrechter overweegt dat in deze berekening boven de streep weliswaar “Mogelijke vergoeding a.v.” is vermeld (waarbij “a.v.” vermoedelijk staat voor aanvullende verzekering), maar dat daaruit op zichzelf niet blijkt dat [gedaagde] door Beter Horen adequaat is geïnformeerd over het door haar (mogelijk) zelf te betalen bedrag voor de oplader en de Amplicard. Weliswaar heeft Infomedics gesteld dat de totale prijs niet vooraf berekend kan worden, maar dit bevrijdt haar niet van de verplichting om [gedaagde] te informeren over de precieze prijs voor de oplader en de Amplicard. Wellicht is dat vermeld in de specificatie waar onderaan de berekening naar wordt verwezen, maar deze specificatie bevindt zich niet bij stukken. Gelet op het verweer van [gedaagde] had het op de weg van Infomedics gelegen de volledige overeenkomst, inclusief de specificatie en een eventuele bijbehorende toelichting, bij akte van repliek alsnog te overleggen. Dat heeft Infomedics niet gedaan. Dat [gedaagde] erover is geïnformeerd dat zij (mogelijk) zelf een bedrag van € 319,- voor de oplader en een bedrag van € 199,- voor de Amplicard zou moeten betalen, kan dus niet uit de stukken worden afgeleid. Infomedics heeft daardoor niet voldaan aan haar stelplicht voor wat betreft de voldoening aan de informatieplichten door Beter Horen. 4.
- De schending door Beter Horen van artikel 6:230l onder c BW acht de kantonrechter ernstig, omdat zij tot gevolg heeft gehad dat [gedaagde] niet op geïnformeerde wijze heeft kunnen beslissen of zij de oplader en de Amplicard – ondanks de hogere prijs waartoe dat mogelijk zou leiden – wilde kopen. Naar het oordeel van de kantonrechter is een vernietiging van dit deel van de overeenkomst een doeltreffende, afschrikwekkende en evenredige sanctie. Deze partiële vernietiging heeft tot gevolg dat [gedaagde] voor de oplader en de Amplicard niet hoeft te betalen. Subsidiaire verweer 4.
- Gelet op het voorgaande hoeft de kantonrechter het beroep op dwaling niet te bespreken. Buitengerechtelijke incassokosten 4.
- In haar conclusie van repliek onder randnummer 7 stelt Infomedics dat het door [gedaagde] betaalde bedrag van € 135,- in mindering moet worden gebracht op de bij dagvaarding gevorderde (buitengerechtelijke) kosten. Bij dagvaarding heeft Infomedics echter geen buitengerechtelijke incassokosten gevorderd en zij heeft haar vordering in haar nadere aktes ook niet in die zin gewijzigd. Daarom gaat de kantonrechter hieraan voorbij. Slotsom 4.
- Infomedics heeft haar vordering verminderd met het bedrag van € 135,-. Dit bedrag komt in mindering op de toe te wijzen hoofdsom van € 317,50 voor de gehoorapparaten. De conclusie is dat [gedaagde] € 182,50 aan Infomedics dient te voldoen. Proceskosten 4.
- Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Infomedics van € 182,50; 5.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter