RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Leeuwarden zaak-/rolnummer: 431906 \ CV EXPL 13-3124 vonnis van de kantonrechter d.d. 10 december 2013 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROXIMEDIA NEDERLAND B.V. tevens h.o.d.n. BeUp, gevestigd te Utrecht, eiseres, gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen [A], wonende te [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. R.H. Hulshof. Partijen zullen hierna Proximedia en[A] worden genoemd. Procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis van 6 augustus 2013 - het proces-verbaal van comparitie van 25 oktober 2013 - het faxbericht van mr. Hulshof van 19 november 2013 naar aanleiding van het proces-verbaal van comparitie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. Motivering 2.De feiten 2.1. Partijen hebben op 27 september 2011 een overeenkomst voor internet prestaties met een publicitair karakter gesloten voor de duur van 24 maanden, uit hoofde waarvan Proximedia zich heeft verplicht diensten aan[A] te leveren. Deze (internet)diensten bestonden blijkens de overeenkomst uit het product "SEA", uit hoofde waarvan Proximedia met advertenties van[A] een campagne voor[A] aanmaakt bij een zoekmachine, in dit geval Google, en dat zij de campagne beheert en opvolgt. 2.2. Proximedia heeft[A] gedurende de periode van november 2011 tot en met mei 2012 voor een bedrag van in totaal € 1.949,22 facturen gezonden. Deze zijn door[A] onbetaald gelaten. 2.3. Proximedia heeft de overeenkomst bij brief van 4 september 2011 buitengerechtelijk ontbonden, zich daarbij beroepend op artikel 10.1.2 van de overeenkomst waarin het volgende is bepaald: "In alle gevallen van contractbreuk door de Abonnee, anders dan op grond van een toerekenbaar tekortschieten van BeUp in de nakoming van haar verbintenis is deze gehouden om aan BeUp de daaruit voor BeUp voortvloeiende schade te vergoeden. Deze schade wordt geraamd op een som die gelijk is aan minimum 40% van de nog niet vervallen maandelijkse bijdragen voor de nog lopende periode." 3.Het standpunt van Proximedia 3.1. Proximedia vordert bij dagvaarding[A] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.540,42 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente, tot 16 april 2013 berekend op € 202,15, en met buitengerechtelijke incassokosten ad € 531,06. Proximedia baseert haar vordering op de hierboven vermelde vaststaande feiten en voorts op het volgende. Proximedia is haar verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst nagekomen. Uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst is[A] maandelijks een bedrag van € 278,46 inclusief btw en eenmalige dossierkosten van € 90,00 aan Proximedia verschuldigd.[A] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenis tot betaling van de aan hem gezonden facturen voor een bedrag van in totaal € 1.949,22. Daarnaast vordert Proximedia vanwege de vroegtijdige ontbinding van de overeenkomst door Proximedia met een beroep op artikel 10 van de overeenkomst een verbrekingsvergoeding van 40% van de nog niet vervallen maandelijkse termijnen. Op het moment van de vroegtijdige ontbinding van de overeenkomst, had deze nog een resterende looptijd van 17 maanden. Daarbij gaat het om termijnbedragen van elk € 234,00 (exclusief btw) en om in totaal 17 maanden maal 40%. Het daarmee gemoeide bedrag van € 1.591,20 wordt door Proximedia gevorderd. 3.2. In reactie op het verweer van[A] betwist Proximedia dat de vertegenwoordiger tegen[A] gezegd zou hebben dat dezelfde resultaten zouden kunnen worden behaald voor een aanzienlijk lager bedrag per maand. Het standpunt van[A] 3.3.[A] heeft zich tegen de vordering van Proximedia verweerd met de stelling, dat er naar aanleiding van een telefoongesprek een vertegenwoordiger bij hem langs is geweest en dat daarbij voorgehouden is dat voor de helft van de kosten van de reeds bestaande campagne een beter resultaat zou worden behaald.