← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2026:1666

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 11439397 \ CV EXPL 24-4037 Uitspraakdatum: 18 februari 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: Gemeente Hoorn te Hoorn de eisende partij gemachtigde: [gemachtigde] tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.

  1. Bij tussenvonnis van 3 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om haar eerdere akte inhoudende een vermeerdering van eis aan de gedaagde partij te betekenen en om zich bij (een tweede) akte uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een rente- en een incassobeding in haar algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen. 1.
  2. In de akte heeft de eisende partij haar eerdere vermeerdering van eis ingetrokken. Daarnaast heeft zij haar eis verminderd. 2De verdere beoordeling 2.
  3. Bij akte van 1 oktober 2025 heeft de eisende partij haar vordering verminderd met de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Als gevolg hiervan staan in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden (verder) geen bedingen die verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid. 2.
  4. De (verminderde) vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. 2.
  5. Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde partij wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis. 2.
  6. De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen aktes blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat de eerste akte uit eigen beweging is genomen, maar niet is betekend en de tweede akte aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  7. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst; 3.
  8. veroordeelt de gedaagde partij om de parkeerplaats met nummer [nummer], gelegen op het terrein ten zuiden van het [naam] op het [adres] te [plaats], binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, met afgifte van de sleutels van de beugel aan de eisende partij; 3.
  9. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.650,03; 3.
  10. veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen van € 188,89 per kwartaal, voor iedere maand dat de gedaagde partij het gehuurde in gebruik heeft na de vervaltermijn van het derde kwartaal van 2024; 3.
  11. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 136,72; griffierecht € 372,00; salaris gemachtigde € 217,00; 3.
  12. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  13. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.