RECHTBANK NOORD-NEDERLAND [jw.sys.1.datum_vonnis_strafzitting]Afdeling strafrecht Locatie Assen Parketnummer: 18.930020-13 vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 24 december 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats] thans verblijvende in[detentieadres]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 16 april, 2 juli, 24 september en 10 december 2013. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer. De tenlastelegging De verdachte is bij gewijzigde dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. hij in of omstreeks de periode van 9 mei 2012 tot en met 17 januari 2013 te [plaats delict] , althans op een of meer plaatsen in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(
(2007)in gebruik waren. Voorts heeft verdachte verklaard dat GHB in vergelijking met GBL dikker (stroperiger) is en een gelige kleur krijgt. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zeker geen 21 liter GHB in huis heeft gehad, maar dat moet worden aangenomen dat de oorspronkelijke GBL deels is omgezet in GHB en dat verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op deze omzetting. Op grond van voornoemde bewijsmiddelen gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte, gelet op zijn kennis van en ervaring met GBL en GHB, bewust het risico heeft aanvaard dat (een deel van) de GBL zich zou omzetten naar GHB. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte (voorwaardelijk) opzettelijk een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB voorhanden heeft gehad. Het verweer van de verdediging wordt daarmee verworpen. Feit 3 Bewijsmotivering met betrekking tot feit 3 De officier van Justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat de tenlastelegging aldus moet worden begrepen, dat verdachte gedurende de gehele tenlastegelegde periode valsheid in geschrifte heeft gepleegd en dat ter illustratie daarvan de in de tenlastelegging genoemde concrete voorbeelden zijn opgesomd. De tenlastelegging beperkt zich derhalve in haar visie niet tot de genoemde voorbeelden maar moet worden gezien als verdachtes algehele werkwijze. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Gelet op de wijze van ten laste leggen is de rechtbank, met de raadsman, van mening dat de tenlastelegging niet ziet op een langere periode, maar op de werkwijze ten aanzien van de twaalf genoemde concrete gevallen. De hierna vermelde bewezenverklaring ziet derhalve enkel op de in de tenlastegelegde genoemde specifieke zendingen. De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Hieronder volgt de zakelijk weergegeven opsomming van de inhoud en van de vindplaats van deze bewijsmiddelen, waarbij (in de voetnoten) verwezen wordt naar de paginanummering in het originele dossier. De als bijlagen bij het proces-verbaal in het dossier opgenomen (douane)verklaringen en (douane)aangiftes. Het relaas proces-verbaal betreffende de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant] met betrekking tot de valsheid in geschrift, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven, dat verdachte verzendbonnen gebruikt van koeriersbedrijven TNT Post en UPS om verzendingen (GBL) te voltooien. Daartoe bedient hij zich van onjuiste namen en adressen en gebruikt hij een onjuiste productnaam. De verzendbonnen zijn door het onderzoeksteam onder verdachte in beslag genomen. De betalingen voor deze verzendingen zijn via de bankrekeningen van verdachte betaald en uit verklaringen is gebleken dat hij deze pakketten (deels) zelf heeft aangeboden bij TNT. De verklaring van de verdachte bij de politie, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik maakte gebruik van verschillende namen bij de verzending van pakketten omdat ik geen mensen aan de deur wilde hebben. Ik heb van collega’s gehoord dat zij mensen aan de deur kregen en ik ben ook wel eens bedreigd. Dit gebeurde bij het verzenden van pakketten via UPS (binnen de EU) en met TNT (buiten de EU). De productomschrijving die gebruikt werd bij UPS was Cleaner, bij TNT was het Flood Woodstripper. In alle gevallen bevatten de pakketten GBL. Als afzender gebruikte ik meerdere namen. Die weet ik niet uit mijn hoofd. Ik kan mij een briefje met [naam afzender] herinneren. Er werd dus iets ingevuld wat niet klopt. Je bent natuurlijk moeilijker herleidbaar als je die naam verandert. Op de verzendbonnen staat als waarde van de inhoud een lager bedrag (8 euro) vermeld en niet de werkelijke (verkoop)prijs van 75 euro. Dat is gunstiger voor de klant. Verdachte verklaart voorts dat hij weet dat daarmee de overheid van het land waar het heen gestuurd wordt benadeeld wordt. De bekennende verklaring van de verdachter ter terechtzitting dat