RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Locatie Assen Parketnummer: 18.930340-13 Parketnummer: 19.830280-11 (vordering na voorwaardelijke veroordeling) vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 3 december 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], thans verblijvende in P.I. Overijssel, Huis van Bewaring Zwolle, Huub van Doornestraat 15 te Zwolle. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 19 november 2013. De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. A.A. Vogelsang, advocaat te Meppel. Tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 augustus 2013, te Erica, althans in de gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkelpand/drogisterij, aan de [adres], heeft weggenomen een hoeveelheid parfums van verschillende merken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
(1)manspersoon uit aan de bestuurderszijde. Verder zaten er geen personen in de auto. Aangever geeft de volgende omschrijving van de persoon: Aangever kan de jongen als volgt omschrijven: ongeveer 20 a 30 jaar oud, lang slungelig type, dun hoofd, opvallende grote neus, slank tot dun postuur, kort gemillimeterd haar, gekleed in sportkleding, soort van trainingsbroek, t-shirt met korte mouwen, handschoenen, sportschoenen. Deze persoon haalde een camera van het bedrijf af en legde die in de Opel neer. Daarna liep die man naar de auto van de buurvrouw. Deze auto bleek te zijn opengebroken; - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2013060384-1 d.d. 20 augustus 2013, houdende de aangifte van [benadeelde 4], wonende te Emmen (pagina’s 53 en 54): Aangeefster verklaarde dat er was ingebroken in haar auto, een VW Golf, zwart en voorzien van kenteken, [kenteken]. Dit was gepleegd tussen, maandag 19 augustus 2013, 18.00 uur en maandag 19 augustus 2013, 23.02 uur. De auto was afgesloten, maar men had zich de toegang verschaft door aan de rechtervoorzijde een raam in te slaan. Haar buurman, [benadeelde 3] had haar er op attent gemaakt dat hij op zijn camerabeelden een man had gezien die naar haar auto was gelopen. Uit de auto waren ondermeer weggenomen: een navigatiesysteem TomTom en een viertal cd's met daarop ondermeer muziek van Michael Jackson en James Morrison; - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2013060243-2 d.d. 20 augustus 2013, zover inhoudende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van de verbalisanten G. van Dam en J.J. van Hemel (pagina’s 43 en 44): Door de verbalisanten werden de bewakingsbeelden bekeken van de aangever [benadeelde 3]. Zij herkenden op deze beelden de man die uit de Opel Zafira stapte als de hen ambtshalve bekende: [verdachte], [geboortedatum] te [geboorteplaats]. Verbalisanten zagen dat verdachte naar het pand [benadeelde 3] liep en een camera van de muur haalde en deze in de auto weglegde. Verbalisanten zagen dat de verdachte naar de Volkswagen van mevrouw [benadeelde 4] liep. De rechtbank acht op grond van voormelde verklaringen en bevindingen dat de onder 3 en onder 4 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 5: De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen: het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen, registratienummer PL032V 2013065384 d.d. 7 september 2013 met bijlagen, onder meer inhoudende: - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2013055269-1 d.d. 1 augustus 2013, houdende de aangifte van [benadeelde 5], wonende te Emmen (pagina’s 67 en 68): [benadeelde 5] deed aangifte van diefstal vanaf zijn woning. Hij verklaarde dat op dinsdag 23 juli 2013, omstreeks 04.55 uur, een camera van zijn woning was gestolen. Hij verklaarde dat de dader, die hij op beveiligingsbeelden had gezien, als een zekere [verdachte] herkend was. Deze beelden stelde hij ter beschikking van de politie voor nader onderzoek; - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2013055269-2 d.d. 1 augustus 2013, zover inhoudende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van de verbalisant R. Harms (pagina 70): Verbalisant is wijkagent van de betreffende wijk waar de diefstal had plaatsgevonden. Verbalisant heeft de beveiligingsbeelden bekeken. Hij herkende de hem ambtshalve bekende [verdachte] als degene die de camera wegnam; - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Emmen, proces-verbaalnummer PL032V 2013055269-3 d.d. 1 augustus 2013, zover inhoudende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van de verbalisant H. Numan (pagina 71): Verbalisant heeft de beveiligingsbeelden van de diefstal bekeken. Verbalisant herkende de hem ambtshalve bekende [verdachte], geboren [geboortedatum] te[geboorteplaats]. De rechtbank acht op grond van voormelde verklaring en bevindingen dat het onder 5 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3, onder 4 en onder 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat
- hij in de nacht van 19 op 20 augustus 2013, te Erica, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand/drogisterij, aan de [adres], heeft weggenomen een hoeveelheid parfums van verschillende merken, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;
- hij in de nacht van 19 op 20 augustus 2013, te Erica, gemeente Emmen, een personenauto (Opel Zafira, kenteken [kenteken]) en goederen uit die auto (rijbewijs, paspoort, parkeerpas, toegangspas, TomTom, spanbanden en een kruissleutel) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto en die goederen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;
- hij in de avond van 19 augustus 2013, te Weerdinge, gemeente Emmen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, vanaf een pand aan de[adres], heeft weggenomen een beveiligingscamera, toebehorende aan [benadeelde 3];
- hij in de avond van 19 augustus 2013, te Weerdinge, gemeente Emmen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aan de [adres] geparkeerd staande auto heeft weggenomen een navigatiesysteem (TomTom), toebehorende aan [benadeelde 4], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
