RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie: Groningen Zaak\rolnummer: 557279 CV EXPL 12-9320 Vonnis d.d. 18 april 2013 inzake de stichting Stichting Nijestee gevestigd en kantoorhoudende te Groningen, aan het Damsterplein 1, eiseres, hierna Nijestee te noemen, gemachtigde mr. M.W. Ekkers, medewerker van Stichting Nijestee, tegen [naam], wonende te [plaatsnaam], aan de [adres], gedaagde, hierna [A] te noemen, gemachtigde mr. T.J.J. Bodewes, advocaat te Groningen, 1. PROCESGANG 1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken: - het vonnis van 8 november 2012 waarin een comparitie van partijen is gelast; - de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie; - de aantekeningen van de griffier van de comparitie gehouden op 10 januari 2013; - de aantekeningen ter comparitie, tevens akte wijziging eis in (voorwaardelijke) reconventie; - de akte wijziging eis in (voorwaardelijke) reconventie; - de antwoordakte wijziging van eis in (voorwaardelijke) reconventie. 1.2 Op 10 januari 2012 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Namens Nijestee zijn [naam] (medewerkster bewonerszaken) en mr. M.W. Ekkers voornoemd verschenen. [A] is verschenen met mr. T.J.J. Bodewes voornoemd. Mr. T.J.J. Bodewes heeft het woord gevoerd aan de hand van de aantekeningen ter terechtzitting, tevens akte wijzing eis in (voorwaardelijke) reconventie. 1.3 De Wet Herziening Gerechtelijke Kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland. 2. OVERWEGINGEN 2.1 De feiten in conventie en (voorwaardelijke) reconventie 2.1.1 Als gesteld en erkend, dan wel niet (gemotiveerd) weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties staat het volgende vast. 2.1.2 Nijestee verhuurt sinds 18 januari 2008 aan [A] een etagewoning aan de [adres] te [plaatsnaam] (hierna: “de woning”). Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden Zelfstandige Woonruimte (hierna: “algemene voorwaarden”) van toepassing. De algemene voorwaarden bevatten, voor zover hier relevant, de volgende bepalingen: 6.7 Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te kweken, dan wel andere activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld. Bij ernstige verdenking op dit punt is Nijestee gerechtigd: a. eventueel ondersteund door de politie, buiten de nachtelijke uren, het gehuurde te betreden ter controle. Bij overtreding van dit punt is Nijestee gerechtigd: a. de overeenkomst met onmiddellijke ingang te ontbinden, b. de kosten van herstel van het gehuurde en eventuele verhuiskosten op huurder te verhalen. 2.1.3 Nijestee is partij bij het Convenant Aanpak Thuisteelt van Hennep (hierna: “het convenant”). Het betreft een overeenkomst tussen de gemeenten Groningen en Haren, Regiopolitie Groningen, Openbaar Ministerie arrondissementsparket Groningen, de in Groningen en Haren werkzame woningcorporaties en Essent Netwerk B.V. Het convenant heeft tot doel door een gezamenlijke aanpak de thuisteelt van hennep tegen te gaan in het politiedistrict Groningen/Haren. De artikelen 9, 12 en 13 van het convenant luiden, voor zover hier relevant, als volgt: 9. Na ontmanteling van de hennepkwekerij zal de politie, door gebruikmaking van het BPS-inlichtingenformulier, bij of krachtens het bepaalde van de wet Politieregisters, de convenantpartners (alsmede het UWV en de Belastingdienst) hierover zonodig onmiddellijk informeren, zodat deze hun maatregelen treffen, zoals in dit convenant is vastgelegd.(…) De over te dragen informatie betreft: Personalia van de verdachte; Locatie van de kwekerij; Datum ontmanteling hennepkwekerij; Aangetroffen aantal hennepplanten/ hoeveelheid hennep; Aangetroffen situatie (…); Is er sprake van recidiverend gedrag, zo ja dan datum eerdere ontmanteling; Indicatie over het aantal eerdere oogsten (de duur van de periode waarin de hennepkwekerij, voorafgaand aan de ontmanteling door de politie, ten minste heeft gefunctioneerd); Eventueel risico voor omwonenden; Dossiernummer / mutatienummer. 12. Huuropzegging Als blijkt dat er sprake is van een hennepkwekerij in een huurwoning of aanhorigheden (…) stelt de woningcorporatie de huurder in de gelegenheid om de huurovereenkomst op te zeggen. Schade- en herstelkosten alsmede huurdervingskosten zullen worden opgenomen in de eindafrekening. De opzegging heeft tot gevolg dat de huurder de komende twee jaar is uitgesloten van het huren van een woning van één van de woningcorporaties in de gemeente Groningen. De huurder kan zich inschrijven als woningzoekende, maar kan gedurende deze twee jaar niet reageren op een woning via Woningnet. (…) Gerechtelijke procedure Wanneer huurder de huurovereenkomst niet vrijwillig opzegt, zal de woningcorporatie in een gerechtelijke procedure ontbinding van de huurovereenkomst en/of ontruiming van de woning vorderen met veroordeling van de huurder in de procedure- en advocaatkosten. Tevens wordt de geleden schade gevorderd waaronder herstelkosten en huurderving. De gerechtelijke procedure heeft tot gevolg dat de huurder de komende vijf jaar is uitgesloten van het huren van een woning van één van de woningcorporaties in de gemeente Groningen. De huurder kan zich inschrijven als woningzoekende, maar kan gedurende deze vijf jaar niet reageren op een woning via Woningnet.