← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2026:1394

RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/374258 / KG ZA 26-46 Verbetervonnis in kort geding van 6 februari 2026 in de zaak van 1 [eiser 1], te [plaats 1],

  1. [eiser 2], te [plaats 1], eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] (gezamenlijk) en afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2], advocaat: mr. D.W. Giltay Veth, tegen [gedaagde] , te [plaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], advocaat: mr. A. Bijnevelt. 1Het verzoek tot verbetering 1.
  2. Op 6 februari 2026 heeft mr. D.W. Giltay Veth namens [eisers] de voorzieningenrechter verzocht om verbetering van het op 5 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens [eisers] is in het vonnis onder 2.25 sprake van een onjuiste weergave van een feit omdat de daarin genoemde, door Eenhoorn Vastgoed c.s. opgestelde aflosnota, anders dan in 2.25 staat vermeld, juist niet beantwoordt aan het dictum van een ander vonnis – gewezen in een procedure tussen [eisers] en Eenhoorn Vastgoed c.s. – waarnaar onder 2.25 is verwezen. 1.
  3. Op 6 februari 2026 heeft mr. A. Bijnevelt namens [gedaagde] aan de voorzieningenrechter laten weten tegen toewijzing van dat verzoek te zijn omdat, kort gezegd, geen sprake is van een kennelijk, dus ook voor derden duidelijk kenbare fout. 2De beoordeling 2.
  4. Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct, ook voor derden, duidelijk is dat sprake is van een vergissing. 2.
  5. De voorzieningenrechter oordeelt dat in het vonnis van 5 februari 2026 geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het feit is in het licht van de overige vastgestelde feiten, de overwegingen en het dictum van het vonnis niet kennelijk onjuist. De voorzieningenrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook afwijzen. 2.
  6. De voorzieningenrechter wijst ten overvloede nog op het volgende. Eenhoorn Vastgoed c.s. kan geen rechten ontlenen aan een eventuele fout in de vaststelling onder 2.25 van een tussen [eisers] en Eenhoorn Vastgoed c.s. bestaande rechtsverhouding. Dat vonnis is immers niet gewezen tussen [eisers] en Eenhoorn Vastgoed c.s., maar tussen [eisers] en [gedaagde]. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  7. wijst het verzoek om verbetering van het op 5 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.