← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:7941

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10994843 \ CV EXPL 24-1837 Uitspraakdatum: 30 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Egyptair Airlines Company gevestigd te Amsterdam gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 26 april 2023 vervoeren van Amsterdam via Caïro (Egypte) naar Jeddah (Saudi-Arabië), met vlucht(en) MS758 en MS
  4. 2.
  5. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  6. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 3Het geschil 3.
  7. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  8. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  9. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  10. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  11. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van vlucht MS663 (Caïro naar Jeddah) is veroorzaakt door de verlate binnenkomst van (onder meer) vlucht MS758 (code 93) en een technisch mankement (code 43). 4.
  12. De kantonrechter is van oordeel dat in het midden kan blijven in hoeverre de vertraging van vlucht MS758 door buitengewone omstandigheden is veroorzaakt. Van doorwerking van buitengewone omstandigheden kan slechts sprake zijn als de vertraging van vlucht MS758 direct effect heeft gehad op de uitvoering van de vlucht in kwestie, MS
  13. Vast staat echter dat vlucht MS758 en MS663 niet door hetzelfde toestel zijn uitgevoerd. Er bestaat naar het oordeel dan ook geen rechtstreeks causaal verband tussen de (mogelijk buitengewone) vertraging die zich op vlucht MS758 heeft voorgedaan en de vertraging van vlucht MS
  14. De vervoerder heeft niet toegelicht welke vlucht er wél aan de uitvoering van vlucht MS758 vooraf is gegaan, en waardoor de vertraging van die vlucht is veroorzaakt. De conclusie is dat de vervoerder zijn beroep op buitengewone omstandigheden op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. 4.
  15. De kantonrechter overweegt dat een technisch mankement, of een indicatie daarvan, in beginsel moet worden beschouwd als inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van een vervoerder en daarom geen buitengewone omstandigheid oplevert. Dit is slechts anders indien sprake is van een verborgen fabricagefout of schade door sabotage of terrorisme. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake was. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden ook op dit punt faalt. 4.
  16. De kantonrechter komt niet toe aan de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om vertraging te voorkomen dan wel te beperken. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen. 4.
  17. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  18. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 april 2023 tot aan de dag van de gehele betaling; 5.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 372,00;salaris gemachtigde € 408,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter HvJEU 17 september 2015, C-257/14, ECLI:EU:C:2015:618.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.