(…)” 13. Uitgangspunt is dat tegen henneptelers repressieve maatregelen worden getroffen onder het motto ‘ja, tenzij’. Als er namelijk aanwijzingen zijn dat sprake is van een schrijnend geval, waardoor bepaalde maatregelen niet geïndiceerd zijn, kan er in overleg tussen de convenantpartijen voor worden gekozen om bepaalde maatregelen onder voorwaarden op te schorten. Er worden in het convenant met opzet geen bindende criteria genoemd ter beantwoording van de vraag of sprake is van een schrijnend geval. In de praktijk zal per casus in een apart overleg tussen de partners worden vastgesteld welke gevallen dienen te worden aangemerkt als een schrijnend geval. Recidivisten zullen echter niet als schrijnend worden aangemerkt. 2.1.4 Op 5 april 2012 hebben medewerkers van de Regiopolitie Groningen in de woning een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In een van de slaapkamers werden 110 hennepplanten aangetroffen. Tevens werden de nodige hulpmiddelen voor het kweken van hennep aangetroffen. 2.1.5 Bij schrijven van 18 april 2012 heeft Nijestee [A] laten weten dat zij voornemens is ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning bij de rechter te vorderen. Ze heeft [A] erop gewezen dat hij de gelegenheid krijgt om binnen drie dagen de huurovereenkomst op te zeggen, zodat hij in plaats van voor vijf jaar, voor twee jaar wordt uitgesloten van het huren van woonruimte via de woningcorporaties in Groningen. Vervolgens hebben enkele briefwisselingen plaatsgevonden tussen partijen. Tot een opzegging van de huurovereenkomst is het niet gekomen. 2.2 De vorderingen in conventie 2.2.1 Nijestee heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] te ontbinden; II. [A] te veroordelen om de woning aan de [adres], te [plaatsnaam] met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover deze laatste niet eigendom zijn van Nijestee, binnen vijf dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis te ontruimen en te verlaten, met afgifte van de sleutels, ter vrije beschikking aan Nijestee te stellen; III. [A] te veroordelen in de kosten van deze procedure. in reconventie 2.2.2 [A] heeft op de bij conclusie van (voorwaardelijke) eis in reconventie geformuleerde gronden en na wijziging van eis gevorderd: I. primair: Nijestee te verbieden [A] uit te (laten) sluiten van het huren van een woning van de in het hennepconvenant genoemde woningcorporaties, onder de voorwaarde dat in de (sociale) huurwoning van [A] geen hennepteelt wordt aangetroffen binnen vijf jaren na het wijzen van het vonnis dan wel binnen een in goede justitie te bepalen termijn; subsidiair: Nijestee te verbieden [A] uit te (laten) sluiten van het huren van een woning van de in het hennepconvenant genoemde woningcorporaties, met uitsluiting van Nijestee, onder de voorwaarde dat in de (sociale) huurwoning van [A] geen hennepteelt wordt aangetroffen binnen vijf jaren na het wijzen van het vonnis dan wel binnen een in goede justitie te bepalen termijn; II. Nijestee te verbieden de (persoons)gegevens van [A] als bedoeld in het hennepconvenant aan de in het hennepconvenant genoemde woningcorporaties, de Selectiecommissie Groninger Corporaties en Woningnet (N.V.) te verstrekken; III. Nijestee te veroordelen om - binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis - de reeds op grond van het hennepconvenant aan de in het hennepconvenant genoemde woningcorporaties, de Selectiecommissie Groninger Corporaties en Woningnet (N.V.) verstrekte (persoons)gegevens van [A] te (laten) verwijderen en verwijderd te (laten) houden; IV. Nijestee te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat zij niet aan het onder I, II en onder III genoemde (verbod of gebod) heeft voldaan, totdat een maximum van € 50.000,00 is bereikt; V. Nijestee te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van gemachtigde daaronder begrepen. 2.3 De standpunten in conventie 2.3.1 Nijestee legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [A] met het inrichten van een (professionele) hennepkwekerij in zijn woning ernstig tekort geschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Ze heeft [A] in de gelegenheid gesteld de huurovereenkomst zelf op te zeggen. Nu [A] daaraan geen gehoor heeft gegeven, zag Nijestee zich genoodzaakt de onderhavige vorderingen in te stellen. 