← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2026:746

VONNIS TOELATING WSNP RECHTBANK NOORD-HOLLAND zittingsplaats: Haarlem afdeling: Handel, Kanton en Insolventie zaaknummer: C/15/372410 FT RK 25/961 naam rechter: mr. M.P. de Valk uitspraakdatum: 5 februari 2026 in de zaak van: [schuldenaar 1] (hierna: schuldenaar)geboren op: [geboortedatum] 1974 te [plaats 1]wonende te: [plaats 2] schuldhulpverlener: gemeente [plaats 2]. 1Samenvatting Schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaar voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen. 2Beslissing van de rechtbank De rechtbank laat schuldenaar met ingang van datum 5 februari 2026 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp gaat lopen vanaf 1 augustus 2025 en eindigt dan 18 maanden later op 1 februari

  1. 3Gevolgen voor schuldenaar Schuldenaar moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn. Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden. Als schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, komt hij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaar zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaar dan weer tot betaling dwingen. 4Redenen voor deze beslissing De rechtbank stelt vast dat schuldenaar voldoet aan de toelatingseisen. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 zal de rechtbank (ambtshalve) onderzoeken of er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de wsnp te bepalen dan het moment waarop de wsnp met dit vonnis wordt toegepast. In juli 2025 is een voorstel verstuurd naar de schuldeisers. Schuldenaar ontving gedurende het minnelijk traject een Participatiewet-uitkering. Uit de medische rapporten van 7 augustus 2025 en 8 oktober 2025 van Argonaut blijkt dat schuldenaar geadviseerd wordt om te starten met arbeidsmarkt-oriëntatie, gevolgd door het opdoen van werkervaring voor 2-3 per dag gedurende de schooltijden van zijn zoon en dan van daaruit verder opbouwen. Voorts zijn er fysieke en psychische beperkingen waar rekening mee dient te worden gehouden. Schuldenaar heeft zich aangemeld bij [bedrijf] en probeert thans vrijwilligerswerk. Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat schuldenaar gedurende het minnelijke traject zich voldoende heeft ingespannen om (op termijn) weer werkzaam te zijn in een betaalde baan. Om die reden kan schuldenaar niet worden verweten dat hij (nog) niet heeft gewerkt en/of heeft gesolliciteerd. Schuldenaar heeft blijkens de vtlb-berekening geen afloscapaciteit maar heeft desondanks in het voortraject (over het vakantiegeld 2025), eenmalig een aflossing gedaan. De rechtbank ziet in het vorenstaande aanleiding om de ingangsdatum van de termijn van de wsnp te bepalen op 1 augustus 2025 (de maand volgend op het nul-aanbod aan schuldeisers). Dat betekent dat de wsnp zal eindigen op 1 februari
  2. 5Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd Het verzoekschrift met bijlagen dat door schuldenaar is ingediend. De aantekeningen van de zitting die op 27 januari 2026 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenaar en [betrokkene] (schuldhulpverlener) verschenen. 6Andere gevolgen van dit vonnis De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.W. Koenis De rechtbank benoemt tot bewindvoerder: [bewindvoerder] .  De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen: - zolang de schuldsaneringsregeling loopt en - als er genoeg geld op de boedelrekening staat.  De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien. 7Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat. De griffier De rechter ECLI:NL:HR:2024:1913

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.