Rechtbank Noord-Holland – ECLI:NL:RBNHO:2026:4894
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11994375 \ CV EXPL 25-8066 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigden: mr. F.R. van Kippersluis en mr. C.H.J.M. Abeln, tegen NINA.CARE B.V., te Haarlem, gedaagde partij, hierna te noemen: Nina.care, verschenen bij [betrokkene 1], directeur.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten 2.1. [eiser] is in 2024 met Nina.care overeengekomen dat Nina.care tegen betaling van € 3.620,00 zorg zou dragen voor de full-service plaatsing van een au pair. Daarnaast heeft [eiser] bij Nina.care een verzekering afgesloten voor een bedrag van € 540,00. Deze verzekering houdt onder meer het volgende in: “The Nina.care insurance also covers the Host in the event of a rematch for a new au pair journey. The full agency fee is covered by insurance, with the exception of the search fee (€100) and visa application fee (€380) if applicable. Without this insurance, the host pays the full cost of a new Au Pair journey in the event of a rematch.”
2.2.
Na bemiddeling van Nina.care is in januari 2025 een overeenkomst tot stand gekomen tussen [eiser] en een Filipijnse au pair, [betrokkene 2]. Nina.care heeft als erkende referent van de IND een verblijfsvergunning voor [betrokkene 2] aangevraagd. [betrokkene 2] is in maart 2025 begonnen als au pair voor [eiser].
2.3.
Kort na de aankomst van [betrokkene 2] heeft [eiser] zich met meerdere klachten over [betrokkene 2] gemeld bij Nina.care. Op 2 april 2025 schrijft een medewerker van Nina.care: “Ik ben het met jullie eens dat [betrokkene 2]’s gedrag vreemd is. Het is jammer dat de screening daarin niet voldoende was en dat jullie hierdoor in deze situatie terecht zijn gekomen.”
2.4. [betrokkene 2] heeft het gezin van [eiser] na tussenkomst van Nina.care verlaten. Ter compensatie heeft Nina.care aan [eiser] een refund van € 500,00 of een volledig door Nina.care betaalde nieuwe au pair aangeboden.
2.5.
In juni 2025 heeft [eiser] met Nina.care contact opgenomen over de plaatsing van een nieuwe au pair. [eiser] heeft toen met meerdere au pairs gechat, maar zij wilden niet naar Nederland komen.
2.6.
In september 2025 heeft de IND het erkend referentschap van Nina.care ingetrokken. Nina.care kan sindsdien voor au pairs van buiten de Europese Unie niet meer de benodigde verblijfsvergunning aanvragen.
2.7. [eiser] heeft Nina.care vervolgens op 1 oktober 2025 bericht dat de overeenkomst tussen hem en Nina.care is ontbonden en verzocht om binnen veertien dagen een bedrag van € 3.620,00 terug te betalen.
3Het geschil 3.1. [eiser] vordert – samengevat – veroordeling van Nina.care tot betaling van € 3.620,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.2. [eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
3.3.
Nina.care voert verweer. Nina.care concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
3.4.
Nina.care voert het volgende aan. De afkomst van de au pair (binnen of buiten de Europese Unie) staat niet in de overeenkomst. Nina.care heeft zich gehouden aan haar informatieplicht, administratieve plicht en zorgplicht. Als onderdeel van de screening is [betrokkene 2] geïnterviewd. Nina.care kan helaas niet voorkomen dat mensen soms anders zijn dan zij zich voordoen. Er is geen grond voor de terugbetaling van de agency fee van € 3.620,00. De overeenkomst bepaalt dat de agency fee alleen in bijzondere situaties, die hier niet aan de orde zijn, wordt terugbetaald. Na de intrekking van het erkend referentschap door de IND hebben veel schuldeisers zich bij Nina.care gemeld. Als Nina.care al iets aan [eiser] moet betalen, zou Nina.care daarom een redelijke termijn voor betaling willen krijgen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling Intrekking erkend referentschap IND 4.1.
