beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen Meervoudige wrakingskamer Zaaknummer / rekestnummer: C18 / 143452 / PR RK 13-355 Datum beslissing: 11 oktober 2013 Beslissing op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van 1de vennootschap onder firma Zorgkwekerij Hof van Arcadia v.o.f., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats], [adres], 2 [A], vennoot gedaagde sub 1, wonende te[woonplaats], [adres], 3 [B], vennoot gedaagde sub 1, wonende te[woonplaats], [adres], verzoekers, gemachtigde mr. J. Hielkema, advocaat te Leek. 1De procedure 1.1 Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak van stichting Stichting Agrarisch Opleidingscentrum Terra tegen de vennootschap onder firma Zorgkwekerij Hof van Arcadia v.o.f., [A], vennoot van voornoemde v.o.f., en [B], eveneens vennoot van voornoemde v.o.f., heeft de raadsman van verzoekers een mondeling verzoek ingediend tot wraking van mr. C. van den Noort, kantonrechter bij deze rechtbank, waarbij verzoekers als partij zijn betrokken. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. 1.2 Mr. Van den Noort heeft bij e-mail d.d. 17 september 2013 aangegeven niet te berusten in het wrakingsverzoek. 1.3 Het wrakingverzoek is ter zitting van de wrakingskamer d.d. 27 september 2013 behandeld door mr. P. Molema, voorzitter en mrs. J. de Vroome en A.S. Venema-Dietvorst, leden. Verzoekers zijn ter zitting vertegenwoordigd door de [A], bijgestaan door mr. Hielkema voornoemd. Ter zitting heeft mr. Hielkema het verzoek toegelicht. Mr. Van den Noort is eveneens ter zitting verschenen en heeft ter zitting op het verzoek gereageerd. 2Het standpunt van verzoekers De rechterlijke onpartijdigheid is ernstig in het geding doordat mr. Van den Noort blijk heeft gegeven van een buitengewoon slechte dossierkennis, alsmede van vooringenomenheid. Mr. Van den Noort kende niet de volledige naam van de stagiaire op wie de zaak betrekking had en evenmin het onderscheid in de opleidingen, te weten de door [A] aangeboden opleiding tot assistent-hovenier en de door Terra Next aangeboden opleidingen tot aankomend hovenier, hovenier en vakbekwaam hovenier. Daarnaast had mr. Van den Noort niet paraat dat de van het dossier deel uitmakende offerte getekend was. Ondanks de slechte dossierkennis heeft mr. Van den Noort echter wel de crux van de zaak bepaald, te weten dat door de[A] geen contact was opgenomen met Terra Next. Voorts gaf hij na een antwoord van de[A] aan dat hij het “apart” vond. Door zijn mimiek en houding ter zitting leek het alsof mr. Van den Noort zijn oordeel al klaar had, hetgeen volgens verzoekers bevestiging vindt in het volstrekt onvolledige beeld dat het proces-verbaal van de zitting geeft van de gang van zaken op de zitting. In het proces-verbaal zijn de opmerkingen en oordelen van mr. Van den Noort geheel weggelaten. Verzoekers hebben er absoluut geen vertrouwen in dat mr. Van den Noort nog tot een zorgvuldige afweging en beoordeling kan komen. 3Het standpunt van mr. Van den Noort Mr. Van den Noort heeft aangegeven niet in de wraking te berusten, omdat hij niet bevooroordeeld was. Mr. Van den Noort heeft kritische vragen gesteld en de[A] voorgehouden dat er omstreeks mei / juni 2011 wel contact was opgenomen met [C], maar in het najaar niet. Deze vraag stelde mr. Van den Noort in het licht van de stelling dat de[A] onrechtmatig zou hebben gehandeld door zelf de opleiding te gaan verzorgen. Mr. Van den Noort acht zich vrij tijdens een inlichtingencomparitie kritische vragen te stellen, ook als daarbij de vinger op de zere plek wordt gelegd. Hij heeft ook in het belang van de behandeling de crux van de zaak benoemd. Mr. Van den Noort wist de achternaam van de stagiaire niet, de voornaam wel. Dat hij niet wist dat de offerte getekend was, was een vergissing. Mr. Van den Noort is van mening dat dat voor kan komen en dat het juist aan partijen en hun gemachtigde is daar ter zitting op te wijzen. Volgens mr. Van den Noort had hij de zaak goed voorbereid en stond het geschil hem helder voor ogen. Het verzoek tot wraking is tijdens de behandeling op deze twee punten gegrond en niet op de houding, mimiek en het gebruik van woorden als “apart”. Het is voor mr. Van den Noort niet duidelijk waar in dat verband op wordt gedoeld. De subjectieve beleving hiervan van verzoekers is in ieder geval niet relevant. Het proces-verbaal van de zitting bevat de standpunten van partijen en geen letterlijke weergave van hetgeen ter zitting is besproken, zoals te doen gebruikelijk. 4Beoordeling 4.1 Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 4.2 Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, EVRM geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen. 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.