RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/031500-25 Uitspraakdatum: 18 februari 2026 Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (ex artikel 6:6:21, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)) Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 februari 2026 in de zaak tegen de veroordeelde: [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]. 1Vonnis Bij vonnis van deze rechtbank van 22 mei 2025 is aan de veroordeelde een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) opgelegd, met een proeftijd voor de duur van twee jaren en bijzondere voorwaarden, namelijk een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan diagnostisch onderzoek, verplichte ambulante behandeling met de mogelijkheid tot kortdurende klinische behandeling, een drugsverbod en meewerken aan controle op drugsgebruik, het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding en inzicht bieden in financiën. De vastgestelde proeftijd is ingegaan op 6 juni 2025. De mededeling voorwaardelijke veroordeling, als bedoeld in artikel 366a Sv, is op 12 juni 2025 aan de veroordeelde verzonden. 2Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 22 oktober 2025 gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de aan de veroordeelde voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel alsnog ten uitvoer zal worden gelegd, op grond van het feit dat de veroordeelde de aan die voorwaardelijke maatregel verbonden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. 3Procedure Op 4 februari 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. Daarbij heeft de rechtbank gehoord de officier van justitie, mr. M. Lenderink, de deskundige [naam], werkzaam als reclasseringswerker bij GGZ Fivoor Heerhugowaard, en (door middel van een telefonische verbinding) de veroordeelde en haar raadsman, mr. A.W. Hoogland, advocaat te Den Helder. 4Advies van de reclassering In de over de veroordeelde opgemaakte reclasseringsrapporten van 18 september 2025 en 21 januari 2026 valt onder andere, zakelijk weergegeven, te lezen dat de reclassering geen contact meer heeft kunnen krijgen met de veroordeelde en dat de veroordeelde zorgmijdend is. Zij is meermaals niet verschenen op afspraken en is telefonisch niet bereikbaar. Het is zorgelijk te noemen dat de veroordeelde uit contact is met zowel de reclassering als haar sociale netwerk. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog en de recidiveverhogende factoren zijn haar financiële situatie, middelengebruik, beperkte probleemoplossende vaardigheden, onttrekken aan hulpverlening en emotioneel welzijn als gevolg van relatieproblemen. Steunende en beschermende factoren zijn niet aanwezig. De reclassering ziet geen mogelijkheden meer voor het inzetten van reclasseringsinterventies binnen het kader van een voorwaardelijke veroordeling. Het opstellen van een adequaat begeleidingsplan binnen het kader van de onvoorwaardelijke ISD-maatregel (waarbij de reclassering het van belang vindt dat diagnostiek zal plaatsvinden), waarin aandacht besteed dient te worden aan alle criminogene factoren, lijkt momenteel de meeste kans van slagen te hebben. De reclassering adviseert over te gaan tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel, gezien het maatschappelijke belang, de noodzaak om overlast te beperken en de zorgbehoefte van de veroordeelde. De deskundige heeft ter terechtzitting de conclusies en het advies van de reclassering onderschreven. Zij heeft toegelicht dat de veroordeelde meerdere kansen heeft gekregen. De veroordeelde heeft met het vonnis van de rechtbank van 22 mei 2025 een laatste kans gekregen met een voorwaardelijke ISD-maatregel, in plaats van de door de reclassering geadviseerde onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Het toezicht liep in het begin van de voorwaardelijke ISD-maatregel niet goed, er werd gelijk een ander plan van aanpak gemaakt en er kwam een wijziging van de bijzondere voorwaarden. De veroordeelde zou aan de slag gaan bij Terwille Verslavingszorg, maar daar is zij meerdere keren niet komen opdagen. Het patroon van de veroordeelde blijft zorgmijdend. Er is geen contact mogelijk met de veroordeelde. Een strenger kader is nodig voor haarzelf en voor de maatschappij. 5Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft de vordering tot tenuitvoerlegging gehandhaafd. 6Standpunt van de verdediging De veroordeelde heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat het klopt dat zij zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden. Zij heeft een relatie gehad met een man die haar afhield van alle afspraken en sociale contacten. Daarnaast gebruikt de veroordeelde nog cocaïne. Dit heeft ervoor gezorgd dat zij niet naar de afspraken is gekomen. De veroordeelde wil graag nog een kans om aan te kunnen tonen dat zij de hulpverlening weer wil opstarten, het liefst binnen een langdurig klinisch traject. Daarnaast wil zij haar woning niet verliezen en is zij het contact met haar dochter weer aan het opzoeken. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 7Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft allereerst vastgesteld dat zij bevoegd is over de voorliggende vordering tot tenuitvoerlegging te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is, nu de proeftijd ten tijde van het indienen van de vordering nog niet was geëindigd. De rechtbank heeft bij de beoordeling van de vordering acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting en overweegt als volgt. Als uitgangspunt geldt dat een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf of maatregel wordt toegewezen wanneer de voorwaarden die aan die straf of maatregel zijn verbonden, worden overtreden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat de rechtbank de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel niet opportuun acht. De eerste vraag is of de veroordeelde de aan haar opgelegde bijzondere voorwaarden heeft overtreden. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Op grond van de reclasseringsadviezen en de behandeling ter terechtzitting is vast komen te staan dat de reclassering geen contact heeft kunnen krijgen met de veroordeelde en dat zij zich dan ook niet heeft gehouden aan de gestelde bijzondere voorwaarden binnen de voorwaardelijke ISD-maatregel. De tweede vraag is of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat tenuitvoerlegging niet opportuun is. De rechtbank is van oordeel dat die omstandigheden er niet zijn. De veroordeelde vertoont alleen zorgmijdend gedrag. De reclassering acht een strenger kader in de vorm van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel nodig om gedragsverandering te bewerkstelligen. Daarbij wordt het risico op recidive, en het risico op het onttrekken aan voorwaarden door de reclassering ingeschat als hoog. De rechtbank ziet, gelet op de meerdere gekregen kansen en het zorgmijdende gedrag van de veroordeelde, geen reden om de vordering niet ten uitvoer te leggen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel toewijzen. 7Beslissing De rechtbank: Wijst toe de vordering van de officier van justitie in de zaak met bovengenoemd parketnummer. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Deze beslissing is gegeven door mr. M. Rigter, voorzitter, mr. C.S. Schoorl en mr. D.J. Straathof, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr L. Verheul, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 februari 2026.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.