Na het vertrek van [betrokkene 2] in april 2025 had [eiser] recht op de plaatsing van een nieuwe au pair. Dat volgt uit de afgesloten verzekering (zie 2.1) en het aanbod van Nina.care (zie 2.4). [eiser] is kennelijk op dat aanbod ingegaan, aangezien hij in juni 2024 contact met Nina.care heeft opgenomen voor de plaatsing van een nieuwe au pair.
4.2.
Nina.care betwist dat overeen is gekomen dat een niet-Europese au pair geplaatst zou worden. [eiser] mocht echter – mede gelet op het feit dat de kosten voor een visumaanvraag waren inbegrepen in de prijs – verwachten dat Nina.care desgewenst een niet-Europese au pair bij hem zou plaatsen, ook na het vertrek van [betrokkene 2]. Sinds de intrekking van het erkend referentschap door de IND in september 2025 is dat niet meer mogelijk. Daarmee is het voor Nina.care in ieder geval tijdelijk onmogelijk geworden om haar verbintenis na te komen. [eiser] heeft de overeenkomst met Nina.care daarom op 1 oktober 2025 rechtsgeldig ontbonden.
4.3. [eiser] heeft, gelet op de ontbinding van de overeenkomst, recht op terugbetaling van € 3.620,00. De kantonrechter volgt [eiser] in zijn betoog dat hij aan Nina.care geen vergoeding in de zin van artikel 6:272 BW hoeft te betalen, omdat de prestaties van Nina.care voor [eiser] geen waarde hebben gehad. Het kortdurende verblijf van [betrokkene 2] is namelijk, zoals Nina.care ook erkent, problematisch verlopen.
Screening 4.4.
Aangezien uit het voorgaande al volgt dat Nina.care verplicht is tot terugbetaling van € 3.620,00, is voor de beslissing in de zaak niet meer van belang of de screening van Nina.care gebrekkig was. De kantonrechter merkt daarover nog wel het volgende op. Afgaande op de onbetwiste stellingen van [eiser], was [betrokkene 2] zonder meer ongeschikt als au pair in een Nederlands gezin met jonge kinderen. Het is Nina.care kennelijk niet gelukt om daar middels haar screening achter te komen. De kantonrechter begrijpt dat mensen zich anders kunnen voordoen dan zij zijn en dat een screening nooit waterdicht kan zijn. De screening van Nina.care lijkt zich echter te hebben beperkt tot een interview met [betrokkene 2]. Uit het verweer van Nina.care blijkt niet dat een uitgebreidere screening heeft plaatsgevonden. Dat was wel mogelijk, bijvoorbeeld door referenties van [betrokkene 2] te checken. Of het nalaten daarvan een tekortkoming van Nina.care oplevert, kan in het midden blijven.
Opeisbaarheid 4.5.
Nina.care heeft gevraagd om een redelijke termijn voor betaling, maar de kantonrechter is niet bevoegd om een dergelijke termijn te stellen. De vordering van [eiser] op Nina.care is op grond van de wet meteen opeisbaar.
Wettelijke rente 4.6.
Nina.care moet wettelijke rente betalen vanaf 16 oktober 2025, omdat Nina.care gelet op de ingebrekestelling van 1 oktober 2025 vanaf die datum in verzuim is.
Buitengerechtelijke incassokosten 4.7. [eiser] stelt buitengerechtelijke incassokosten te hebben gemaakt en vordert vergoeding daarvan. Alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. De gevorderde vergoeding is in overeenstemming met het tarief in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en is daarom redelijk. Daarom zal een bedrag van € 487,00 worden toegewezen.
Proceskosten 4.8.
Nina.care is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt Nina.care om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.620,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 16 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt Nina.care om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 487,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, 5.3. veroordeelt Nina.care in de proceskosten van € 1.107,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Nina.care niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. veroordeelt Nina.care tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sijm en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
Artikel 6:265 lid 1 en lid 2 BW.
Artikel 6:271 BW.
Artikel 6:38 BW.
Artikel 6:82 BW.
Artikel 6:96 lid 2 onder c BW.