RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/079851-23 (P) Uitspraakdatum: 30 januari 2026 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 januari 2026 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 3] te [woonplaats] . De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. van Driel en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. R.J.A. Verhoeven, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: Feit 1 hij op of omstreeks 21 maart 2023 te Grootebroek, gemeente Stede Broec, een telefoon (Samsung S21) en/of autosleutels en/of huissleutels en/of een map en/of een randomreader, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - een pistool/vuurwapen te pakken en/of dit pistool/vuurwapen aan die [benadeelde] te tonen en/of dit pistool/vuurwapen door te laden, en/of - met dat pistool/vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde] te slaan, waarna die [benadeelde] op de grond terecht kwam, en/of - die [benadeelde] (met zijn armen aan elkaar) vast te binden met ducttape, en/of - ( terwijl [benadeelde] op de grond lag) zijn voet - en daarmee zijn volle gewicht - op de enkel, althans het lichaam, van die [benadeelde] te zetten, en/of - tegen die [benadeelde] te zeggen "Het is menens" en/of “Ik steek je tent in de fik" en/of "Mijn vrienden staan beneden" en/of "Ik maak je dood" en/of "Mijn vrienden staan bij je vrouw in Friesland. Als je de politie belt, maak ik je vrouw dood”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; Feit 2 hij op of omstreeks 21 maart 2023 te Grootebroek, gemeente Stede Broec, €491.000,-, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel een valse sleutel, door gebruik te maken van een bankpas en/of (een) internetbankieren (applicatie) en/of een toegangscode en/of de met (bedreiging met) geweld verkregen vingerafdruk van die [benadeelde] , zonder daartoe gemachtigd en/of gerechtigd te zijn; Feit 3 hij op of omstreeks de periode van 21 maart 2023 te Grootebroek, in elk geval in Nederland, opzettelijk [benadeelde] (in een woning gelegen aan [adres 2] ) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door - die [benadeelde] tegen zijn wil in voornoemde woning vast te houden en/of - die [benadeelde] met een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd te slaan en/of - die [benadeelde] met ducttape (met de armen tegen elkaar) vast te binden en/of - de telefoon van die [benadeelde] af te nemen en/of - die [benadeelde] (aldaar) mondeling en/of met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te bedreigen. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Beoordeling van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de verdachte integraal vrij te spreken. Daartoe heeft hij, samengevat, aangevoerd dat het door de verdachte geschetste alternatieve scenario niet als ongeloofwaardig of onaannemelijk terzijde kan worden geschoven. Dat scenario houdt samengevat in dat de aangever en de verdachte op de bewuste dag (21 maart 2023) een nieuwe geldleningsovereenkomst hadden gesloten. In dat verband heeft de aangever overeenkomsten getekend en (zelf) geld naar de verdachte overgemaakt. Tijdens de afspraak bij de aangever thuis is de aangever op enig moment onwel geworden en met zijn hoofd tegen een tafeltje gevallen. De verdachte heeft tegen het bloeden een roze doekje met ducttape tegen de hoofdwond geplakt. Bij het verlaten van de woning kwam de verdachte een persoon tegen maar daar heeft hij niets tegen gezegd. De map met leningsovereenkomsten die in de auto van de verdachte is gevonden, nam hij soms mee naar huis voor het bijwerken van zijn administratie. Het dossier bevat verder onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van de aangever. 3.3 Oordeel van de rechtbank 3.3.1 Bewijs De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen. 3.3.2 Bewijsmotivering feiten 1, 2 en 3 De rechtbank gaat uit van de verklaring van de aangever, die steun vindt in de gebruikte bewijsmiddelen, en is van oordeel dat de aan de verdachte tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Op basis van die bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 21 maart 2023 naar de woning van de aangever is gegaan en hem daar heeft overvallen en wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd. De verdachte heeft een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp op de aangever gericht, heeft dat doorgeladen en de aangever daarmee op het achterhoofd geslagen waardoor de aangever letsel heeft opgelopen en op de grond terecht is gekomen. De verdachte heeft de aangever daarna bedreigd, vastgebonden met duct-tape en hem geruime tijd op de grond laten liggen. Vervolgens heeft de verdachte vanaf de rekening van de aangever € 491.000,- overgeboekt naar zijn eigen rekening door gebruik te maken van de bankpas en of de computer en of de mobiele telefoon van de aangever, waarbij hij de aangever meerdere keren heeft geforceerd zijn vingerafdruk af te geven voor het ontgrendelen van zijn telefoon en/of applicaties op zijn telefoon. Ook heeft de verdachte vanaf de telefoon van de aangever berichten verstuurd naar zijn eigen telefoon en de aangever gedwongen om zijn handtekening onder twee geldleningsovereenkomsten te zetten. De verdachte is vervolgens vertrokken uit de woning en heeft een mobiele telefoon, een autosleutel, huissleutels, een map en een Random Reader van de aangever weggenomen. De rechtbank volgt de verdediging dan ook niet in het geschetste alternatieve scenario en schuift dat als ongeloofwaardig terzijde. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. Allereerst stelt de rechtbank vast dat de verdachte op verschillende punten wisselend en niet consistent heeft verklaard. Zo heeft hij bij de politie verklaard dat hij op 21 maart 2023 € 2.000,- contant aan de aangever heeft teruggegeven en dat hij een totaalbedrag van € 106.500,- open had staan bij de aangever in verband met een lening van € 50.000,- en een van € 56.500,-. Ten aanzien van die tweede lening heeft hij verklaard dat hij die pas in mei 2023 aan de aangever zou terugbetalen, omdat hij de auto - die hij met het van de aangever geleende geld had gekocht - nog niet had verkocht. Op de zitting heeft de verdachte echter verklaard dat enkel een bedrag van € 57.000,- openstond en dat hij dat bedrag op 21 maart 2023 contant aan de aangever heeft terugbetaald. Verder heeft de verdachte bij de politie verklaard dat hij met de aangever op 21 maart 2023 heeft afgesproken een nieuwe lening van € 600.000,- af te sluiten en dat daarvoor drie leningsovereenkomsten waren opgesteld van elk € 200.000,-, terwijl de verdachte op de zitting heeft verklaard dat het ging om een lening van € 491.000,-. Ook heeft de verdachte wisselende verklaringen afgelegd over de tijd en plaats van het opstellen van de drie leningsovereenkomsten. Dat volgens de verklaring van de verdachte, hij met de aangever een nieuwe lening was overeengekomen in verband waarmee drie leningsovereenkomsten voor een totaalbedrag van € 600.000,- met wederzijds goedvinden waren opgesteld, acht de rechtbank onaannemelijk in het licht van diverse onderzoeksbevindingen. Daaruit is namelijk het volgende gebleken. De opmaak en de inhoud van de drie leningsovereenkomsten zijn sterk afwijkend ten opzichte van eerdere leningsovereenkomsten tussen de aangever en de verdachte. Al die eerdere leningsovereenkomsten, die steeds één A4 besloegen, komen qua indeling, stijl en lettertype met elkaar overeen, terwijl diverse daarin opgenomen gegevens op de drie in de laptoptas in de auto van de verdachte aangetroffen leningsovereenkomsten ontbreken (zoals de bedrijfsgegevens van [bedrijf 1] , de datum van verstrekking van de lening, het rentebedrag, het onderpand en de einddatum van de looptijd). Daarbij komt dat slechts twee van de drie leningsovereenkomsten enkel door de aangever zijn getekend, dat die handtekeningen slordig zijn gezet en ook afwijken van de handtekening van de aangever op eerdere geldleningsovereenkomsten. Deze slordig gezette handtekening op twee van de drie geldleningsovereenkomsten past overigens bij de verklaring van de aangever die heeft gezegd dat hij zijn handtekening op die overeenkomsten door wat hem overkwam bewust zo kinderlijk mogelijk heeft gezet. Dat het onaannemelijk is dat de aangever voornemens was de verdachte op 21 maart 2023 een groot geldbedrag te lenen, volgt ook uit de inhoud van de tussen de aangever en de verdachte gewisselde WhatsAppgesprekken in de weken ervoor. Daaruit volgt namelijk dat de aangever de verdachte juist had laten weten dat hij eerst al het aan hem geleende geld (voor 21 maart) retour wilde krijgen en dat dit voor hem “zéér belangrijk” was in verband met noodhulp aan zijn familie. Uit de inhoud van die berichten valt naar het oordeel van de rechtbank af te leiden dat de aangever wilde dat de verdachte eerst openstaande leningen aan hem terugbetaalde, alvorens weer nieuwe leningen aan de verdachte te verstrekken, Ook in dit licht bezien, is het onaannemelijk dat de aangever vervolgens op 21 maart 2023, terwijl hij nog niet al het aan de verdachte geleende geld had teruggekregen en hij geld aan zijn familie wilde uitlenen, opnieuw een bedrag van € 600.000,- in het kader van een geldlening aan de verdachte heeft willen verstrekken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het saldo op de rekening van aangever op die bewuste dag ook niet toereikend was om een overboeking in deze orde van grote te kunnen doen, terwijl uit een analyse van de bankrekening van de aangever is gebleken dat de aangever altijd zorgde voor een toereikend saldo als hij overboekingen deed van grote geldbedragen. Bovendien volgt uit dat onderzoek dat bij soortgelijke transacties (van hogere bedragen) dergelijke overboekingen verliepen via de bankrekening van WFO netwerk notarissen en dat daarbij telkens – anders dan bij de overboeking van het bedrag van € 491.000,- het geval is – een nummer in de omschrijving werd opgegeven. De