2.3.2 [A] erkent dat hij met het (laten) kweken van hennep in de woning een fout heeft begaan. Volgens hem rechtvaardigt deze fout echter niet de ontbinding van de huurovereenkomst. Hij heeft met de hennepteelt geen overlast veroorzaakt voor omwonenden. Ook heeft hij geen stroom aftgetapt. De ontbinding en daarop volgende ontruiming zal tot gevolg hebben dat hij niet langer zijn kinderen in de woning zal kunnen ontvangen. De gevorderde ontbinding en ontruiming dienen volgens [A] dan ook afgewezen te worden. in reconventie Vordering I 2.3.3 [A] heeft aan zijn eerste (primaire en subsidiaire) vordering ten grondslag gelegd dat [A] als een schrijnend geval in de zin van artikel 13 van het convenant aangemerkt moet worden. Op basis daarvan dient hij niet uitgesloten te worden van sociale huur bij alle woningcorporaties althans bij andere woningcorporaties dan Nijestee. 2.3.4 Nijestee stelt dat de eerste (primaire en subsidiaire) vordering niet toegewezen kan worden, omdat Nijestee geen zeggenschap heeft over het toewijzingsbeleid van andere corporaties. De in het convenant genoemde corporaties zijn bovendien geen partij in deze procedure. Wat haar eigen beleid betreft, heeft Nijestee aangevoerd dat zij, net als de andere Groningse woningcorporaties, het gezamenlijke Groningse toewijzingsbeleid uitvoert en ze zich geconformeerd heeft aan het beleid dat gevoerd wordt ten aanzien van huurders die hennep kweken of hebben gekweekt. Nijestee heeft hierbij een gerechtvaardigd belang. Daarnaast beroept ze zich op haar contractsvrijheid: het staat haar vrij om woningzoekenden te weigeren of juist wel een overeenkomst met ze aan te gaan. Vorderingen II tot en met IV 2.3.5 Ten aanzien van de vorderingen II tot en met IV stelt [A] dat de verstrekking van persoonsgegevens omtrent hennepteelt in zijn woning aan de andere woningcorporaties via de Groninger selectiecommissie van Woningnet N.V., in strijd is met het bepaalde in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (“Wbp”). De gegevensverstrekking is daarmee onrechtmatig jegens [A]. [A] wenst door middel van de onderhavige vorderingen te voorkomen dat Nijestee onrechtmatig jegens hem handelt. 2.3.6 Nijestee betwist dat de gegevensverstrekking onrechtmatig is. Ze stelt dat ze de persoonsgegevens rechtmatig heeft verkregen en gerechtigd is deze gegevens conform het convenant te verwerken. 2.4 De beoordeling in conventie 2.4.1 De kantonrechter overweegt dat nu de aanwezigheid van een hennepplantage in de woning is komen vast te staan, mede op grond van de algemene voorwaarden evident sprake is van een tekortkoming van [A] in de nakoming van de huurovereenkomst. In beginsel is Nijestee op grond van artikel 6:265 BW dan ook gerechtigd de huurovereenkomst te laten ontbinden. [A] heeft echter aangevoerd dat hij geen overlast voor de omgeving heeft veroorzaakt en dat hij niet illegaal stroom heeft afgetapt en daarmee de gevaren van de hennepkwekerij beperkt heeft gehouden. Naar het oordeel van de kantonrechter doen deze omstandigheden niet af aan ernst van de tekortkoming. Het is van algemene bekendheid dat het kweken van hennep in een woning een (ernstig) gevaar oplevert van brand en/of wateroverlast voor omwonenden. Veelal brengt een hennepkwekerij bovendien gevaar van stankoverlast voor omwonenden met zich. Dat de risico’s zich niet hebben verwezenlijkt is niet aan enig doen of nalaten van [A] toe te schrijven. 2.4.2 Ook het huurverleden en de persoonlijke omstandigheden van [A] maken niet dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd zou zijn. [A] heeft willens en wetens het risico genomen dat hij, bij ontdekking van de plantage, de thans gevorderde consequenties zou moeten ondergaan. Daarbij merkt de kantonrechter op dat het verleden als goed huurder geen “bonus” oplevert die maakt dat Nijestee meer moet tolereren van [A]. Bovendien heeft [A] ter zitting aangegeven dat zijn kinderen en hijzelf ‘s nachts niet in de woning sliepen. Met andere woorden: de door [A] genomen risico’s troffen uitsluitend anderen. 2.4.3 Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden toegewezen. De termijn van ontruiming wordt op veertien dagen na betekening van dit vonnis gesteld. 2.4.4 De kantonrechter ziet geen aanleiding om, zoals [A] wenst, de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van dit vonnis te weigeren. De uitzondering van artikel 7:272 BW is immers niet van toepassing. Daarnaast weegt naar het oordeel van de kantonrechter het belang van Nijestee bij een spoedige voldoening aan dit vonnis, zwaarder dan het belang van [A] bij behoud van bestaande toestand tot op een in te stellen hoger beroep is beslist. 2.4.5 [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure. in (voorwaardelijke) reconventie 2.4.6 De vorderingen in reconventie zijn ingediend onder de voorwaarde dat de vordering in conventie wordt toegewezen. Nu aan deze voorwaarde is voldaan, komt de kantonrechter toe aan de inhoudelijke behandeling van deze vorderingen. Verbod op uitsluiting 2.4.7 De kantonrechter overweegt dat vordering I twee vorderingen impliceert, te weten een verbod voor Nijestee om andere in het convenant genoemde woningcorporaties [A] van een sociale woning te laten uitsluiten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.