RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10948132 \ CV EXPL 24-1375 Uitspraakdatum: 4 juni 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] (Duitsland) eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Air Europa Lineas Aereas S.A. gevestigd te Baleares (Spanje), mede kantoorhoudende te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: [gemachtigde] 1Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 1 april 2023 vervoeren van Amsterdam via Madrid (Spanje) naar Porto (Portugal), met vluchten UX1098 en UX1143. 2.2. De vlucht van Amsterdam naar Madrid (UX1098) is vertraagd uitgevoerd. 2.3. De passagier is niet meegevlogen met vlucht UX1143 naar Porto. De passagier is omgeboekt naar vlucht UX1141, waarmee hij 5 uur en 2 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Porto is aangekomen. 2.4. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3. Het geschil 3.1. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.2. Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.3. De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem moet compenseren met een bedrag van € 400,- (artikel 7 van de Verordening). 3.4. De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat vlucht UX1098 om 14:26 uur (lokale tijd) met 46 minuten vertraging in Madrid is aangekomen. Vlucht UX1143 stond gepland om 15:00 uur (lokale tijd) uit Madrid te vertrekken. Bij aankomst van vlucht UX1098 bleek echter dat ook vlucht UX1143 was vertraagd. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat passagier voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich (ondanks de vertraging van vlucht UX1098) voor vlucht UX1143 heeft gemeld en dat instappen op dat moment nog mogelijk was. Daarmee is sprake van een instapweigering. Dat betekent dat de passagier in beginsel recht heeft op compensatie, tenzij de weigering is gebaseerd op redelijke gronden. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen sprake. Dat oordeel wordt hierna toegelicht. 4.4. Van passagier(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.