rechtbank acht het in dit verband ook volstrekt ongeloofwaardig dat de aangever en de verdachte naar elkaar een bericht hebben verstuurd over de gedane betaling op een moment dat zij nog bij elkaar waren. Om 17.23 uur is met de telefoon van de aangever naar de telefoon van de verdachte het bericht verzonden: “Als goed staat geld op je rekening 411000 zo als de afspraak. Ik weens je goede zaken er mee Gr [benadeelde]”, waarop de verdachte om 17.25 uur heeft teruggestuurd: “Heb al gezien. Bedankt voor de steun en vertrouwen”. Uit de GPS Fixs van de telefoon van de verdachte blijkt echter dat het toestel zich op dat moment nog in, of in de directe nabijheid van de woning van de aangever bevond. De verdachte heeft geen plausibele verklaring gegeven waarom ze elkaar berichten hebben gestuurd over de overboeking terwijl ze nog bij elkaar waren. Het bedrag van € 411.000,- dat in het bericht wordt genoemd, strookt bovendien niet met het bedrag dat vanaf de bankrekening van de aangever is overgemaakt naar de bankrekening van de verdachte, namelijk een bedrag € 491.000,-. Ook neemt de rechtbank in dit verband in aanmerking dat uit onderzoek is gebleken dat het taalgebruik en de grammatica in het bericht dat met de telefoon van de aangever is verstuurd, afwijkt van eerder door de aangever verstuurde berichten, terwijl dat juist wel past bij eerdere berichten afkomstig van de verdachte. De verklaring van de verdachte dat hij de mobiele telefoon van de aangever niet heeft afgepakt en ook niet heeft meegenomen, strookt evenmin met de onderzoeksbevindingen. Uit onderzoek naar de locatiegegevens van de telefoon van de verdachte is de route zichtbaar geworden die hij na zijn vertrek uit de woning heeft gereden. Die route is vergeleken met de locatiegegevens van de mobiele telefoon van de aangever. Gebleken is dat de mobiele telefoon van de aangever die avond om 20:55:54 uur contact heeft gemaakt met een zendmast aan de Sluisweg te Enkhuizen, een locatie die past bij de route die de verdachte die bewuste avond heeft gereden, terwijl de aangever dat zelf niet kan zijn geweest omdat hij toen in het ziekenhuis lag. Dat de verdachte in het door hem geschetste scenario de map met geldleningen die in zijn auto lag, mee mocht nemen van de aangever, is onlogisch gelet op het feit dat de aangever heeft verklaard dat hij die map nooit uitleende aan de verdachte en beschouwde als zijn “bewijsdossier”; daarin zaten juist de bewijzen van de leningen die hij had aan de verdachte had verstrekt. Het scenario van de verdachte strookt verder ook niet met de verklaring van getuige [getuige] . Anders dan de verdachte heeft verklaard, heeft hij volgens haar verklaring toen hij de woning verliet tegen haar gezegd dat de aangever nog druk was, dat er nog mensen boven waren en dat zij over een half uurtje maar terug moest komen. Het viel de getuige bovendien op dat de autolichten van de Nissan van de aangever aangingen terwijl de verdachte in een andere auto (zijn Skoda) stapte. Dit past bij de verklaring van de aangever dat zijn autosleutel ook weg was. Toen zij vervolgens kort daarna de aangever bij de voordeur zag, trof zij hem zichtbaar in paniek aan waarbij hij riep dat zij 112 moest bellen. De verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij een doekje met duct-tape op de wond op het hoofd van de aangever heeft geplakt, laat zich niet goed verenigen met de conclusie van het Nederlands Forensisch Instituut dat de bevindingen van het onderzoek waarschijnlijker zijn als de hypothese waar is dat de tape is gebruikt om het slachtoffer bij de polsen vast te binden, dan dat de hypothese waar is dat de tape is gebruikt om het roze doekje op de hoofdwond te fixeren. Ten slotte overweegt de rechtbank dat uit het onderzoek van de telefoon van de verdachte is gebleken dat de verdachte ook een motief voor de tenlastegelegde feiten had; ten tijde van de feiten verkeerde hij namelijk in financiële problemen. Zo werden in zijn telefoon aanmaningen aangetroffen, opeenstaande vorderingen van schuldeisers, een aankondiging tot faillissementsaanvraag en openstaande boetes. Conclusie In het licht van alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, schuift de rechtbank het door de verdachte geschetste alternatieve scenario als ongeloofwaardig en onaannemelijk terzijde. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de verdediging en komt tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte op 21 maart 2023 zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. 