RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10808832 \ CV EXPL 23-5054 Uitspraakdatum: 14 januari 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: LM Zorg B.V. te Zwolle de eisende partij gemachtigde: H.A.M. Over de Vest tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 27 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten hoe de prijs is overeengekomen en om zich uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over een beding in de algemene voorwaarden. 2De beoordeling Het prijsbeding 2.1. Uit de toelichting van de eisende partij blijkt dat de kosten van de behandeling(
- en)door de eisende partij worden berekend overeenkomstig de geldende tarievenlijst, zoals deze door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is vastgesteld en gepubliceerd. 2.2. De kantonrechter oordeelt dat het prijsbeding niet transparant is, omdat daarin een vindplaats naar de toepasselijke tarievenlijst van de NZa ontbreekt. Weliswaar stelt de eisende partij dat deze kosten op haar website staan vermeld, maar zonder nadere onderbouwing, zoals een schermafbeelding, blijkt dit niet uit de door haar overgelegde producties. Bovendien is het maar de vraag of de patiënt in staat is om op basis van deze tarievenlijst de prijs voor de behandeling vast te stellen. Echter, omdat de eisende partij de behandelingskosten berekent aan de hand van de door de NZa vastgestelde tarieven is naar het oordeel van de kantonrechter per definitie geen sprake van een oneerlijk beding. Het prijsbeding wordt dus in stand gelaten. De algemene voorwaarden 2.3. In haar akte heeft de eisende partij zich niet uitgelaten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over het rente- en incassokostenbeding in artikel 20 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. 2.4. Artikel 20 van de algemene voorwaarden betreft ook een rentebeding. Dat is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. Wat is toewijsbaar? 2.5. De eisende partij maakt onder meer aanspraak op vergoeding van wettelijke rente. Ter onderbouwing van haar vordering stelt de eisende partij dat de gedaagde partij in verzuim is geraakt na het verstrijken van de betalingstermijn zoals vermeld op de desbetreffende nota/factuur. Een betaaltermijn op een nota/factuur is op zichzelf echter geen fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef en onder a BW. Daarvoor is in beginsel een voor nakoming overeengekomen termijn vereist. Uit het lichaam van de dagvaarding blijkt niet dat partijen de betalingstermijn zijn overeengekomen, zodat de gedaagde partij niet na het verstrijken van deze betalingstermijn in verzuim is geraakt. 2.6. Uit de dagvaarding blijkt evenmin op welk moment de ingebrekestelling voor de laatste factuur is verzonden, zodat niet vastgesteld kan worden op welk moment de daarin opgenomen betalingstermijn is verstreken. Daarom zal de wettelijke rente over de hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding. 2.7. De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen. Conclusie en proceskosten 2.8. De vordering wordt (grotendeels) toegewezen. 2.9. De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen aktes blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze aktes op te stellen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 2.727,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 129,85; griffierecht € 487,00; salaris gemachtigde € 238,00; 3.3. verklaart de veroordeling(
- en)in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter De NZa heeft de wettelijke taak om prestaties en tarieven vast te stellen voor de zorg, die gebruikt worden voor de bekostiging van de zorg. Dit is vastgelegd in de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De NZa stelt beleidsregels vast voor het vaststellen van prestaties en tarieven en voert kostprijsonderzoeken uit om de tarieven te bepalen, met uitzondering van sectoren met vrije tarieven. De NZa stelt jaarlijks tijden en tarieven voor prestatiecodes vast en beschrijft behandelingen (prestaties) die in contracten tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders worden vastgelegd. Voor bepaalde behandelingen gelden maximumtarieven. De NZa voert ook updates uit van bekostigingen en indexeert tarieven.