RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 24/8381 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 in de zaak tussen 1. [eiser] en [eiseres 1]uit [plaats] , 2. [eiseres 2] B.V.eisers (gemachtigde: mr. F.W. Horstman), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, het college (gemachtigde: mr. J.C. Sumter). Inleiding 1. Het gaat in deze uitspraak om de vraag of het college een omgevingsvergunning kon weigeren voor het samenvoegen van twee woningen (gemeentelijke monumenten) op het perceel [adres 1] in [plaats] . Eisers sub 1 en 2 zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. Procesverloop 2.1 Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 4 augustus 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 november 2024 op het bezwaar van eisers sub 1 en 2 is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.2 Hiertegen is door eisers sub 1 en 2 beroep ingesteld bij de rechtbank. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3 De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers sub 1, de gemachtigde van eisers, [adviseur] (adviseur omgevingsrecht namens eisers) en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de rechtbank Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 30 november 2021 Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Voorts is het tot die datum als bestemmingsplan geldende plan “Kleverpark/Frans Hals” van toepassing, dat vanaf die datum onderdeel is van het omgevingsplan. Totstandkoming van het bestreden besluit 4.1 De aanvraag ziet op het (ver)bouwen van een bouwwerk, het bouwen en/of gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan en het wijzigen van een beschermd monument. 4.2 Ter plaatse geldt het bestemmingsplan “Kleverpark/Frans Hals”. Op de betreffende gronden gelden de bestemmingen “Tuin-2” en “Wonen” met de specifieke bouwaanduiding “Specifieke bouwaanduiding – orde 2” en de dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie 5” en “Waarde – beschermd stadsgezicht”. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan waarin staat opgenomen dat gebouwen niet mogen worden samengevoegd. 4.3 Met het primaire besluit van 4 augustus 2023 heeft het college de aanvraag om een omgevingsvergunning geweigerd. Het college stelt onder meer dat zij gelet op de strijd met het bestemmingsplan heeft getoetst of zij voor de aangevraagde activiteit de vergunning alsnog kan verlenen. Dat is niet het geval wegens strijd met de goede ruimtelijke ordening, en door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit is negatief geadviseerd. Ook moet de omgevingsvergunning worden geweigerd indien de activiteit niet voldoet aan het in de monumentenverordening van de gemeente gestelde toetsingskader. De aanvraag is voorgelegd en het belang van de monumentenzorg verzet zich tegen het verlenen van de vergunning. Het college heeft zich hierbij gebaseerd op het advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed. 4.4 Eisers zijn het niet eens met de weigering en hebben op 12 september 2023 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. 4.5 Bij brief van 1 december 2023 hebben eisers de gronden van bezwaar ingediend. Op 18 december 2023 hebben eisers verzocht om aanhouding en een nieuwe aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit bouwen. 4.6 Op 3 april 2024 hebben eisers telefonisch – en op 27 mei 2024 per brief – doorgegeven dat voor de activiteit bouwen een omgevingsvergunning is verleend, de bezwaren (en het beroep) zien daarom niet meer op de activiteit “bouwen” en “gemeentelijk monument”. Het bestreden besluit 5. Met het bestreden besluit van 20 november 2024 is het college bij de weigering van de omgevingsvergunning gebleven, onder aanvulling van de motivering overeenkomstig het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften. Er is sprake van strijd met het bestemmingsplan omdat het gaat om het samenvoegen van panden, het plan past niet binnen de binnenplanse afwijking. Het college stelt, onder verwijzing naar het advies van de stedenbouwkundige, niet te willen meewerken aan het plan. Goede procesorde 6. Op 26 september 2025, dertien dagen voor de zitting, heeft de gemachtigde van eisers een uitgebreid aanvullend beroepschrift ingediend met daarbij een viertal bijlagen waaronder een tegenadvies van een planoloog van 16 pagina’s. Gelet op artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen tot 10 dagen voor de zitting nadere stukken indienen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State moeten onder nadere stukken worden begrepen stukken ter (nadere) toelichting van de eerder voorgedragen beroepsgronden. Het eerste lid van artikel 8:58 van de Awb voorziet dus niet in de mogelijkheid om nog tot tien dagen voor de zitting geheel nieuwe beroepsgronden aan te voeren of de materiële invulling van eerder slechts formeel aangeduide beroepsgronden te geven. Die mogelijkheden worden dus niet begrensd door het artikel, maar door de goede procesorde. Aldus handelend kan dus sprake zijn van strijd met de goede procesorde. De rechtbank heeft kennis kunnen nemen van deze stukken en ook het college heeft er kennis van genomen. Ter zitting is opgemerkt dat het niet mogelijk was de stedenbouwkundige mee te nemen naar de zitting. Het standpunt ter zitting is dat het college blijft bij de motivering in de beslissing op bezwaar, zonder nadere reactie op de door eisers ingediende stukken. Het college heeft niet verzocht deze stukken niet bij de beoordeling te betrekken, noch is verzocht om aanhouding. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen reden om de stukken buiten beschouwing te laten. Op de zaak betrekking hebbende stukken 7. De bestuursrechter heeft bij herhaling ondervonden dat bij de behandeling van zaken met de gemeente Haarlem , stukken die bij de behandeling door de bezwaarcommissie worden overgelegd, niet in het aan de rechtbank te overleggen procesdossier terechtkomen. Dit is ten onrechte, want dit zijn immers op de zaak betrekking hebbende stukken. Ook in deze zaak deed dit zich opnieuw voor. Ter zitting is ook vastgesteld dat de aanvraag niet compleet aan het dossier is toegevoegd. Artikel 8:42 van de Awb verplicht het bestuursorgaan om de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te sturen aan de bestuursrechter. Deze verplichting strekt er mede toe om zeker te stellen dat de rechter volledig wordt voorgelicht over de zaak. Het bestuursorgaan mag in de op de zaak betrekking hebbende stukken geen selectie maken. De beoordeling of de inhoud van het betreffende stuk voor de besluitvorming in de zaak van belang is (geweest), kan niet geschieden zonder kennisneming van die inhoud door de rechter. De ontbrekende stukken zijn met instemming van de wederpartij op 14 oktober 2025 alsnog aan de rechtbank toegezonden. Ontvankelijkheid in bezwaar 8. De rechtbank stelt aan de hand van het aanvraagformulier vast dat eiseres sub 2 [eiseres 2] B.V. niet de aanvrager van deze omgevingsvergunning is, maar slechts optrad als gemachtigde. De rechtbank constateert dat bezwaar is gemaakt door eisers sub 1 [eiser] en [eiseres 1] , maar ook door eiseres sub 2. Het college had zich in bezwaar moeten afvragen of eiseres sub 2 wel belanghebbende is bij dit besluit. Die vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Alhoewel eiseres sub 2 als architect ontegenzeggelijk een belang heeft bij deze zaak, is dat geen rechtstreeks belang dat haar tot bezwaarmaker kan maken. De rechtbank concludeert dat het college eiseres sub 2 ten onrechte in haar bezwaar heeft ontvangen. Het beroep is reeds daarom gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit in zoverre vernietigen. Doende hetgeen het college zou behoren te doen, verklaart de rechtbank eiseres sub 2 alsnog niet-ontvankelijk in haar bezwaar. De rechtbank stelt deze beslissing in zoverre in de plaats van het besluit. Bespreken van de beroepsgronden van eisers sub 1 (hierna: eisers) Is Reparatieplan C van toepassing op het perceel? 9.1 Eisers voeren aan dat Reparatieplan C (het ‘jongere’ bestemmingsplan) van toepassing is. In beide bestemmingsplannen staat een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor het samenvoegen van woningen. Door het college wordt overwogen dat omdat de voorgevels een breedte hebben van 14 meter dit de toepassing van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid belet, omdat deze maximaal 11 meter mag zijn. In Reparatieplan C is echter 15 meter toegestaan. In de toelichting op dit bestemmingsplan staat ondubbelzinnig vermeld dat het plan van toepassing is op heel Haarlem . Er staat ook in dat dit bestemmingsplan voorrang heeft boven bestaande bestemmingsplannen en bestaande voorschriften worden vervangen door de voorschriften uit Reparatieplan C. Tot slot voeren eisers aan dat de gevelbreedtevoorwaarde uitgaat van de situatie dat een aanvrager voor samenvoegingen van woningen, een gevelwijziging aanbrengt in het kader van die samenvoeging. Het gaat om visuele wijzigingen in het straatbeeld te beperken en/of beperkt mogelijk te maken. De individuele voorgevels veranderen in dit plan niet en worden niet samengevoegd tot één nieuwe voorgevel; de bestaande individuele voorgevels worden behouden waardoor niet gesproken kan worden van één totale nieuwe voorgevelbreedte. 9.2 Artikel 25.9 van Repartieplan C bepaalt dat alleen de planregels 7 en 14 zijn herzien. Uit de tabel blijkt evident dat alleen het sublid b1 wordt toegevoegd aan artikel 20.2 van het bestemmingsplan Frans Hals / Kleverpark. Als de wettekst van het Reparatieplan duidelijk is, kan de toelichting niet anders bepalen. Gelet op de tabel en de artikelen zelf moet hierin gelezen wordt dat het Reparatieplan alleen betrekking heeft op de bepaling artikel 20.2 en de toevoeging van sublid b1. De toepassing van Reparatieplan C is beperkt tot bepaalde artikelen, de bepaling over samenvoeging van panden is niet meegenomen in de wijziging. De oorspronkelijke regels uit het bestemmingsplan ten aanzien van samenvoegen blijven daarom gelden. Er kan niet binnenplans worden afgeweken, om reden dat de gevelbreedte meer dan 11 meter bedraagt. Aan de andere drie vereisten voor binnenplans afwijken wordt voldaan. 10. De rechtbank stelt vast dat de gevraagde omgevingsvergunning is geweigerd omdat het bouwplan in strijd is met artikel 20.2, aanhef en onder b, van de regels van het bestemmingsplan Kleverpark/Frans Hals waarin is bepaald dat gebouwen niet mogen worden samengevoegd. Het verlenen van medewerking aan afwijking van het bestemmingsplan is een discretionaire bevoegdheid van het college. Het bestuursorgaan heeft daarbij beoordelingsruimte: de vrijheid om binnen de wettelijke kaders voor deze situatie een eigen belangenafweging te maken. Vanwege deze beoordelingsvrijheid mag de rechtbank het besluit slechts terughoudend toetsen. Dit laat onverlet dat het besluit om deze bevoegdheid niet toe te passen een deugdelijke en dragende motivering moet bevatten. Afwijken van het bestemmingsplan 11.1.1 Eisers voeren aan dat het college in beginsel een discretionaire bevoegdheid heeft bij het afwijken van het bestemmingsplan. Deze bevoegdheid wordt echter wel beperkt door beleid en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een weigering dient het college deugdelijk te motiveren. Het advies van de commissie voor bezwaarschriften – waar het college zich op heeft gebaseerd bij het bestreden besluit – is gebrekkig. Het weigeren op een stedenbouwkundig advies omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.