← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7246

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen Parketnummer: 19/810377-11 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 april 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 05 april

  1. De verdachte is niet verschenen. Als raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J.O.A.N. de Vries, advocaat te Amersfoort. Deze is door de verdachte uitdrukkelijk gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren. Tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij op of omstreeks 18 augustus 2011, te Veenhuizen, in de gemeente Noordenveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk J.A. [aangever] van het leven te beroven, met dat opzet die [aangever] (meermalen) (met kracht) op/tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij op of omstreeks 18 augustus 2011, te Veenhuizen, in de gemeente Noordenveld, aan een persoon genaamd [aangever], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht door deze opzettelijk (meermalen) (met kracht) op/tegen het hoofd te stompen en/of te slaan; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie mr. B. Looijestijn acht hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd niet wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken en de benadeelde partij [aangever] niet ontvankelijk zal verklaren in zijn civiele vordering. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak De verdachte dient van het primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -evenals de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte- niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank acht op basis van het onderliggende dossier met name het opzet op de dood of het opzet op het zwaar lichamelijk letsel van [aangever] niet bewezen. Benadeelde partij [aangever] De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en hij kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [aangever] niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten. Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, en mr. M.A.A. van Capelle en mr. C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank 16 april
  2. Parketnummer: 19/810377-11 Uitspraak d.d.: 16 april 2013 3 vonnis

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.