RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Groningen Zaak\rolnummer: 568227 CV EXPL 12-12891 Vonnis d.d. 27 november 2013 Inzake [eisers], wonende te Groningen, eiseres, hierna [eisers] te noemen, gemachtigde mr. A.M. Boogaart, advocaat te Groningen, tegen 1 [gedaagde], statutair gevestigd te Sneek, 2. [gedaagde], wonende te Groningen, gedaagden, hierna te noemen de Holding respectievelijk [gedaagde], gemachtigde mr. M.M.J. Arts, advocaat te Groningen. PROCESVERLOOP Het procesverloop blijkt uit het volgende: dagvaarding conclusie van antwoord comparitie van partijen d.d. 3 april 2013 conclusie van repliek conclusie van dupliek Partijen hebben producties in het geding gebracht. Vonnis is (nader) bepaald op heden. OVERWEGINGEN 1de vordering [eisers] heeft gevorderd om de [gedaagde] en [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen om aan haar te betalen de somma van € 13.091,41 bruto en € 7.134,13 netto, alsmede tot betaling van de beslagkosten ad € 509,92, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente en tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 1.190,00 inclusief btw, kosten rechtens. 2De feiten 2.1 [gedaagde] is bestuurder van Huisartsenpraktijk [naam], hierna te noemen [gedaagde] in persoon is bestuurder/DGA van [gedaagde], hierna te noemen de Holding. 2.2 [gedaagde] is huisarts. Hij verrichtte zijn werkzaamheden binnen[naam], dat in het kader van een samenwerkingsverband deel uitmaakte van Gezondheidscentrum [naam] in [plaats]. In de eerste helft van 2009 is aan dat samenwerkingsverband een einde gekomen en heeft [gedaagde] zich als huisarts te Wijckel in Friesland gevestigd. Per 1 april 2009 heeft [naam] de zorgovereenkomst met [gedaagde] beëindigd. 2.3 In de periode 1 juli 2008 tot 1 april 2009 is [eisers] krachtens arbeidsovereenkomst in dienst geweest van [naam]. Zij was werkzaam in de functie van huisarts op basis van 32 uren per week tegen een loon dat laatstelijk € 4.040,00 bruto per maand bedroeg. In de eerste helft van 2009 hebben [eisers] en [gedaagde] onderhandeld over overname van de praktijk in[plaats]. Zij konden evenwel geen overeenstemming bereiken. Daarop heeft [eisers] een eigen overeenkomst met [naam] gesloten. 2.4 Ingevolge de onherroepelijke vonnissen van de kantonrechter te Winschoten van 16 februari 2010 en 5 april 2011 is[naam], onder verrekening van de aanspraken van laatstgenoemde jegens [eisers] op basis van het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 6 september 2011, aan [eisers] verschuldigd een bedrag van € 13.091,41 bruto en een bedrag van € 7.134,13 netto. 2.5 Pogingen van [eisers] om voormelde vonnissen te executeren hebben geen resultaat gehad bij gebrek aan vermogen van [naam]. Niettemin heeft zij € 509,92 aan beslagkosten gemaakt. 3Het standpunt van [eisers] 3.1 Zij heeft aangevoerd dat [gedaagde] in persoon, alsmede de [gedaagde] jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld door het structureel, bewust niet nakomen van de loonbetalingsverplichtingen van [naam], welke aanspraken reeds begin 2009 aan laatstgenoemde c.q. [gedaagde] kenbaar zijn gemaakt. 3.2 [gedaagde] en de[gedaagde] kan een toerekenbare betalingsonwil worden verweten als de feitelijk handelende natuurlijke c.q. rechtspersoon achter[naam]. Zij hadden in hun hoedanigheid van directe en indirecte bestuurder intensieve bemoeienis met het beleid van [naam].[naam] wil niet betalen omdat [gedaagde] van mening is dat hij nog geld van [eisers] tegoed heeft in verband met de vermeende overname van de praktijk. Een en ander blijkt uit de door hem ingestelde vordering in reconventie in de procedure die op 5 april 2011 tot een vonnis heeft geleid waarbij die vordering is afgewezen. 