← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:9274

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rep.nr.: 11592826 \ CV FORM 25-1703 Uitspraakdatum: 30 juli 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1] Vroemen, wonende te [plaats 1]

  1. [verzoeker 2]wonende te [plaats 2]
  2. [verzoeker 3]wonende te [plaats 3]
  3. [verzoeker 4]
  4. [verzoeker 5] beiden wonende te [plaats 4] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: E. Schooneman (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim) tegen SATA International Servicios Et. Transportes Aereo gevestigd te Ponta Delgada, Portugal verwerende partij verder te noemen: de vervoerder 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier (formulier C). 2De feiten 2.
  5. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 18 mei 2023 vervoeren van Horta, Portugal, via Lissabon, Portugal, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie S4150 en TP
  6. 2.
  7. De vervoerder heeft vlucht S4150 van Horta naar Lissabon (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. 2.
  8. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
  9. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  10. De passagiers verzoeken om de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
  11. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. 3.
  12. De vervoerder heeft op het standaardformulier C aangegeven het verzoek gedeeltelijk te aanvaarden. Hij voert alleen verweer tegen de verzochte vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. 4De beoordeling 4.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  14. De verzochte hoofdsom zal worden toegewezen zoals omdat de vervoerder heeft aangegeven deze te aanvaarden. De wettelijke rente over de hoofdsom is als onbetwist eveneens toewijsbaar. 4.
  15. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal - worden afgewezen. De passagiers hebben immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan de passagiers vergoeding verzoeken, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. 4.
  16. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij grotendeels ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.
  17. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
  18. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 18 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 204,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt; 5.
  20. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.