RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/358055-24 (P) Uitspraakdatum: 31 juli 2025 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 juli 2025 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres]. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.M. van der Most, van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. A.W. Hoogland, advocaat te Den Helder, en mr. J.A. van der Lem, advocaat van de benadeelde partij, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 november 2023 tot en met 19 november 2023 te Den Helder, althans in Nederland, met [benadeelde], geboren op [geboortedatum 2], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde], te weten het een en/of meermalen:- stoppen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [benadeelde] en/of hebben van gemeenschap met die [benadeelde] en/of- stoppen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde] en/of gepijpt worden door die [benadeelde] en/of- (tong)zoenen met/van die [benadeelde]. 2Voorvragen De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 3Beoordeling van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard, met dien verstande dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het eerste gedachtestreepje. Het dossier bevat onvoldoende bewijs om de verweten geslachtsgemeenschap met aangeefster wettig en overtuigend te bewijzen. 3.3 Oordeel van de rechtbank 3.3.1 Partiële vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het lichaam van het slachtoffer met zijn penis is binnengedrongen, zodat hij van dit onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. De verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer hem heeft gepijpt en dat hij met haar heeft gezoend, maar hij ontkent dat zij geslachtsgemeenschap hebben gehad. Het slachtoffer heeft in het studioverhoor van 4 juli 2024 verklaard dat zij seks heeft gehad met de verdachte. In het studioverhoor van het slachtoffer is echter niet aan haar gevraagd wat zij precies bedoelt met ‘het hebben van seks’. Het studioverhoor is op dit punt algemeen van aard en onvoldoende specifiek. De rechtbank kan uit dit verhoor niet met voldoende zekerheid afleiden dat zij daarmee heeft gedoeld op vaginale penetratie door de verdachte. Nu zij hierover niet is bevraagd, is niet uitgesloten dat zij met ‘seks’ een andere vorm van seksueel contact heeft bedoeld. Ook de door de gezinsvoogd namens het slachtoffer gedane aangifte en de verklaring van de mentor van het slachtoffer, getuige [getuige], is niet nader gespecificeerd wat in dit verband onder de algemene aanduiding ‘seks’ moet worden verstaan. De verdachte heeft verklaard dat hij samen met het slachtoffer op filmpje 2 te zien is. Op dat filmpje is weliswaar te zien dat hij met zijn kruis korte bewegingen maakt van achteren naar voren en boven toe, tegen het kruis van het slachtoffer aan. De naakte lichamen zijn daarbij dicht tegen elkaar aan gedrukt. Deze beschrijving van de beelden is echter onvoldoende specifiek om op grond daarvan tot de conclusie te komen dat de verdachte zijn penis in de vagina van het slachtoffer heeft gebracht. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de verdachte met het slachtoffer gemeenschap heeft gehad door zijn penis in haar vagina te brengen, zodat hij van dat onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken. 3.3.2 Bewijsmiddelen De rechtbank komt op grond van de feiten en omstandigheden, die zijn opgenomen in de hierna te noemen bewijsmiddelen, tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van het bewezen verklaarde feit sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet daarop zal voor dit feit worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen: de bekennende verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 17 juli 2025 heeft afgelegd; en een proces-verbaal van bevindingen van 6 september 2024 (pagina’s 39 tot en met 57 van het procesdossier). 3.4 Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de periode van 17 november 2023 tot en met 19 november 2023 te Den Helder, met [benadeelde], geboren op [geboortedatum 2], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde], te weten het:- stoppen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde] en gepijpt worden door die [benadeelde] en - (tong)zoenen met die [benadeelde]. Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4Kwalificatie en strafbaarheid van het feit Het bewezen verklaarde levert op: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is dan ook strafbaar. 5Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar. 6Motivering van de sanctie 6.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. 6.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de context waarin het bewezen verklaarde feit zich heeft afgespeeld, waaronder dat het slachtoffer tegen de verdachte had gezegd dat zij negentien jaar was. De raadsman heeft verzocht aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 240 uren op te leggen. 6.3 Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Ernst van het feit De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een destijds vijftienjarig meisje, terwijl hij zelf negenentwintig jaar oud was. De verdachte heeft met het slachtoffer gezoend en zich door haar laten pijpen. Door zo te handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de seksuele en lichamelijke integriteit van een jong meisje. Kinderen in die levensfase moeten in hun eigen tempo leren omgaan met de ontwikkeling op seksueel gebied. Daarbij moeten zij beschermd worden tegen personen die door hun leeftijd overwicht op hen hebben. Om die reden heeft de wetgever seksueel contact tussen volwassenen en kinderen onder de zestien strafbaar gesteld. Daarnaast is algemeen bekend dat slachtoffers van seksueel misbruik daarvan vaak verregaande psychische gevolgen kunnen ondervinden. Dat het slachtoffer daadwerkelijk psychische gevolgen heeft ondervonden, blijkt uit de toelichting op de vordering tot schadevergoeding en uit de ter zitting voorgedragen slachtofferverklaring. Het slachtoffer heeft onder meer last (gehad) van slecht slapen, paniekaanvallen, concentratieproblemen en zij is gediagnosticeerd met een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS), waarvoor zij een traumatherapie heeft gevolgd. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij geen rekening heeft gehouden met het welzijn van het slachtoffer en kennelijk alleen oog heeft gehad voor het bevredigen van zijn eigen seksuele verlangens. Persoon van de verdachte Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 4 juni 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 13 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.