Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Rechtbank Noord-Holland – ECLI:NL:RBNHO:2026:849

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/059943-25, 15/174914-25 en 15/254571-25 (gev. ttz.) (P) Uitspraakdatum: 2 februari 2026 Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 november 2025 en 2 februari 2026 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats], overleden op [overlijdensdatum] 2025 te [overlijdensplaats].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A.M.H.G. Peters en van het standpunt van de raadslieden van de verdachte, mr. M.D. Balesar en mr. D.E. de Boer, beiden advocaat te [geboorteplaats].

1Tenlastelegging Aan de verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich in de zaken met de parketnummers 15/059943-25 en 15/254571-25 heeft schuldig gemaakt aan ontucht met minderjarige jongens. In de zaak met parketnummer15/174914-25 wordt de verdachte verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan het bezit van kinderpornografisch materiaal.

De volledige tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2Ontvankelijkheid van de officier van justitie De rechtbank heeft vastgesteld dat in het dossier een informatiestaat SKDB-persoon van de Justitiële Informatiedienst van 14 november 2025 is opgenomen, waaruit blijkt dat de verdachte op [overlijdensdatum] 2025 te [overlijdensplaats] is overleden.

Volgens artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering door de dood van verdachte vervallen. De officier van justitie zal daarom - overeenkomstig haar vordering - niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.

3Vorderingen benadeelde partij Aangezien de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging, kan de rechtbank de benadeelde partijen, bekend bij alle procesdeelnemers onder de nummers 1 tot en met 9, evenmin ontvangen in de vorderingen.

4Beslissing De rechtbank: verklaart de officier van justitie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in de vervolging; verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. M. Hoendervoogt, voorzitter, mr. C.H. de Jonge van Ellemeet en mr. H. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M.N. de Bruijn, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 februari 2026.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.