RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10964414 \ CV EXPL 24-1571 Uitspraakdatum: 14 januari 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: De Vijf Meren Kliniek B.V. te Haarlem de eisende partij gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] te gemeente [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.
- Bij tussenvonnis van 27 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in dat tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen. 2De verdere beoordeling 2.
- In haar akte geeft de eisende partij aan zich te refereren aan het voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in artikel 4 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. 2.
- Artikel 4 van de algemene voorwaarden ziet ook op de wettelijke rente. Dit gedeelte van het beding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. Wat is toewijsbaar? 2.
- De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen. Conclusie en proceskosten 2.
- De vordering wordt (grotendeels) toegewezen. 2.
- De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 751,88, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 686,90 vanaf 22 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 137,38; griffierecht € 328,00; salaris gemachtigde € 135,00; 3.
- verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter