RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11100028 \ CV EXPL 24-2964 Uitspraakdatum: 25 juni 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Delta Air Lines Inc. gevestigd te Atlanta (Verenigde Staten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 7 augustus 2022 vervoeren van Amsterdam naar Atlanta (Verenigde Staten), met vlucht DL75 (hierna: de vlucht). 2.
- De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 2.
- Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
- Het geschil 3.
- Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De vervoerder heeft toegelicht dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door de verlate binnenkomst van de voorgaande vlucht (DL74) met hetzelfde toestel. De vertraging van vlucht DL74 is volgens de vervoerder veroorzaakt door een technisch mankement (120 minuten), slechte weersomstandigheden (100 minuten) en het afladen van bagage van passagiers die in verband met de reeds opgelopen vertraging niet meer wensten te vliegen (13 minuten). Ten aanzien van het technisch mankement heeft de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er ten tijde van het geplande vertrek van de vlucht (00:15 uur UTC) sprake was slechte weersomstandigheden boven de luchthaven en dat dit ertoe heeft geleid dat er in de periode tussen 23:47 uur UTC en 01:15 uur UTC een ground stop actief was. Daarmee heeft de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vlucht ook geconfronteerd zou zijn met vertraging als gevolg van slechte weersomstandigheden indien de vlucht tijdig klaar had gestaan voor vertrek. Het is niet met zekerheid te zeggen hoe lang de vertraging als gevolg van de slechte weersomstandigheden in dit hypothetische geval zou hebben geduurd. De kantonrechter vindt het daarom redelijk om (net zoals in de door de vervoerder aangehaalde eerdere uitspraak van deze rechtbank over dezelfde vlucht) de vertragingsoorzaken los van elkaar te beoordelen. De vertraging als gevolg van de slechte weersomstandigheden (100 minuten) zal om daarom als een buitengewone omstandigheid worden aangemerkt. De kantonrechter is verder van oordeel dat het antwoord op de vraag of de vertraging als gevolg van het afladen van de bagage (13 minuten) ook als buitengewone omstandigheid kan worden aangemerkt, in het midden kan blijven. Ook indien deze deelvertragingsoorzaak geen buitengewone omstandigheid oplevert, bestaat er geen recht op compensatie. Dat oordeel zal hierna worden toegelicht. 4.
- De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de vertraging die zich heeft voorgedaan tijdens de uitvoering van vlucht DL47 doorwerkt naar de vlucht in kwestie. De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van Airhelp dat slechte weersomstandigheden niet kunnen doorwerken. De vlucht is met een vertraging van 3 uur en 53 minuten in Atlanta gearriveerd. Na aftrek van de vertraging als gevolg van de slechte weersomstandigheden (100 minuten), resteert een vertraging van 2 uur en 13 minuten. Dit is minder dan drie uur. De vordering van Airhelp wordt daarom afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Airhelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter