← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9405

beschikking RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Zittingsplaats Groningen zaaknummer / rekestnummer: C/18/139340 / HA RK 13-37 Beschikking van 26 maart 2013 in de zaak van [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster, advocaat mr. E.J. Jongsma te Joure, tegen DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK GRONINGEN, wonende te Groningen, verweerder.

  1. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzetschrift - het verweerschrift.
  2. De feiten 2.
  3. De ex-partner van thans verzoekster heeft een verzoekschrift tot wijziging van partner¬alimentatie ingediend, dat door de rechtbank op 18 oktober 2012 is ontvangen. Het verzoekschrift is geregistreerd onder nummer C18/136923/FA RK 12-
  4. Verzoekster, vertegenwoordigd door mr. E.J. Jongsma, heeft in genoemde zaak op 18 december 2012 een verweerschrift ingediend. 2.
  5. Vanaf 18 december 2012 is verzoekster griffierecht verschuldigd. Het griffierecht, een bedrag van € 267,- is op 31 december 2012 voldaan. 2.
  6. Verzoekster heeft bij brief van 18 februari 2013 een 'bezwaarschrift' ingediend tegen het opgelegde griffierecht. Het 'bezwaarschrift' is op 19 februari 2013 door de rechtbank ontvangen.
  7. De standpunten 3.
  8. Verzoekster stelt zich op het standpunt dat zij een griffierecht van € 73,- heeft te voldoen in plaats van € 267,-. Daartoe voert zij het volgende aan. Verzoekster heeft voor de genoemde procedure een toevoeging verkregen, welke bij indiening van het verweerschrift is gevoegd. Ook is in het verweerschrift vermeld dat verzoekster in aanmerking komt voor de gefinancierde rechtsbijstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het in rekening brengen van het griffierecht. Het tarief voor de on- en minvermogenden dient te worden toegepast. 3.
  9. Verweerder heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verzoekster niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat het niet tijdig is ingediend. Subsidiair heeft verweerder gesteld dat het verzet ongegrond is, omdat de griffier bij de indiening van het verweerschrift geen afschrift van de definitieve toevoeging heeft ontvangen. Om die reden is het normale griffierecht geheven.
  10. De beoordeling 4.
  11. In artikel 29 lid 1 Wet Griffierechten Burgerlijke Zaken (Wgbz) is bepaald dat degene die de griffierechten en verschotten heeft betaald gedurende een maand na die betaling tegen de beslissing van de griffier tot heffing van het griffierecht of de verschotten in verzet kan komen. 4.
  12. De rechtbank overweegt dat het 'bezwaarschrift' als verzetschrift moet worden aangemerkt. Blijkens de door verweerder overgelegde afschriften is op 30 december 2012 het in rekening gebrachte griffierecht betaald. Het verzetschrift is op 19 februari 2013 ontvangen, hetgeen niet binnen de termijn van een maand is. Gelet daarop kan verzoekster, op de voet van artikel 29 Wbvz, niet in haar verzet worden ontvangen. 4.
  13. Ten overvloede wordt overwogen dat niet is gebleken dat op het moment dat griffierecht werd geheven een afschrift van het besluit tot toevoeging, als bedoeld in artikel 29 Wgbz, was overgelegd. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de griffier op basis van de hem bekende stukken het juiste griffierecht heeft geheven.
  14. De beslissing De rechtbank - verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr. L.T. de Jonge en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2013.?

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.