← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:8470

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/365083 / JU RK 25-654 Datum uitspraak: 1 juli 2025 Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 2] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] , [de grootvader (vz)] , hierna te noemen: de grootvader (vz), wonende in [plaats] , [de partner van de grootvader] , de partner van de grootvader, hierna te noemen: [de partner van de grootvader] , wonende in [plaats] , de grootvader en [de partner van de grootvader] hierna samen ook te noemen: de grootouders. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van 26 mei 2025, en de daarin genoemde stukken; - de brief van de GI, ingekomen op 23 juni
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juli
  4. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - de grootouders; - [vertegenwoordiger van de GI] als vertegenwoordiger van de GI. 1.
  5. De vader, hoewel behoorlijk opgeroepen, is niet op de zitting verschenen. 1.
  6. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben samen hun mening gegeven in een gesprek met de oudste rechter. Tijdens de zitting is samengevat wat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  7. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . 2.
  8. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven sinds april 2022 bij de grootouders. 2.
  9. Bij beschikking van de kinderrechter van 27 mei 2021 zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is steeds verlengd en duurt nog tot 27 juli
  10. 2.
  11. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 april 2022 een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een netwerkpleeggezin, namelijk bij de grootouders.. Deze machtiging is steeds verlengd en duurt nog tot 27 juli
  12. 2.
  13. De GI heeft bij perspectiefbesluit van 9 december 2024 (hierna: het perspectiefbesluit) kenbaar gemaakt dat de kinderen niet bij de moeder zullen opgroeien. 2.
  14. Bij beschikking van 26 mei 2025 zijn de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor twee maanden verlengd. De beslissing op het verzoek van de GI is voor het overige aangehouden, zodat het perspectiefbesluit kan worden getoetst door de meervoudige kamer. 3De standpunten 3.
  15. [de minderjarige 1] heeft laten weten dat zij graag bij haar moeder wil wonen. Als het niet anders kan, wil zij bij de grootouders blijven wonen. Zij vindt het goed als er wordt beslist dat zij bij de grootouders zal blijven. [de minderjarige 2] wil graag bij de grootouders blijven wonen. Beide kinderen vinden het fijn om te weten waar zij in de toekomst zullen wonen. 3.
  16. De moeder vindt het moeilijk dat de kinderen niet meer bij haar terugkomen. Zij ziet echter wel in dat het beter voor hen is dat zij bij de grootouders wonen. 3.
  17. De grootouders hebben aangegeven dat de kinderen zich goed ontwikkelen. Het is volgens hen van groot belang dat [de minderjarige 2] weer speltherapie krijgt, omdat zij is terugvallen in haar gedrag, en zomaar boos wordt. [de minderjarige 1] heeft alles wat er is gebeurd verteld aan de grootmoeder. [de minderjarige 2] moet echter nog veel verwerken en is daardoor boos. 3.
  18. Volgens de GI ligt het opgroeiperspectief bij de grootouders, waar de kinderen sinds april 2022 verblijven. 4De verdere beoordeling ten aanzien van het perspectiefbesluit 4.
  19. De rechtbank overweegt dat uit het arrest van de Hoge Raad van 1 september 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1148) volgt dat de wet niet voorziet in een zelfstandige rechtsgang waarin een perspectiefbesluit als zodanig aan de rechter ter beoordeling kan worden voorgelegd. In dat arrest heeft de Hoge Raad echter ook overwogen dat de rechter een perspectiefbesluit wel zal moeten beoordelen als dit noodzakelijk is in verband met beslissingen, maatregelen en verzoeken die (mede) voortvloeien uit of samenhangen met het standpunt van de GI over het opgroeiperspectief van de minderjarige. In dit geval speelt dit bij de beoordeling van het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen te verlengen. 4.
  20. De rechtbank stelt in dat kader allereerst vast dat de aanvaardbare termijn waarin [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in onzekerheid kunnen verkeren over hun opgroeiperspectief reeds is verstreken. Het is voor hun welzijn en ontwikkeling van belang dat zij duidelijkheid krijgen hierover. 4.
  21. Daarnaast blijkt uit de stukken en wat op zitting is besproken dat de situatie van de moeder sinds de ondertoezichtstelling en inzet van hulpverlening niet wezenlijk is verbeterd. Zij heeft niet kunnen voldoen aan de bodemeisen om de kinderen bij haar te kunnen terugplaatsen. Het is niet de verwachting dat dit in de nabije toekomst zal (kunnen) veranderen. Daarmee is de verwachting niet langer gerechtvaardigd dat zij in staat is de verzorging en opvoeding te dragen binnen een termijn die voor de kinderen aanvaardbaar is. Gelet op al het voorgaande onderschrijft de rechtbank het perspectiefbesluit van de GI dat de kinderen niet bij de moeder zullen opgroeien. Dit betekent dat niet meer zal worden gewerkt aan de terugplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de moeder. 4.