3.4 Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat Feit 1 hij op 21 maart 2023 te Grootebroek, gemeente Stede Broec, een telefoon (Samsung S21) en een autosleutel en een huissleutel en een map en een Random Reader die toebehoorden aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - een pistool/vuurwapen/een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te pakken en dit pistool/vuurwapen/een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [benadeelde] te tonen en dit pistool/vuurwapen/een op een vuurwapen gelijkend voorwerp door te laden, en - met dat pistool/vuurwapen/een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [benadeelde] te slaan, waarna die [benadeelde] op de grond terecht kwam, en - die [benadeelde] met zijn armen aan elkaar vast te binden met ducttape, en - terwijl [benadeelde] op de grond lag zijn voet - en daarmee zijn volle gewicht - op de enkel, althans het lichaam, van die [benadeelde] te zetten, en - tegen die [benadeelde] te zeggen "Het is menens" en “Ik steek je tent in de fik" en "Mijn vrienden staan beneden" en "Ik maak je dood" en "Mijn vrienden staan bij je vrouw in Friesland. Als je de politie belt, maak ik je vrouw dood”. Feit 2 hij op 21 maart 2023 te Grootebroek, gemeente Stede Broec, €491.000,-, dat toebehoorde aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door gebruik te maken van een bankpas en/of (een) internetbankieren (applicatie) en/of een toegangscode en/of de met (bedreiging met) geweld verkregen vingerafdruk van die [benadeelde] , zonder daartoe gemachtigd en/of gerechtigd te zijn. Feit 3 hij op 21 maart 2023 te Grootebroek, opzettelijk [benadeelde] in een woning gelegen aan [adres 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, door - die [benadeelde] tegen zijn wil in voornoemde woning vast te houden en - die [benadeelde] met een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd te slaan en - die [benadeelde] met ducttape met de armen tegen elkaar vast te binden en - de telefoon van die [benadeelde] af te nemen en - die [benadeelde] aldaar mondeling en met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te bedreigen. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op: Feit 1: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren Feit 2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel Feit 3: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar. 5Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 6Motivering van de sanctie 6.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. 6.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht om geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de periode die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. 6.3 Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De ernst van de feiten De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woningoverval waarbij geld is weggenomen door middel van een valse sleutel en een wederrechtelijke vrijheidsberoving. De verdachte en het slachtoffer – die zakenrelaties van elkaar waren – hadden afgesproken bij de woning van het slachtoffer, waar de verdachte een deel van zijn schuld aan het slachtoffer zou aflossen. Eenmaal in de woning heeft de verdachte het slachtoffer op gewelddadige wijze beroofd van onder andere een geldbedrag van € 491.000,-. Daarbij heeft de verdachte een vuurwapen (of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) uit zijn tas gehaald, dit wapen doorgeladen en tijdens een worsteling het slachtoffer hiermee op zijn hoofd geslagen. Het slachtoffer is hierdoor op de grond gevallen. Terwijl het slachtoffer met een hoofdwond op de grond lag heeft de verdachte de armen van het slachtoffer aan elkaar gebonden met duct-tape. De verdachte heeft het slachtoffer meer dan één uur op de grond gehouden waarbij de verdachte op het lichaam van het slachtoffer heeft gestaan en het slachtoffer meerdere keren heeft gedwongen zijn vingerafdruk te geven. Later is gebleken dat de verdachte hiermee door middel van internetbankieren grote geldbedragen van het slachtoffer heeft weggenomen. Het slachtoffer werd gedurende de overval bedreigd, waarbij de verdachte onder andere heeft gezegd “Ik maak je dood" en "Mijn vrienden staan bij je vrouw in Friesland. Als je de politie belt, maak ik je vrouw dood”. De verdachte heeft dit kennelijk gedaan met het motief om snel veel geld tot zijn beschikking te krijgen zonder zich te bekommeren over de ernstige gevolgen voor het slachtoffer. Hij heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, temeer omdat een woning bij uitstek de plaats is waar mensen zich veilig moeten kunnen voelen. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke gewelddadige overvallen langdurige nadelige psychische en traumatische gevolgen voor slachtoffers kunnen hebben. Dat is ook in deze zaak het geval, zo blijkt uit de toelichting op de vordering tot schadevergoeding en uit de namens het slachtoffer op de zitting voorgedragen verklaring. Dergelijke overvallen behoren daarnaast tot de categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. Persoon van de verdachte Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte, gedateerd 15 september 2025, waaruit blijkt dat hij in de afgelopen vijf jaren niet voor soortelijke vermogens- en geweldsdelicten onherroepelijk is veroordeeld. De rechtbank slaat verder acht op het reclasseringsadvies van 9 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.