met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde pakketten onjuiste gegevens zijn ingevuld en dat hij daar de verantwoordelijkheid voor neemt. Feit 5 Bewijsmotivering met betrekking tot feit 5 De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Hieronder volgt de zakelijk weergegeven opsomming van de inhoud en van de vindplaats van deze bewijsmiddelen, waarbij (in de voetnoten) verwezen wordt naar de paginanummering in het originele dossier. Op 4 september 2012 vond een doorzoeking plaats in de woning van verdachte aan de [woonplaats]. Verbalisant [naam verbalisant] verklaart, kort en zakelijk weergegeven: In de woning werd op een kast in de slaapkamer een geheel geladen revolver aangetroffen. In de cilinder van de revolver zaten 6 patronen. Op de kast werd een zwarte kunststof doos aangetroffen. In dit doosje zaten twee cilinders behorende bij het aangetroffen pistool, munitie en een houder geladen met patronen. Op de kast stond verder nog een kistje met een pistool. In het pistool zat geen houder. In de kamer van het pistool zat geen patroon. In de kast werd een houder, een aantal patronen en een doosje met patronen aangetroffen. Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname d.d. 4 september 2012: Aangetroffen worden: - een houder, 15 knalpatronen en een doosje met 27 patronen - een geladen zwarte revolver, merk Humbert, type Safegom, cal. 11,6 mm, s/n 048011 - een grijs pistool, merk Colt, type MK 4, s/n SS49603 - een zwart kunststof doosje met twee cilinders, munitie en een houder met patronen. Het proces-verbaal van de verbalisant [naam verbalisant], gecertificeerd vuurwapencoördinator van de divisie recherche ondersteuning van de regiopolitie Drenthe, inhoudende het onderzoek aan de in beslag genomen wapens en munitie. De verbalisant concludeert, kort en zakelijk weergegeven, het volgende: Het pistool, merk Colt, is een vuurwapen in de zin van art 1 onder 3 juncto art 2 lid 1 Cat III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie. De revolver, merk Humbert, is een vuurwapen in de zin van art 1 onder 3 juncto art 2 lid 1 Cat III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie. De munitie, centraalvuurpatronen, merk Sellier & Bellot en Fiocchi, totaal 34 stuks, zijn munitie in de zin van art 1 onder 4 juncto art 2 lid 2 Cat III van de Wet Wapens en Munitie. De munitie, centraalvuurpatronen, merk Safegom, totaal 17 stuks, zijn munitie in de zin van art 1 onder 4 juncto art 2 lid 2 Cat III van de Wet Wapens en Munitie. De verklaring van de verdachte bij de politie dat de twee bij de doorzoeking van het pand aan de[woonplaats] op 4 september 2012 aangetroffen vuurwapens van hem zijn. Hij verklaart, kort en zakelijk weergegeven: Die heb ik aangeschaft, stuk voor stuk. Ik heb ze gekocht om mijzelf te beschermen. Eerst de gedemonteerde, dat is die dus met kogels schiet en niet met rubber, in
- Toen heb ik iets later die tweede gekocht en die andere gedemonteerd. De kogels lagen samen maar waren niet met het pistool op één plaats. Ik heb de tweede gekocht omdat daar rubberen kogels inzitten. Bij mijn weten zijn die niet dodelijk. Ik heb beide vuurwapens gekocht bij dezelfde persoon, diens naam wil ik niet noemen. De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting. Hetgeen de rechtbank bewezen acht De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
- hij in de periode van 9 mei 2012 tot en met 17 januari 2013 te [plaats delict], meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen, (telkens) stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn medeverdachten wisten of ernstige reden hadden te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte, en zijn medeverdachten (telkens) een stof, te weten een hoeveelheid Gamma-ButyroLactone (GBL), welke stof benodigd is voor de bereiding van GHB, gefinancierd, besteld, geïmporteerd, vervoerd, opgeslagen, verpakt, geëtiketteerd, afgeleverd, verkocht, geëxporteerd en voorhanden gehad en internetsites geëxploiteerd en een onderneming (onder de namen [naam bedrijf verdachte]) gedreven met als doel de aanprijzing en de verkoop van GBL;
- hij op 4 september 2012 te [plaats delict] tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde GHB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
- hij in de jaren 2010 en 2011 te[plaats delict], meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, een (douane)verklaring of een (douane)aangifte behorende bij een postpakket -zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte en zijn medeverdachten (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid bij een zending aan [naam afnemer], Zwitserland, van -(Annahmedatum) 9 februari 2010 op de (douane)aangifte (Gestellung) als afzender [naam afzender] en als inhoud van het pakket 'andere zeep' (andere Seife) vermeld en -(Annahmedatum) 26 mei 2010 op de (douane)aangifte (Gestellung) als afzender[naam afzender] en als inhoud van het pakket 'monster' (Muster) vermeld en -(Annahmedatum) 2 juni 2010 op de (douane)aangifte (Gestellung) als afzender[naam afzender] en als inhoud van het pakket 'monster' (Muster) vermeld en bij een zending aan [naam afnemer], Zwiterland, van -(Annahmedatum) 8 juni 2010 op de (douane)aangifte (Gestellung) als afzender [naam afzender] en als inhoud van het pakket 'monster voor testdoeleinden' (Muster zu Testzwecken) vermeld en -(Annahmedatum) 25 augustus 2010 op de (douane)aangifte (Gestellung) als afzender [naam afzender] en als inhoud van het pakker 'monster' (Muster) vermeld en bij een zending aan [naam afnemer], Zwitserland, van (Annahmedatum) 17 juli 2010 op de (douane)aangifte (Gestellung) als afzender [naam afzender] en als inhoud van het pakket 'andere reinigingsmiddelen' (andere Reinigungsmittel) vermeld en bij een zending aan [naam afnemer], Zwitserland, van 13 september 2011 en 25 oktober 2011 (telkens) als afzender [naam afzender] vermeld en op de douaneverklaring van TNT Post met dagtekenstempel 2 januari 2012 als afzender [naam afzender] en dat de zending een geschenk bevat en een waarde heeft van 12 euro en dat het pakket Flood Parket Cleaner inhoudt vermeld en -door deze verklaring te dag- en ondertekenen- verklaard dat de vermelde gegevens op deze douaneverklaring juist zijn ingevuld en op de douaneverklaring van TNT Post met dagtekenstempel 2 juli 2012 als afzender [naam afzender] en dat de zending een geschenk bevat en een waarde heeft van 16 euro en dat het pakket Flood Parket Stripper inhoudt vermeld en -door deze verklaring te dag- en ondertekenen- verklaard dat de vermelde gegevens op deze douaneverklaring juist zijn ingevuld en op de douaneverklaring van TNT Post met dagtekenstempel 13 april 2012 als afzender [naam afzender] en dat de zending een geschenk bevat en een waarde heeft van 18 euro en dat het pakket Flood Parket Cleaner inhoudt vermeld en -door deze verklaring te dag- en ondertekenen- verklaard dat de vermelde gegevens op deze douaneverklaring juist zijn ingevuld en op de douaneverklaring van TNT Post met dagtekenstempel 27 april 2012 als afzender [naam afzender] en dat de zending een geschenk bevat en een waarde heeft van 12 euro vermeld en -door deze verklaring te dag- en ondertekenen- verklaard dat de vermelde gegevens op deze douaneverklaring juist zijn ingevuld, terwijl hij, verdachte en een onderneming van verdachte, (telkens) in werkelijkheid de afzenders van de pakketten waren en de pakketten (telkens) in werkelijkheid GBL bevatten en (telkens) in werkelijkheid een grotere waarde hadden en (telkens) in werkelijkheid de op de (douane)aangiftes en (douane)verklaringen vermelde gegevens niet juist waren ingevuld, zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- hij op 4 september 2012 te [plaats delict] wapens van categorie III, te weten een (semi-automatisch) pistool van het merk Colt, kaliber 9 mm en een revolver van het merk Humbert, kaliber 11,6 mm, en munitie van categorie III, te weten 34, kogelpatronen kaliber 9 mm en 17, kogelpatronen kaliber 11,6 mm, voorhanden heeft gehad. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Kwalificaties Het bewezen geachte levert op: onder 1: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, strafbaar gesteld bij artikel 10a van die Wet; onder 2: handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 van die Wet; onder 3: valsheid in geschrift, strafbaar gesteld bij artikel 225 Wetboek van Strafrecht; onder 5: handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van die Wet. Strafbaarheid De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Strafmotivering De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting, de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 11 november 2013, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van misdrijven is veroordeeld, alsmede het over verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies van Tactus Verslavingszorg d.d. 11 juni
- Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal ernstige feiten waarbij de handel in GBL en het daarmee opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 10a van de Opiumwet gegeven verbod de kern is van de verwijten. GBL kent legale en illegale toepassingen. In het illegale circuit wordt deze stof als grondstof gebruikt voor de vervaardiging van GHB. Verdachte heeft zich bezig gehouden met de handel in GBL, welke GBL (grotendeels) bestemd was voor de productie van GHB. GHB is een drug die tot dezelfde categorie behoort als cocaïne en andere sterk werkende drugs en is vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. GHB is een gevaarlijke en zeer sterke chemische substantie. GHB is zeer verslavend, het creëert een vernietigende afhankelijkheid die alleen verlicht kan worden door meer van deze drug te gebruiken. Het gebruik ervan kan vervolgens leiden tot ernstige gezondheidsproblemen. Het gebruik van GHB wordt voorts zowel direct als indirect in verband gebracht met vele vormen van criminaliteit en overlast. De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte door valselijk (douane) formulieren in te vullen teneinde controle op zijn activiteiten te ontlopen en (douane)heffingen te ontduiken en zelf zoveel mogelijk buiten beeld te blijven. Door zo te handelen wordt het vertrouwen in de juistheid van geschriften die tot bewijs dienen, geschaad. De verdachte heeft tenslotte in zijn woning twee vuurwapens met bijbehorende munitie aanwezig gehad, hetgeen onaanvaardbare risico's voor de veiligheid van personen met zich brengt. Dit levert aldus een ernstig strafbaar feit op nu ongecontroleerd wapenbezit onaanvaardbare risico's en gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich brengt. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, passend en geboden is. De rechtbank komt tot een aanzienlijk lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd omdat de rechtbank van de onder 3 tenlastegelegde valsheid in geschrifte enkel de twaalf concreet genoemde gevallen bewezen acht en verdachte vrijspreekt van het daarmee samenhangende en onder 4 tenlastegelegde witwassen. De rechtbank ziet geen meerwaarde in het naast de gevangenisstraf en de verbeurdverklaring van het (verdiende) geldbedrag van € 966.377,89 opleggen van een geldboete. Verbeurdverklaring De rechtbank acht het in beslag genomen geldbedrag van € 966.377,89 vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien het aan verdachte toebehoort en dit geldbedrag door middel van het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit is verkregen. Het overige beslag Met uitzondering van de in beslag genomen personenauto’s (feit 4), die zullen worden teruggegeven aan verdachte, volgt de rechtbank het voorstel van de officier van justitie zoals neergelegd in de bij het requisitoir gevoegde beslaglijst. Dit voorstel is door de raadsman niet weersproken. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 57, 225, van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de artikelen 2, 4, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 4 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, onder 2, onder 3 en onder 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven zijn vermeld, en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden. De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. De rechtbank verklaart verbeurd het in beslag genomen geldbedrag van € 966.377,
- De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van de (opbrengst van de) navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen: een Audi RS4 Quattro; een Ford Mustang Shelby GT
- De rechtbank bepaalt met betrekking tot het overige beslag dat dit wordt onttrokken aan het verkeer respectievelijk wordt verbeurd verklaard conform de door de officier van justitie bij requisitoir overgelegde beslaglijst. Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter en mrs. E. Läkamp en M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 24 december
- Pag 0030 e.v. en 0163 e.v. van het procesdossier van het korps Landelijke Politiediensten, Dienst Infrastructuur i.o., Team Zuid-Oost 2, onderzoeksnummer 26121755Z, codenaam ‘Awarra’; Pag 0163 e.v.; Pag 0107 e.v.; Pag 0610 e.v. en 1793 e.v.; Memorie van Toelichting, TK: 1982-1983, 17975, nr. 3, pag 4; Vgl. HR 13-03-2001, LJN: AB0494; Pag 1463 e.v. en ter terechtzitting; Verklaringen van [getuige] en [getuige] bij de rechter-commissaris op 14 oktober 2013; Pag 0591 e.v.; Pag 0593 e.v.; Pag 1463 e.v. en ter terechtzitting; Pag 0461 e.v.; Pag 0197 e.v. en ter terechtzittin; Pag 1497 e.v.; Pag 2587 en 2589; Pag 2597 e.v.; Pag 2600 e.v.; Pag 1854 e.v. van het procesdossier van het korps Landelijke Politiediensten, Dienst Infrastructuur i.o., Team Zuid-Oost 2, onderzoeksnummer 26121755Z, codenaam ‘Awarra’; Pag 0185 en 0187 e.v.; Pag 2280, 2284, 2288, 2324, 2328, 2312, 2302, 2306, 0491, 0495, 0502, 0513; Pag 0483 e.v.; Pag 2250; Pag 1488; Pag 1506 e.v.; Pag 1620 e.v. van het procesdossier van het korps Landelijke Politiediensten, Dienst Infrastructuur i.o., Team Zuid-Oost 2, onderzoeksnummer 26121755Z, codenaam ‘Awarra’; Pag 1576 e.v.; Pag 1632 e.v.; Pag 1464 e.v.;