← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:9305

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11091222 \ CV EXPL 24-2800 Uitspraakdatum: 2 juli 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],
  2. [eiser 3], allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk ‘slot delays’ vanwege slechte weersomstandigheden en langere taxitijden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen. 1Het procesverloop 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 2 december 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) en Dallas Fort Worth International Airport (Verenigde Staten), naar Palm Springs International Airport (Verenigde Staten) met vluchtcombinatie AA6435 (hierna: BA429), AA81 en AA
  6. 2.
  7. De vervoerder heeft vlucht BA429 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn omgeboekt op een alternatieve vlucht en zijn daarom met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  8. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  9. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  10. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 900,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 163,35 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  11. Ook verzoeken de passagiers de kantonrechter om een certificaat af te geven als bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening). 3.
  12. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 300,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  13. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  15. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  16. De vervoerder voert aan dat de vlucht met 21 minuten vertraging werd uitgevoerd door buitengewone omstandigheden, namelijk ‘slot delays’ en lange taxitijden vanwege slechte weersomstandigheden. Ter onderbouwing heeft de vervoerder het vluchtrapport, ‘Initial Network Plan’ en de ‘Combined Operations Log’ overgelegd. Uit deze stukken blijkt dat er slechte weersomstandigheden waren en dat in de ochtend van 2 december het aantal vliegbeweging naar beneden is bijgesteld. Hierdoor konden er tussen de 6 en 12 vluchten minder landen per uur, dan gemiddeld. Door de slechte weersomstandigheden had de luchtverkeersleiding ‘slot delays’ opgelegd, waardoor een vertraging van 16 minuten is ontstaan (zie CFMU-rapport en vluchtrapport). De luchtverkeersleiding besluit binnen welk slot de vervoerder mag vertrekken. De vervoerder dient de slot op te volgen en mag niet toch eerder vertrekken. Daarnaast is dit niet de enige vlucht die vertraging heeft opgelopen. Uit de overgelegde ‘Short Haul Disruption’ rapport blijkt dat bijna elke korte afstandsvlucht op de dag van de vlucht met vertraging is aangekomen in de ochtend. De vlucht liep onderweg nog meer vertraging op bij het taxiën. Met betrekking tot de taxi out tijd heeft de vervoerder het ‘Seasonal Blocktimes’ rapport overgelegd met de taxi-out tijden van vlucht BA429 tussen 30 oktober 2022 en 25 maart
  17. Hieruit blijkt dat de gemiddelde taxi out tijd 14 minuten is. De vlucht in kwestie had een taxi out tijd van 22 minuten, dus 8 minuten langer dan gemiddeld. De taxi in tijd is gemiddeld 10 minuten, terwijl de taxi in tijd van de vlucht in kwestie 8 minuten was, tegen elkaar afgestreept had de vlucht in kwestie een taxi tijd van 6 minuten. 4.
  18. De passagiers betwisten dit. Ten tijde van het uitvoeren van de vlucht was er geen sprake van slechte weersomstandigheden. Ter onderbouwing hebben zij een METAR-rapport overgelegd. De overgelegde stukken tonen niet aan dat er ‘slot delays’ waren opgelegd aan de vlucht. Daarnaast is de taxitijd een onlosmakelijk onderdeel van de vluchttijd en een al dan niet opgelegd slot. 4.
  19. De kantonrechter oordeelt dat de passagiers het verweer van de vervoerder onvoldoende gemotiveerd betwist heeft. De vervoerder heeft met de overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende aangetoond dat er sprake was van slechte weersomstandigheden en dat zij daardoor ‘slot delays’ van de luchtverkeersleiding opgelegd kregen. Wanneer de luchtverkeersleiding een ‘slot delay’ oplegt, heeft de vervoerder niet de mogelijkheid om toch het geplande vluchtplan uit te voeren. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten immers altijd worden opgevolgd en is niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering van een luchtvaartmaatschappij. Daarom gaat het hierbij om (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt. 4.
  20. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers te voorkomen. De vervoerder stelt dat hij de passagiers op de eerst mogelijk vlucht heeft omgeboekt. Er konden geen andere maatregelen genomen worden, omdat er geen eerdere vluchten beschikbaar waren. De passagiers stellen dat de vervoerder onvoldoende buffertijd in de vluchtschema heeft gepland. 4.
  21. De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder moet bij de planning van een vlucht redelijkerwijs rekening houden met het risico op vertraging. In dit kader is een reservetijd van ten minste 20 minuten bovenop de minimale overstaptijd noodzakelijk. In dit geval hebben de buitengewone omstandigheden echter tot een vertraging van 21 minuten geleid. Daarom hadden de passagiers, ook als de vervoerder voldoende reservetijd in acht had genomen, de aansluitende vlucht niet meer kunnen halen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen. 4.
  22. De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  23. wijst de vordering af; 5.
  24. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  25. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.