Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 23/2768 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juni 2025 in de zaak tussen [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: ing. M.J. du Pon), en de heffingsambtenaar van de gemeente Kennemerland Zuid, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft met dagtekening 30 september 2022 aan eiseres een aanslag leges opgelegd van in totaal € 287.124,96 in verband met het in behandeling nemen van de aanvraag van een omgevingsvergunning. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag leges. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 15 februari 2023 het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een grondslag van € 281.144,
- Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2025 te Haarlem. Namens eiseres is haar gemachtigde verschenen, vergezeld door [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] en [naam 3] . Overwegingen Feiten
- Op 4 augustus 2021 heeft eiseres een vergunningaanvraag voor het bouwproject met de naam ‘ [A] ’ aan het [straat] te [plaats 1] ingediend (hierna: ‘de Vergunningsaanvraag’), bestaande uit 50 appartementen (16 vrije sector-appartementen, 16 betaalbare-en middel-dure appartementen en 18 sociale huur-appartementen), 71 parkeerplaatsen en 1 openbaar toegankelijk parkeerdek. De Vergunningsaanvraag ziet op een omgevingsvergunning voor – onder andere – het bouwen van woningen. In de Vergunningsaanvraag is als geschatte kosten voor het totale project een bedrag van € 9.850.000 exclusief btw aangegeven, waarvan € 9.600.000 voor het bouwen van de woningen.
- Op 30 juni 2022 is door [bedrijf 1] (hierna: ‘ [bedrijf 1] ’) in samenwerking met [bedrijf 2] , in opdracht van Omgevingsdienst [-] , een controle uitgevoerd op de bouwkostenopgave. Uit de controleberekening volgt een bedrag van € 13.106.029 aan bouwkosten. Verweerder is voor berekening van de hoogte van de aanslag leges van dit bedrag uitgegaan.
- De aanslag leges is met dagtekening 30 september 2022 opgelegd naar een bedrag van € 287.124,96, bestaande uit een bedrag van € 285.977,66 voor het bouwen van een bouwwerk, een bedrag van € 670,55 voor uitwegen en een bedrag van € 476,75 voor het afwijken van het bestemmingsplan.
- Eiseres heeft een bezwaarschrift ingediend met dagtekening 24 november 2024, waarin – voor zover relevant – het volgende is opgenomen: “Om de aangevoerde overwegingen is [A] van mening dat de grondslag van de bouwkosten als volgt berekend zou moeten worden: Blok I - sociale huurappartementen: € 2 388 333,- (correcte raming rapportage ODIJ) Blokken II t/m IV - koopappartementen: € 7.032 000,--(raming [eiseres] ) Verharding maaiveld. € 51 100.- (raming rapportage ODIJ) Dek boven parkeren: € 306.600,- (raming rapportage ODIJ) Damwand: € 250.000,- [+] TOTAAL: € 10.028.033,-- exclusief BTW prijspeil 08-2021”
- Tot de gedingstukken behoort een ‘Reactie op bezwaar bouwkosten ‘ [A] ’ van [bedrijf 1] van 8 februari
- In deze reactie komt [bedrijf 1] tot een herziene legesplichtig bouwkostenbedrag van € 12.678.
- De geraamde bouwkosten bestaan uit: Bouwkosten blok 1 na indexering: € 2.676.960 Bouwkosten blok 2, 3 en 4: € 9.394.180 Verharding maaiveld: € 51.100 Dek boven parkeren: € 306.600 Darmwand: € 250.000 Totaal: € 12.678.840 Geschil
- In geschil is of de aanslag leges tot het juiste bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil van welk bedrag aan bouwkosten moet worden uitgegaan bij berekening van de leges. De hoogte van de verschuldigde leges voor het afwijken van het bestemmingsplan en voor de uitweg is niet in geschil.
- Eiseres stelt dat de aanslag leges berekend is naar een te hoge grondslag. Zij betwist de juistheid van de controleberekening van de bouwkosten. Eiseres stelt dat bij de controleberekening ten onrechte slechts één referentieproject gebruikt is en stelt dat dit project onvoldoende vergelijkbaar is. Bovendien bevat de controleberekening volgens eiseres inhoudelijke fouten. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag tot een berekend in aanmerking nemende een bedrag van € 10.028.033 als bouwkosten. Eiseres verzoekt eveneens om een proceskostenvergoeding en een vergoeding € 5.884,22 op basis van een rente van 4% over het teveel betaalde bedrag aan leges.
- Verweerder stelt dat dat de aanslag correct en conform de Legesverordening [plaats 1] 2021 van de gemeente [plaats 1] (hierna: de verordening) is opgelegd. Verweerder heeft de grondslag voor de aanslag (de raming van de bouwkosten) onderbouwd met een controleberekening van [bedrijf 1] en voert aan dat het gebruik van een referentieproject voor deze controleberekening noodzakelijk was omdat eiseres geen inzage geeft in haar detailbegroting. Volgens verweerder zijn de in de Vergunningsaanvraag aangegeven bouwkosten zorgvuldig gecontroleerd. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Beoordeling van het geschil Juridisch kader
- Op grond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet kunnen rechten worden geheven ter zake van onder andere het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Artikel 2, aanhef en onderdeel a, van de van de verordening luidt als volgt: “Onder de naam “leges” worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;”
- In de verordening is, voor zover relevant, het volgende opgenomen: “Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven
- De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.”
