beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen Meervoudige wrakingskamer Zaaknummer / rekestnummer: C18/143672/PR RK 13-379 Datum beslissing: 30 september 2013 Beslissing op het mondelinge verzoek van [A] en [B], beiden wonende te[woonplaats], [adres], verder te noemen [A] en [B], tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). 1Het procesverloop 1.1 Mr. W.Chr. de Roos heeft namens [A] op de zitting van 30 september 2013 een verzoek tot wraking ingediend van mr. E.W. van Weringh als jongste lid van de meervoudige strafkamer die de strafzaken onder parketnummers 18/670149-12 en 18/670150-12 tegen [A] en [B] behandelt. Mr. P. van Jaarsveld heeft zich namens [B] bij dit wrakingsverzoek aangesloten. 1.2 Op 30 september 2013 zijn de verzoeken van [A] en [B] tot wraking behandeld ter zitting van de wrakingskamer van de rechtbank. Ter zitting hebben mrs. De Roos en Van Jaarsveld hun verzoeken toegelicht. Mr. Van Weringh heeft aangegeven dat hij niet berust in de wrakingsverzoeken en heeft zijn standpunt ter zitting mondeling toegelicht. Voorts is de officier van justitie gehoord. Na beraad in raadkamer heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan. 2Het standpunt van [A] en [B] Door de wijze waarop mr. Van Weringh zijn vragen aan [A] inleidde heeft mr. Van Weringh er volgens mr. De Roos blijk van gegeven niet onpartijdig te zijn. Mr. Van Weringh verwees namelijk naar een eerdere zaak van [A], die is behandeld door de meervoudige kamer waarvan mr. Van Wering voorzitter was. De strekking van de inleiding door mr. Van Weringh was volgens mr. De Roos “Denk erom, ik ken je van de vorige zaak”. Mr. Van Weringh heeft hierdoor laten blijken dat hij conclusies met betrekking tot de onderhavige zaak trekt uit het vorige dossier. Mr. Van Jaarsveld heeft zich bij het wrakingsverzoek van mr. De Roos aangesloten, stellende dat uit de door mr. Van Weringh gebruikte woorden “nog steeds” (de schijn van) vooringenomenheid moet worden afgeleid. Mr. Van Jaarsveld had deze bewoordingen graag opgenomen gezien in het proces-verbaal dat door de meervoudige strafkamer is opgemaakt naar aanleiding van het verzoek tot wraking. Aangezien de meervoudige strafkamer daartoe niet was genegen, heeft mr. Van Jaarsveld de wrakingskamer verzocht de behandeling van de wrakingsverzoeken aan te houden teneinde een uitgebreider proces-verbaal te laten opmaken door de meervoudige strafkamer. 3Het standpunt van mr. Van Weringh Mr. Van Weringh stelt met verbazing te hebben kennisgenomen van de wrakingsverzoeken. Hij heeft inderdaad als voorzitter van een meervoudige strafkamer geoordeeld over een eerdere zaak van [A]. In het dossier van de onderhavige zaak is veelvuldig verwezen naar deze eerdere zaak. Ter zitting van de meervoudige strafkamer heeft hij niet meer gedaan dan citeren uit het onderhavige dossier en [A] vragen daarop te reageren. Ter inleiding van die vraag heeft hij inderdaad gememoreerd dat hij de vorige zaak kende. Woorden als “denk erom” en “nog steeds” heeft hij niet gebruikt, aldus mr. Van Weringh. 4De beoordeling 4.1 Alvorens inhoudelijk op de wrakingsverzoeken in te gaan dient de rechtbank te beslissen op het verzoek van mr. Van Jaarsveld om de behandeling van die wrakingsverzoeken aan te houden teneinde de meervoudige strafkamer in de gelegenheid te stellen de behandeling van de strafzaken te heropenen en een uitgebreider proces-verbaal op te stellen. 4.2 De rechtbank wijst dit verzoek tot aanhouding en terugverwijzing naar de meervoudige strafkamer af. Van een griffier kan niet worden verlangd dat al hetgeen ter zitting wordt besproken letterlijk wordt vastgelegd. Bovendien heeft mr. Van Jaarsveld zelf ook aangegeven niet meer exact te kunnen reproduceren wat er is gezegd, zodat er altijd een verschil van mening zal blijven bestaan over wat er nu precies is gezegd. De rechtbank zal daarom hierna een inhoudelijk oordeel geven over de wrakingsverzoeken. 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.