RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen Parketnummer: 18.930011-13 vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 14 maart 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, thans gedetineerd in [detentieadres]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 8 maart en op 14 maart 2013. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Assen. De tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. hij op of omstreeks 12 december 2012, te Assen, althans in de gemeente Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand aan de [adres] heeft weggenomen twee, althans een, scheermesje(s), merk: [], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; art 310 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 12 december 2012, te Assen, althans in de gemeente Assen, opzettelijk twee, althans een, scheermesje(s), merk [], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(
- e)goed(eren) verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(
- n)had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(
- e)goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; art 321 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 13 december 2012, te Assen, althans in de gemeente Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand aan de [adres] heeft weggenomen een scheermesje (merk []) en/of huidverzorgingsartikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; art 310 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 13 december 2012, te Assen, althans in de gemeente Assen, opzettelijk drie, althans een aantal, althans een, scheermesje(s), merk [] en/of twee, althans een verzorgingsprodukt(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(
- e)goed(eren) verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(
- n)had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(
- e)goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; art 321 Wetboek van Strafrecht 3. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 17 december 2012 tot en met 21 december 2012, te Assen, althans in de gemeente Assen (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand aan de [adres] heeft weggenomen (telkens) een aantal, althans een winkelgoed(eren), in elk geval (telkens) enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [winkelnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte - op of omstreeks 17 december 2012 weggenomen een hoeveelheid vlees en/of rijst en/of wasmiddel en/of - op of omstreeks 20 december 2012 weggenomen vijf, althans een aantal, althans een, fles(sen) wijn en/of een verpakking snoepgoed en/of - op of omstreeks 21 december 2012 weggenomen twee, althans een blik(ken) babyvoeding en/of verzorgingsproducten, merk []; art 310 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 17 december 2012 tot en met 21 december 2012, te Assen, althans in de gemeente Assen (telkens) opzettelijk een aantal winkelgoederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(
- e)goed(eren) verdachte (telkens) uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(
- n)had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(
- e)goed(eren) te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren) (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft verdachte - op of omstreeks 17 december 2012 weggenomen een hoeveelheid vlees en/of rijst en/of wasmiddel en/of - op of omstreeks 20 december 2012 weggenomen vijf, althans een aantal, althans een, fles(sen) wijn en/of een verpakking snoepgoed en/of - op of omstreeks 21 december 2012 weggenomen twee, althans een blik(ken) babyvoeding en/of verzorgingsproducten, merk []; art 321 Wetboek van Strafrecht 4. hij op of omstreeks 22 december 2012, te Assen, althans in de gemeente Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand aan het [adres] heeft weggenomen een flesje parfum, merk [], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; art 310 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 22 december 2012, te Assen, althans in de gemeente Assen, opzettelijk een flesje parfum, merk [], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(
- e)parfum verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(
- n)had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd goed te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat goed anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; art 321 Wetboek van Strafrecht Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie acht hetgeen is tenlastegelegd, wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij acht de officier van justitie onvoldoende onderbouwd, deze dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende. Ter terechtzitting van 8 maart 2013 heeft de rechtbank geconstateerd dat zij verdachte niet met 100% zekerheid aan de hand van de zich in het dossier bevindende foto’s (van camerabeelden) kan herkennen. Het onderzoek ter terechtzitting is vervolgens geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de camerabeelden op te vragen en te kopiëren opdat deze op een nader te bepalen zittingsdag door de rechtbank kunnen worden bekeken. De rechtbank stelt vast dat op de ter terechtzitting van 14 maart 2013 vertoonde camerabeelden verdachte uitsluitend duidelijk herkenbaar is op de beelden van het [winkelnaam] gemaakt op 20 november 2012. Deze beelden zijn echter niet te koppelen aan een van de tenlastegelegde feiten. De beelden gemaakt op verschillende tijdstippen in de [winkelnaam feit 3] zijn onvoldoende duidelijk om verdachte te herkennen. Verdachte heeft desgewenst verklaard dat hij niet de persoon op de getoonde beelden is. Nu de rechtbank voornoemde camerabeelden, aan de hand waarvan verdachte als verdachte is aangemerkt, niet kan meenemen voor het bewijs en het dossier voor het overige onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een bewezenverklaring, zal de rechtbank verdachte van alle vier tenlastegelegde feiten vrijspreken. Benadeelde partij [] (feit 3) De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en hij kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, onder 2, onder 3, en onder 4 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [] (feit 3) niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten. De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, en mrs. H.T. van Voorst en S. Zwerwer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 14 maart 2013, zijnde mrs. Van Voorst en Zwerwer buiten staat dit vonnis binnen de gestelde termijn mede te ondertekenen.