3.3 [naam] heeft twee andere werkneemsters – de nurse practitioner en de assistente - wel volledig betaald tot 1 april 2009. 3.4 Uit de jaarrekening 2008 blijkt dat de omzet van [naam] € 396.397,- bedroeg. In de voorlopige jaarrekening 2009 is een bedrag van € 279.965 aan vorderingen opgenomen. Ook na 1 april 2009 heeft [naam] nog betalingen gedaan aan [naam]. Aan zichzelf heeft [gedaagde] een managefee van € 168.000,- per jaar toegekend. 3.5 [gedaagde] en de [gedaagde] hebben alle vermogensbestanddelen aan [naam] onttrokken, waarbij [gedaagde] zich schuil houdt achter allerlei BV-structuren. Het pand waarin de huisartenpraktijk was gevestigd stond op naam van [gedaagde] De luxe auto waarin [gedaagde] reed stond op naam van de [gedaagde]. Daarmee schenden zij de zorgplicht van de moeder jegens de dochter. 4Het standpunt van [gedaagde] 4.1 Dat [naam] haar betalingsverplichtingen jegens [eisers] niet nakomt is geen kwestie van door [gedaagde] en de [gedaagde] aangestuurde betalingsonwil, maar het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Er is sprake van betalingsonmacht en niet van onwil. 4.2 Als gevolg van spanningen in het samenwerkingsverband Gezondheidscentrum [naam] moest dit worden beëindigd. Wat daarna resteerde was slechts de inventaris van de praktijk, waar [eisers] nog gebruik van heeft gemaakt na 1 april 2009. Verder zaten er geen vermogensbestanddelen in [naam], laat staan dat die moedwillig zijn onttrokken om [eisers] te benadelen. [naam] was voor haar omzet (volledig) afhankelijk van de revenuen uit het contract met [naam]. Nadat het contract per 1 april 2009 was geëindigd werd er geen omzet meer gegenereerd. Er is sedertdien ook niet meer aan andere crediteuren betaald. 4.3 Dat [naam] niet tot betaling is overgegaan begin 2009 heeft te maken met het feit dat zij het (deels) inhoudelijk niet eens was met de vorderingen van [eisers], partijen in onderhandeling waren over de overname van de praktijk in het kader waarvan die vorderingen een rol zouden kunnen spelen en omdat zij nog een tegenvordering had. Dat zij heeft geopteerd voor verweer in de door [eisers] aanhangig gemaakte procedures kan niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Pas in 2011 zijn de aanspraken van [eisers] rechtens komen vast te staan. 4.4 Vanaf 1 april 2009 is er geen omzet meer gegenereerd. In 2009 is er een verlies geleden van € 135.006,00. In 2010 was er een verlies van € 29.230,00. Eind 2009 was er nog een bedrag van € 1.051,00 aan liquide middelen voorhanden. In 2009 is achterstallige pensioenpremie ten bedrage van € 5000,00 afgestort ten behoeve van [eisers]. Hoewel de omzet in 2008 € 396.387,00 bedroeg was het verlies € 4.509,00. Het bedrag van € 279.964 was opgenomen in de voorlopige jaarrekening 2009. Op de uiteindelijke balans van 2009 stond nog slechts een bedrag van € 2.400,00 aan vorderingen. In 2010 was dat € 795,00. In 2009 is geen managementfee uitbetaald wegens arbeidsongeschiktheid van [gedaagde]. In 2008 ontving [gedaagde] een bedrag van € 168.000,00 aan managementfee, maar het Gerechtshof te Leeuwarden heeft in haar arrest van 6 september 2011 bepaald dat dat niet uitzonderlijk is. In 2009 stond er voor € 19.644,00 aan materiële activa op de balans, hetgeen correspondeert met de waarde van de inventaris. 5De beoordeling 5.1 Als uitgangspunt heeft te gelden dat [naam] een betalingsverplichting jegens [eisers] heeft en niet [gedaagde] en/of [gedaagde] als bestuurder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.