[A] vernietigt de overeenkomst wegens bedrog, omdat Proximedia door het opzettelijk doen van onjuiste mededelingen ("wij doen het voor de helft en beter")[A] bewogen heeft om de overeenkomst aan te gaan. Voorts beroept[A] zich op dwaling, nu hij de overeenkomst is aangegaan op grond van onjuiste mededelingen van Proximedia omtrent haar specialistische kennis en omtrent de toename van bedrijfsresultaten, althans de bestellingen via de website. Meer subsidiair beroept[A] zich op ontbinding van de overeenkomst, nu er van het beheren en optimaliseren van de advertenties van[A] niets terecht is gekomen. Volgens[A] was er sprake van een resultaatsverbintenis. Volgens[A] kon Proximedia niet rechtsgeldig de overeenkomst ontbinden, nu Proximedia reeds zelf in verzuim was en[A] zijn betalingsverplichtingen heeft opgeschort. Tot slot stelt[A] dat er een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan partijen "een nieuwe start" zouden maken. 3.4. Voor zover de betalingsverplichtingen van[A] niet op grond van het voorgaande zouden zijn vervallen, verweert[A] zich als volgt. Proximedia kan geen aanspraak op de boete van artikel 10.1.2 maken, nu betaling van de facturen is uitgebleven op grond van een toerekenbaar tekortschieten van Proximedia in de nakoming van haar verbintenissen. Subsidiair is er volgens[A] sprake van een onredelijk bezwarend beding en beroept hij zich op de vernietigbaarheid daarvan, nu er feitelijk sprake is van colportage en er voorts geen schade door Proximedia is geleden. Tot slot verzoekt[A] dat de boete gematigd wordt, omdat er geen schade aan de zijde van Proximedia is en Proximedia bovendien niets heeft uitgevoerd. 4.De beoordeling van het geschil 4.1. Bij faxbericht van 19 november 2013 is door mr. Hulshof namens[A] opgemerkt dat het proces-verbaal van de comparitie aanvulling behoeft. Proximedia heeft niet gereageerd op dit haar in afschrift toegezonden schrijven. Het verzoek om aanvulling zal worden afgewezen, nu niet gebleken is dat het zou gaan om een kennelijke verschrijving of vergissing en de kantonrechter ook overigens, aan de hand van de aantekeningen van de griffier, niet is gebleken dat het proces-verbaal ter zake niet juist is. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat, zelfs als de voorgestelde wijziging zou zijn overgenomen, zulks niet tot een ander dan onderstaand oordeel zou hebben geleid. 4.2. Vooropgesteld wordt dat[A] op grond van de overeenkomst van 27 september 2011 gehouden is om gedurende de looptijd van 24 maanden een maandelijks bedrag van € 278,46 inclusief btw en eenmalige dossierkosten van € 90,00 aan Proximedia te voldoen. In de kern gaat het geschil over de vraag of[A] zich met succes op vernietiging wegens bedrog of dwaling dan wel op ontbinding van de overeenkomst kan beroepen, dan wel op een vaststellingsovereenkomst, waardoor zijn betalingsverplichtingen zijn komen te vervallen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend. Hiervoor is het volgende redengevend. 4.3. Voor een geslaagd beroep op bedrog is onder meer noodzakelijk dat degene die een (gebleken) onjuiste mededeling heeft geuit, zulks willens en wetens heeft gedaan om te misleiden. Uit de stellingen van[A] volgt niet - althans onvoldoende - dat de betreffende vertegenwoordiger van Proximedia de gestelde mededeling ("wij doen het voor de helft en beter") heeft gedaan met het oogmerk tot misleiding, zodat reeds om die reden dit verweer geen doel treft. 4.4. Het beroep op dwaling faalt ook. Uit de stellingen van[A] volgt niet - althans onvoldoende - dat Proximedia onjuiste mededelingen heeft gedaan omtrent haar specialistische kennis. Proximedia houdt zich bedrijfsmatig bezig met het verrichten van dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie, waaronder reclamediensten. Aangenomen mag daarom worden dat Proximedia inderdaad specialistische kennis heeft en in zoverre kunnen eventuele gedane uitspraken daaromtrent dan ook niet onjuist zijn. Daar waar[A] stelt gedwaald te hebben omtrent het te behalen resultaat van de campagne - te weten: een toename van bedrijfsresultaten althans van de bestellingen via de website - oordeelt de kantonrechter als volgt. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijk resultaat is gegarandeerd, zodat het gaat om een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft. Daarop kan de door[A] ingeroepen vernietiging niet worden gegrond (artikel 6:228 lid 2 BW). 4.5. Overwogen wordt dat op grond van artikel 6:265 lid 1 BW een overeenkomst ontbonden kan worden indien er sprake is van een tekortkoming van de andere partij. Volgens[A] bestaat de tekortkoming van de zijde van Proximedia hieruit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.