← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:9950

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10810994 \ CV EXPL 23-3889 Uitspraakdatum: 28 augustus 2025 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Volkswagen Pon Financial Services B.V. gevestigd te Amersfoort de eisende partij gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.

  1. Bij tussenvonnis van 11 januari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van een beding uit de toepasselijke algemene voorwaarden van de eisende partij. Dit heeft zij gedaan bij akte van 1 februari 2024 (hierna: de akte). 2De verdere beoordeling 2.
  2. De eisende partij betoogt in de akte dat het rentebeding in de Aanvullende voorwaarden op de Algemene voorwaarden Keurmerk Private Lease – versie 10-06-2020niet oneerlijk is. Zij stelt dat autohuur een veel complexer product is dan het enkel verstrekken van geld of financiering, waarbij zij niet alleen te maken krijgt met de wanbetaling zelf, maar ook met voortijdig ingeleverde huurvoertuigen, inleverschades, verzekeringskwesties, kilometerafrekeningen, de inname van brandstofpassen, gedwongen inname via politie of recherchebureau, huurauto’s die zoek zijn of in beslag worden genomen, calculatie van kosten in verband met voortijdige beëindiging. Door deze complexiteit is volgens de eisende partij noodzakelijk om een grote afdeling bijzonder beheer in te richten met daarin (tientallen) gespecialiseerde medewerkers, waarmee hoge kosten gemoeid zijn. Daarnaast stelt de eisende partij dat wegens het ontbreken van zekerheden (zoals de vestiging van een pandrecht of het vragen van een forse waarborgsom) het betalingsrisico bovengemiddeld hoog is. Gelet hierop vindt de eisende partij dat een hogere rente gerechtvaardigd is. 2.
  3. De kantonrechter volgt de eisende partij niet in haar betoog. Vertragingsrente is een vorm van schadevergoeding om de nadelen die de schuldeiser ondervindt door de te late betaling door de schuldenaar te compenseren, niet om andere kosten en risico’s aan gedaagde partij door te belasten. Het door de eisende partij gestelde vormt dan ook geen rechtvaardiging voor de bedongen rente die niet alleen vele malen hoger is dan de wettelijke rente ten tijde van het sluiten van de overeenkomst maar ook hoger dan de wettelijke handelsrente. De kantonrechter blijft daarom bij wat in het tussenvonnis is overwogen en vernietigt het beding. Dit betekent dat de eisende partij ook geen recht heeft op de gevorderde wettelijke rente (zie r.o. 2.7 van het tussenvonnis). Wat is toewijsbaar? 2.
  4. De vordering van de eisende partij bestaat uit een bedrag van € 1.613,54 aan hoofdsom, € 169,32 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 16,25 aan rente, waarop een deelbetaling van € 486,33 in mindering strekt. 2.
  5. Van de gevorderde hoofdsom is een bedrag van € 340,53 niet toewijsbaar. Uit de factuur van 22 juli 2023 (productie 3) blijkt namelijk dat in de hoofdsom een bedrag van € 340,53 aan incassokosten is opgenomen. De gedaagde partij was op die datum echter (nog) geen incassokosten verschuldigd en deze kosten behoren ook geen deel uit te maken van de hoofdsom. 2.
  6. Omdat de deelbetaling van € 486,33 heeft plaatsgevonden binnen de termijn van de bij de dagvaarding gevoegde 14-dagenbrief van 15 augustus 2023 zal de deelbetaling volledig in mindering worden gebracht op de hoofdsom. 2.
  7. Gelet op het voorgaande resteert een hoofdsom van € 786,
  8. De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 118,
  9. De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen (zie hiervoor onder r.o. 2.2.). Conclusie en proceskosten 2.
  10. De vordering wordt grotendeels toegewezen. 2.
  11. De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  12. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 904,68; 3.
  13. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 107,84 griffierecht € 322,00 salaris gemachtigde € 135,00 ; 3.
  14. verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  15. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Als aanvulling op artikel 20 van de Algemene voorwaarde Keurmerk Private Lease.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.