  22. Het is ook duidelijk geworden dat de kinderen niet bij de vader zullen opgroeien. De vader is niet in staat gebleken en heeft ook niet de wens om de verzorging en opvoeding van de kinderen op zich te nemen. De kinderen verblijven inmiddels al ruim drie jaar bij de grootouders. Daar ontwikkelen zij zich goed, voelen zij zich fijn en kunnen zij verder op een gezonde manier opgroeien. Daarbij is ook van belang dat de grootouders de kinderen in staat stellen om omgang te hebben met de ouders. De moeder en vader zien ook in dat het in het belang van de kinderen is dat zij opgroeien bij de grootouders. Bij deze stand van zaken onderschrijft de rechtbank de conclusie van de GI dat de kinderen zullen opgroeien bij de grootouders. 4.
  23. De rechtbank geeft de grootouders een groot compliment dat zij de kinderen contact met de ouders gunnen en geeft de ouders ook een groot compliment dat zij de kinderen emotionele toestemming geven om op te mogen groeien bij de grootouders. Daardoor worden de kinderen in staat gesteld om zich verder op een gezonde manier te ontwikkelen. ten aanzien van de verlenging ondertoezichtstelling 4.
  24. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de kinderen nog steeds zodanig opgroeien dat zij ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreiging bestaat uit de problematiek van de moeder, die niet wezenlijk is veranderd sinds de beschikking van 23 mei
  25. Haar opvoedvaardigheden zijn nog steeds onvoldoende. Zij kan de kinderen geen basale zorg geven, passende regels en grenzen stellen of voldoende aansluiten bij wat zij nodig hebben. Verder heeft de moeder fors overgewicht en rugklachten, waardoor zij fysiek beperkt wordt. Hierdoor wordt zij ook belemmerd in de omgang met en de zorg voor de kinderen. Ook is haar woning vervuild en is haar zelfzorg onvoldoende. Tot slot maakt zij onverstandige financiële keuzes, waardoor zij regelmatig niet genoeg geld heeft voor (gezond) eten. 4.
  26. De zorg die noodzakelijk is om de bedreiging weg te nemen wordt niet of onvoldoende geaccepteerd. De moeder heeft vanwege haar problematiek veel sturing nodig. Zij accepteert hulp echter wisselend en zegt geen hulp nodig te hebben. Zij neemt tips en adviezen van professionals of netwerk niet aan dan wel past deze niet (voldoende) toe. 4.
  27. Hoewel niet meer voldaan wordt aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255, lid 1, onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), omdat het perspectief niet meer ligt bij de gezaghebbende moeder, zal het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling in het belang van de kinderen en gelet op de ernstige ontwikkelingsbedreiging (artikel 1:255, lid 1 onder a, BW) worden toegewezen. De rechtbank zal het resterende deel van het verzoek (te weten verlengen van de ondertoezichtstelling voor de resterende tien maanden) toewijzen zodat gewerkt kan worden aan afronding van de ondertoezichtstelling en de resterende doelen. Zo zal de GI de komende periode werken aan het vormgeven van de begeleide omgang met de moeder, met wie de kinderen een hechte band hebben en die een belangrijke rol in hun leven speelt. Aan de hand daarvan moet worden bezien of zij het gezag kan behouden dan wel hoe de plek bij de grootouders geborgd kan worden. De GI zal de moeder aanmelden voor omgangsbegeleiding en opvoedondersteuning. De moeder heeft op de zitting aangegeven hieraan te zullen meewerken. Zowel de moeder als de grootouders hebben aangegeven liever een flexibele omgangsregeling te willen, in plaats van een vaste dag. Dit geldt in elk geval voor [de minderjarige 1] , die nu op een leeftijd is dat zij zelf afspraken maakt. De moeder en de grootouders willen niet dat de kinderen verplicht worden naar een omgangsmoment te gaan terwijl zij op dat moment iets anders wilden doen, en daardoor weerstand krijgen tegen de omgang. Het ligt op de weg van de GI om rekening te houden met de wensen van de betrokkenen bij het vormgeven van de omgangsregeling. Verder zal de GI de omgang tussen de vader en de kinderen in beeld krijgen en kijken in welke vorm deze kan plaatsvinden. Tot slot zal er de komende tijd meer aandacht zijn voor de persoonlijke ontwikkeling van de kinderen. In dat kader heeft de GI [de minderjarige 2] opnieuw aangemeld voor speltherapie. ten aanzien van de verlenging machtiging tot uithuisplaatsing 4.
  28. Verder volgt uit het voorgaande dat het in het belang van de verzorging en de opvoeding noodzakelijk is de uithuisplaatsing van de kinderen te verlengen (artikel 1:265c, tweede lid, BW). Duidelijk is dat de kinderen niet meer teruggeplaatst zullen worden bij de moeder en de vader ook geen opvoedrol zal vervullen, zoals hierboven gemotiveerd. Het is in het belang van de kinderen dat hun plaatsing bij de grootouders met een machtiging tot uithuisplaatsing wordt geborgd. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing daarom ook verlengen voor (de resterende) tien maanden. ten aanzien van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing 4.10 De rechtbank verklaart de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  29. verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] van 27 juli 2025 tot 27 mei 2026; 5.
  30. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een (netwerk)pleeggezin van 27 juli 2025 tot 27 mei 2026; 5.
  31. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2025 door mr. S. Ok, mr. C.E. Voskens en mr. M.H. Simons, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. T. Alexander als griffier, en op schrift gesteld op 10 juli
  32. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.