- De tarieventabel behorende bij de verordening bepaalt: “Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning (…) 2.1.1.2 Bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, OF het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten, die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt (…) dan wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft op basis van nieuwbouw; (…) Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning (…) 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:[:] (…) 2.3.1.1.4 Indien de bouwkosten meer dan € 10.000.000 bedragen € 242.493,25 vermeerderd met 1,4% van de bouwkosten boven de € 10.000.000.” Aannemingssom of bouwkostenraming?
- De rechtbank stelt voorop dat blijkens de verordening en de tarieventabel als hoofdregel de aannemingssom als heffingsgrondslag dient. Aan een raming van de bouwkosten wordt alleen toegekomen indien er geen aannemingssom is en niet bekend is voor welk bedrag de aannemer zich heeft verbonden voor het tot stand brengen van het werk. Bij de hoogte van de verschuldigde leges moet van de werkelijke aannemingssom worden uitgegaan, ook als deze pas is vastgesteld nadat het belastbare feit zich heeft voorgedaan (vgl. Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1669). Er is geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat eiseres pas in beroep offertes, nota’s of andere stukken verstrekt om de bouwkosten nader te onderbouwen.
- De rechtbank constateert dat eiseres geen inzicht heeft gegeven in de hoogte van de aannemingssom of gegevens heeft overgelegd waarop de door haar gestelde hoogte van de bouwkosten is gebaseerd. Ter zitting heeft eiseres aangegeven dat er een aannemingssom is maar dat zij geen nadere gegevens omtrent die aannemingssom of de hoogte van de bouwkosten overlegt omdat deze getallen bij ondeskundig gebruik misbruikt kunnen worden bij een raming en omdat het in strijd is met gemaakte afspraken met betrokken partijen. Gelet op het ontbreken van een bekende aannemingssom dient in dit geval uitgegaan te worden van een raming van de bouwkosten. Bewijslastverdeling
- De rechtbank overweegt dat op verweerder de bewijslast rust om de door hem geraamde bouwkosten aannemelijk te maken omdat hij afwijkt van de in de aanvraag aangegeven bouwkosten. De rechtbank zal toetsen of de controleberekening die door verweerder is verstrekt een voldoende onderbouwing is van de door hem voorgestane geraamde bouwkosten.
- Verweerder is uitgegaan van een raming van de bouwkosten gebaseerd op een controleberekening met gebruik van een referentieproject. De rechtbank overweegt dat, in overeenstemming met de vrije bewijsleer in het belastingrecht, het verweerder vrijstaat met alle middelen bewijs te leveren van de geraamde bouwkosten. Een raming van de bouwkosten met gebruik van een referentieproject kan naar het oordeel van de rechtbank dienen als onderbouwing van de geraamde bouwkosten. Het gekozen referentieproject is voldoende vergelijkbaar om als referentie gebruikt te worden. De rechtbank deelt eiseres haar mening niet dat er onvoldoende informatie is over factoren die effect hebben op de kostprijs, zoals het ontwerp van de woningen, de wijze van aanbesteden en de bodemopbouw. Voor zover eiseres zich op het standpunt heeft gesteld dat verweerder bij de keuze van en controle op de werkzaamheden van [bedrijf 1] onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht (vgl. artikel 3:9 van de Awb) is de rechtbank van oordeel dat met hetgeen eiseres heeft gesteld en verweerder gemotiveerd heeft bestreden, zij haar standpunt niet met feiten en/of omstandigheden heeft onderbouwd. Ook overigens heeft de rechtbank geen gronden aanwezig geoordeeld om aan de betrouwbaarheid van de controleberekening of de deskundigheid van [bedrijf 1] te twijfelen. De voorlopige conclusie luidt dat verweerder de door hem geraamde bouwkosten voldoende aannemelijk heeft gemaakt.
- Vervolgens is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat de bouwkosten lager zijn dan uit de controleberekening van [bedrijf 1] volgt. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres hier niet in geslaagd. Eiseres verwijst naar gegevens uit het bouwkostenkompas over een appartementencomplex in [plaats 2] . Het bouwkostenkompas is gebaseerd op kerngetallen uit een database en is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor een geslaagde betwisting van de controleberekening van de deskundige [bedrijf 1] . De rechtbank overweegt dat eiseres, naast de verwijzing naar het bouwkostenkompas, geen stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van de door haar voorgestane bouwkosten. Naar het oordeel van de rechtbank lag dit wel op haar weg. Zoals eiseres zelf heeft aangegeven ter zitting is een aannemingssom bekend. Dat zij geen nader inzicht in de bouwkosten wil geven omdat de verstrekte getallen zouden kunnen worden misbruikt voor een foutieve raming of dat onderlinge afspraken hieraan in de weg staan, komt voor rekening en risico van eiseres. Voor zover eiseres meent dat voor het bepalen van de grondslag voor de legesberekening de datum van indiening van de aanvraag bepalend is, volgt de rechtbank dit standpunt niet (zie hiervoor onder 12.). Slotsom
- Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Proceskosten
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Snitker, voorzitter, en mr. G.H. de Soeten en mr. J.C. Brouwer, leden, in aanwezigheid van mr. T. van Opzeeland, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni
- griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer). U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
- bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
- het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datum van verzending; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).