RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/371574 / JU RK 25-1587 Datum uitspraak: 23 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Haarlem, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 10 november 2025; de email van de moeder, ontvangen op 22 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari
- Daarbij was aanwezig: - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . De moeder is, met bericht van afwezigheid, niet ter zitting verschenen. 1.
- De kinderrechter heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven, maar hij heeft daar geen gebruik van gemaakt. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- [de minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder ( [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te [plaats] ). 2.
- De kinderrechter heeft bij beschikking van 25 januari 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling steeds is verlengd en nu nog duurt tot 25 januari
- 2.
- Bij beschikking van 25 januari 2024 heeft de kinderrechter tevens een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, welke machtiging steeds is verlengd en nu nog duurt tot 25 januari
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot het moment dat hij meerderjarig is. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot hij meerderjarig is. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- De GI heeft het verzoek als volgt toegelicht. Er zijn nog steeds zorgen over [de minderjarige] . Gebleken is dat hij onvoldoende in staat is om zelfstandig structuur aan te brengen in zijn dagelijks leven. Dit heeft onder meer geleid tot schoolverzuim, een terugval in cannabisgebruik en onvoldoende zelfzorg ten aanzien van zijn diabetes. Daarnaast kampt [de minderjarige] met somberheid en is in het verleden ADHD vastgesteld. [de minderjarige] heeft moeite met het nakomen van afspraken. Het lukt hem regelmatig niet om op school te komen. Ook lukt het hem niet om baantjes te behouden. Op de woongroep is [de minderjarige] de afgelopen periode weinig aanwezig geweest. Hij verblijft vaak bij zijn broer, die een verstandelijke beperking heeft en ook cannabis gebruikt. [de minderjarige] logeert soms bij zijn moeder. Beiden zijn het er over eens dat een traject richting zelfstandigheid het beste is voor [de minderjarige] . Recent is een coach van Bureau Mars ingezet, die [de minderjarige] probeert te motiveren voor een dagbesteding en gesprekken voert over zijn somberheid. Ondanks alle zorgen komt [de minderjarige] niet in al te grote problemen vanwege zijn vaardigheden. Hij heeft probleembesef, maar het lukt hem niet om in beweging te komen. 3.
- De GI heef hier ter zitting desgevraagd aan toegevoegd dat de regie van de GI de komende maanden nog nodig is voor de overgang van de huidige plek van [de minderjarige] onder de Jeugdwet naar beschermd wonen onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Dit is financieel lastig en de plekken zijn bovendien schaars. Wanneer de maatregelen niet verlengd zouden worden, komt [de minderjarige] op een wachtlijst en is hij voor zijn achttiende niet aan de beurt. De GI zal de komende periode een borgingsplan opstellen, waarbij ook het wijkteam en de twee coaches van [de minderjarige] betrokken zijn. De GI zal [de minderjarige] daarnaast zo veel mogelijk motiveren om zelf de regie te pakken. Het is van belang dat [de minderjarige] in beweging komt. 4De standpunten 4.
- De moeder heeft de kinderrechter bericht dat zij geen aanmerkingen op het verzoek heeft. 5De mening van de minderjarige 5.
- Uit het bericht van de moeder blijkt dat [de minderjarige] niets aan het verzoek wil toevoegen. 6De beoordeling 6.
- De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 6.
- De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat de zorgen om [de minderjarige] nog steeds niet zijn weggenomen. Hij heeft nog steeds geen structurele schoolgang of andere vorm van dagbesteding, er zijn zorgen over zijn zelfzorg rondom zijn diabetes en zijn somberheid en [de minderjarige] gebruikt nog steeds cannabis. Ondanks de inzet van hulpverlening en de wil om de situatie te veranderen, lukt het [de minderjarige] niet om in beweging te komen. 6.
- De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De moeder en [de minderjarige] zijn wel bereid, maar onvoldoende in staat om de bedreiging in de ontwikkeling zelfstandig weg te nemen. Nu [de minderjarige] over een paar maanden achttien wordt en hij dan niet meer onder de Jeugdwet valt, is het van belang dat de komende maanden gewerkt wordt aan de overgang naar begeleid wonen. De betrokkenheid van de GI is dan ook nog noodzakelijk voor de benodigde regie hierin, alsmede als het gaat om het motiveren van [de minderjarige] om zelf meer de regie te pakken en hem te begeleiden naar zelfstandigheid. 6.
- De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot het moment dat hij meerderjarig wordt, te weten tot [datum] . 6.
- Gelet op het voorgaande is ook de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De moeder en [de minderjarige] zijn het er al enige tijd over eens dat terug naar de moeder geen optie meer is. Het is van belang dat de komende maanden voortvarend wordt ingezet op de overgang naar begeleid wonen De kinderrechter verlengt daarom ook de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot het moment dat hij meerderjarig is, te weten tot [datum] . 6.
- De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. 6.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 7De beslissing De kinderrechter: 7.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] ; 7.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] ; 7.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Fröberg als griffier, en op schrift gesteld op 29 januari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW. Artikel 2 Besluit gezagsregisters.