RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 11441616 \ CV EXPL 24-4108 Uitspraakdatum: 16 juli 2025 Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten venoootschap Eteck Warmte Holding B.V. gevestigd te Leidschendam-Voorburg eiseres verder te noemen: Eteck gemachtigde: mr. O.J. Boeder tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] procederend in persoon 1Het procesverloop 1.1. Eteck heeft bij dagvaarding van 5 december 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk gereageerd en daarbij de vordering erkend. 2De vordering 2.1. De eisende partij vordert
- a)dat de kantonrechter de tussen partijen gesloten overeenkomst ontbindt,
- b)te bepalen dat de eisende partij gerechtigd is de leverantie af te sluiten en de meter te verzegelen in het verbruiksadres en
- c)de gedaagde partij te veroordelen om te gehengen en gedogen dat de eisende partij de leverantie afsluit en de meter verzegelt. Verder vordert de eisende partij veroordeling van de gedaagde partij
- d)tot gedeeltelijke of gehele ontruiming van het verbruiksadres, zodat de hiervoor bedoelde werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd,
- e)tot betaling van € 531.86 aan kosten voor het afsluiten en
- f)tot betaling van € 8.775,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 7.424,70. Daarnaast vordert de eisende partij
- g)dat de gedaagde partij veroordeeld zal worden tot betaling van de maandelijkse voorschotten van € 225,53 per maand vanaf 1 november 2024, voor elke maand dat de gedaagde partij de beschikking heeft over de op het distributienet van de eisende partij aangesloten energiemeters/meetinrichting, tot aan de datum dat de levering van warmte en/of koude en/of warmtapwater zal zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente en
- h)met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten. 2.2. Eteck heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] de verschuldigde bedragen uit hoofde van de met Eteck gesloten overeenkomst onbetaald heeft gelaten. Deze betalingsachterstand is dusdanig hoog dat niet van Eteck verlangd kan worden dat zij nog langer energie aan de gedaagde partij blijft leveren. 3De beoordeling 3.1. Eiseres is een handelaar. Gedaagde is een consument. Ondanks dat [gedaagde] de vordering heeft erkend, moet de kantonrechter daarom ambtshalve toetsen of Eteck de op haar rustende informatieplichten heeft nageleefd en of er geen oneerlijke bedingen in de zin van Richtlijn 93/13/EG (richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, hierna: de richtlijn) in de overeenkomst staan. Informatieplichten 3.2. In artikel 3 van de Warmtewet is bepaald dat de daarin – en in artikel 6:230m lid 1 en 230v BW – genoemde informatie op duidelijke en begrijpelijke wijze aan een verbruiker moet worden verstrekt voordat deze gebonden is aan een overeenkomst tot levering van warmte. 3.3. Eteck stelt te hebben voldaan aan deze informatieplichten door toezending van een welkomstpakket. Dat welkomstpakket bestaat uit een leveringsovereenkomst, product- en tarievenbladen Stad van de Zon, Heerhugowaard, de algemene leveringsvoorwaarden kleinverbruikers < 100 kW Eteck 2019 (hierna: de algemene leveringsvoorwaarden) en de aansluitvoorwaarden consumenten < 100 kW Eteck 2016. [gedaagde] heeft de toegezonden overeenkomst vervolgens ondertekend en aan Eteck retour gezonden. 3.4. De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft slechts gesteld dat voldaan is aan de artikelen 6:230m lid 1 BW en 6:230v BW en opgesomd welke informatieplichten in die artikelen staan en daarbij verwezen naar het welkomstpakket dat is toegestuurd. Dit volstaat niet. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet inzichtelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. Dat betekent dat de eisende partij expliciet en op een duidelijke manier moet aangeven in welke productie welke informatie van artikel 6:230m BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren). 3.5. Bij wijze van uitzondering heeft de kantonrechter de producties zelf bekeken en komt tot de conclusie dat Eteck niet volledig heeft voldaan aan haar informatieverplichtingen. Bij het welkomstpakket is weliswaar een tarievenblad meegestuurd, maar daarmee heeft de eisende partij onvoldoende voldaan aan artikel 6:230m onder e BW. Dit omdat op het tarievenblad allemaal losse bedragen staan genoemd en het daardoor niet in één oogopslag duidelijk is waaraan de consument zich verbindt. De gemiddelde consument weet daardoor niet wat dit voor zijn specifieke situatie betekent. Normaliter betaalt een consument per maand een voorschotbedrag. Het ligt voor de hand dat vooraf duidelijk wordt gemaakt welk voorschotbedrag per maand verschuldigd is en uit welke componenten dat bedrag is opgebouwd. 3.6. De eisende partij heeft verder niet voldaan aan de essentiële precontractuele informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h BW. De eisende partij heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij de gedaagde partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft gewezen op het herroepingsrecht en het recht op ontbinding (overeenkomstig artikel 6:230o BW e.v.). Ook is gesteld noch gebleken dat is gewezen op de informatie als vermeld in artikel 6:230v lid 8 BW. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat hieruit volgt dat als de eisende partij geen uitdrukkelijke toestemming verzoekt, de consument voor de leveringen tijdens de ontbindingstermijn geen vergoeding is verschuldigd. Evenmin heeft de eisende partij aangetoond dat zij heeft gewezen op de hiermee verband houdende informatie in artikel 6:230m lid 1 onder j BW. 3.7. De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Nu deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst heeft willen herroepen, zal de kantonrechter aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie verbinden. Wat is hiervan het gevolg? 3.8. De kantonrechter zal voor de genoemde schendingen een sanctie toepassen. In de dagvaarding heeft de eisende partij aangegeven dat zij, in het geval de kantonrechter voornemens is een sanctie toe te passen, in de gelegenheid wil worden gesteld zich daarover uit te laten. Bij de (gemachtigde van) eisende partij behoort echter bekend te zijn dat in de dagvaarding voldoende gemotiveerd moet worden gesteld en onderbouwd dat aan de informatieverplichtingen is voldaan en dat er in beginsel geen gelegenheid wordt geboden zich daar op een later moment nog over uit te laten. De kantonrechter ziet geen reden om hiervan af te wijken en de eisende partij zal daarom geen gelegenheid worden geboden zich uit te laten over de toe te passen sanctie. In het eindvonnis zal worden beslist welke sanctie zal worden toegepast. Toetsing van (on)eerlijke bedingen 3.9. De kantonrechter moet ook onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). Prijsbeding 3.10. In artikel 8 van de overeenkomst is een prijsbeding opgenomen. Dit beding betreft een kernbeding. Ingevolge artikel 4 lid 2 van de richtlijn is ambtshalve toetsing van kernbedingen alleen aan de orde als ze niet duidelijk en begrijpelijk (transparant) zijn geformuleerd. Nu de gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een kernbeding, te weten het beding dat gaat over de door gedaagde te betalen prijs, moet dit beding worden beoordeeld op transparantie. Het prijsbeding is terug te vinden op het product- en tarievenblad. De daarop genoemde prijzen verhoogt eiseres kennelijk jaarlijks, want zij heeft de product- en tarievenbladen van de jaren 2020 tot en met 2024 overgelegd. 3.11. De kantonrechter is van oordeel dat het prijsbeding niet transparant is, omdat het voor een gemiddelde consument niet goed mogelijk is de economische gevolgen van het sluiten van de overeenkomst in te schatten. De kantonrechter vind het beding echter niet oneerlijk. Daarvoor is van belang dat warmteleveringsovereenkomsten als de onderhavige zijn onderworpen aan bijzondere wetgeving en daarop gebaseerde regelingen. Zo is Eteck gebonden aan de maximumtarieven die de ACM vaststelt, waarbij mag worden aangenomen dat de ACM ook de belangen van de consument bij die vaststelling heeft betrokken en dat Eteck zich hieraan houdt. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat het evenwicht tussen partijen ten nadele van de consument aanzienlijk is verstoord. Van oneerlijkheid is daarom geen sprake. Wijzigingsbeding 3.12. Verder staat in de algemene voorwaarden een wijzigingsbeding (artikel 11). Daarnaast staat in het product- en tarievenblad een bepaling over indexatie en wijziging van tarieven. Het wijzigingsbeding in de algemene voorwaarden en de bepaling in het product- en tarievenblad geven eiseres de bevoegdheid om de overeengekomen tarieven en de prijssystematiek periodiek eenzijdig te wijzigen, soms zelfs met terugwerkende kracht. Nu beide bedingen over prijswijzigingen gaan, moeten ze cumulatief worden getoetst. De bedingen sluiten voor wat betreft tariefswijzigingen aan bij wat krachtens de wet- en regelgeving en besluiten van de ACM is toegestaan. Ze worden daarom niet als oneerlijk aangemerkt. Rente- en incassokostenbeding 3.13. Eteck vordert ook betaling van rente en een vergoeding van buitengerechtelijke kosten. In de algemene voorwaarden staat hierover het volgende opgenomen. ‘12.10. Ingeval de Contractant in verzuim is, is hij een vergoeding voor de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte verschuldigd alsmede de wettelijke rente voor iedere kalenderdag dat betaling te laat wordt verricht, onverminderd het bepaalde in artikel 11. De vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten wordt vastgesteld conform de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten. 3.14. Uit de formulering van dit beding volgt dat vanaf het moment van verzuim direct incassokosten verschuldigd zijn, terwijl dat pas het geval is nadat er een veertiendagenbrief is verstuurd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Hiervan mag niet worden afgeweken. Op dat punt is het beding te onduidelijk en onbegrijpelijk. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd, doet daaraan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. De kantonrechter is daarom voornemens voornoemd beding uit de overeenkomst te vernietigen. Voordat de kantonrechter hiertoe over gaat zal de eisende partij de gelegenheid krijgen zich hierover uit te laten. 3.15. Voor wat betreft de rente acht de kantonrechter het beding niet oneerlijk, omdat het beding aansluit bij de wettelijke regeling. Conclusie 3.16. De zaak wordt voor akte door Eteck over het bepaalde in overwegingen 3.15 verwezen naar de rol. 3.17. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De kantonrechter: 4.1. verwijst de zaak naar de rol van woensdag 13 augustus 2025 voor het nemen van een akte door eiseres over wat in overweging 3.15 staat, 4.2. houdt iedere verdere beslissing aan Dit vonnis is gewezen door mr. M. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie anders: ECLI:NL:RBAMS:2024:4249 en ECLI:NL:RBAMS:2024:7541. Zie echter ook: r.o. 2.7 ECLI:NL:RBAMS:2024:7540 Zie overeenkomstig ECLI:NL:RBAMS:2024:7540 en ECLI:NL:RBAMS:2024:4249