- hij in de nacht van 22 op 23 juli 2013, te Emmen, vanaf een woning aan [adres], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bewakingscamera, toebehorende aan [benadeelde 5]. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De verdachte zal van het onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3, onder 4 en onder 5 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Kwalificaties Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:
- Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;
- Opzetheling, strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht;
- Diefstal, strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;
- Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;
- Diefstal, strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaarheid De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Strafmotivering De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 24 oktober 2013, waaruit blijkt dat de verdachte bij herhaling eerder is veroordeeld, ook ter zake van soortgelijke feiten. De officier van justitie vordert dat de rechtbank verdachte voor deze feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft een lagere gevangenisstraf bepleit. De rechtbank overweegt dat verdachte bij het plegen van de feiten louter en alleen uit eigen belang, te weten de behoefte aan geld, heeft gehandeld en daarbij op geen enkele wijze rekening heeft gehouden met de gevolgen die zijn handelingen voor de slachtoffers zouden hebben. Verdachte heeft niet willen meewerken aan reclasseringsrapportage en heeft verklaard geen medewerking aan enige behandeling of therapie of reclasseringstoezicht te willen geven. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat het opleggen van gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden een passende bestraffing is voor deze verdachte. Benadeelde partij [benadeelde 2] te Erica De benadeelde partij heeft een vordering tot vergoeding van geleden (materiële en immateriële) schade ingediend ten bedrage van € 3.500,
- De rechtbank acht het causaal verband tussen het onder 2 bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Uit de stukken blijkt dat de benadeelde partij, die is afgekeurd en een uitkering geniet, als schadeposten onder meer heeft opgevoerd kosten wegens tijdsverzuim en een bedrag dat zou zijn toegelegd voor de aanschaf van een andere personenauto na uitkering door de verzekeringsmaatschappij. De rechtbank acht deze kosten zonder nadere onderbouwing niet toewijsbaar. Nu terzake de TomTom geen nadere stukken zijn overgelegd waaruit de aanschafdatum blijkt acht de rechtbank deze post tevens niet zonder nadere onderbouwing toewijsbaar. De rechtbank zal voorts het bedrag aan immateriële schade toewijzen tot een bedrag van € 250.
- De rechtbank acht de vordering tot een bedrag van € 673,67 voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal de benadeelde partij in het meer of anders gevorderde niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 2] te Erica Met betrekking tot de in het onder 2 bewezen verklaarde acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 673,67 aansprakelijk voor de schade, die door dat strafbare feit is toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer. Benadeelde partij [benadeelde 4] te Emmen De benadeelde partij heeft een vordering tot vergoeding van geleden (materiële) schade ingediend ten bedrage van € 1.407,88, vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank acht het causaal verband tussen het onder 3 bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering bestaat uit de volgende schadeposten, te weten een offerte voor een buitencamera ter waarde van € 586,78, reiskosten tot een bedrag van € 33,60 en 17,5 verzuimuren ad € 45,00 tot een bedrag van in totaal € 787,
- De rechtbank vindt aanleiding het in rekening gebrachte bedrag aan verzuimuren aanzienlijk matigen. Voor de toekenning van het volledige gevorderde bedrag is deze post naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank acht de vordering tot een bedrag van € 1.160,38 voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal het meer of anders gevorderde afwijzen. Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 4] te Emmen Met betrekking tot de in het onder 3 bewezen verklaarde acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 1.160,38 aansprakelijk voor de schade, die door dat strafbare feit is toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer. Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.930280-11 De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bij vonnis van de rechtbank Assen d.d. 31 januari 2012, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde gevangenisstraf alsnog zal worden tenuitvoergelegd. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14f, 14g, 14h, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3, onder 4 en onder 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3, onder 4 en onder 5 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tevens tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] te Erica, van de som van € 673,67 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten. De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] te Erica van een bedrag van € 673,67, bij gebreke van betaling te vervangen door 12 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 4] te Emmen, van de som van € 1.160,38, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2013 tot het tijdstip der algehele voldoening en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil. De rechtbank wijst af het meer of anders gevorderde. De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4] te Emmen, een bedrag van € 1.160,38, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2013 tot het tijdstip van de algehele voldoening van het bedrag, te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen. Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.830280-11 De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 31 januari 2012 door de rechtbank Assen gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. J.J. Schoemaker en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 3 december 2013, zijnde mr. J.J. Schoemaker buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.