RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen Parketnummer: 18.920362-13 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 04 maart 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [verdachte], geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te[woonplaats]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 18 februari
(3)afzonderlijke afgetimmerde compartimenten. Kweekruimte/compartiment 1 had een afmeting van circa van 4 meter bij 5 meter. In deze kweek-ruimte stonden 220 hennepplanten in zwarte potten. Kweekruimte/compartiment 2 had een afmeting van circa van 4 meter bij 3 meter. In deze kweek-ruimte stonden 167 hennepplanten in zwarte potten. Kweekruimte/compartiment 3 had een afmeting van circa van 8 meter bij 4 meter. In deze kweek-ruimte stonden 366 hennepplanten in zwarte potten. Stroomvoorziening Vervolgens hebben heeft een medewerker van energiemaatschappij Enexis nader onderzoek gedaan naar de stroomvoorziening van de hennepkwekerij. Tijdens dit onderzoek, welke werd uitgevoerd door de fraude inspecteur van Enexis werd geconstateerd dat de stroom en gasvoorziening illegaal werd afgetapt ten behoeve van de hennepkwekerij. Herkenning hennep Uit eigen waarneming herkenden wij verbalisanten, deze aangetroffen en in beslag genomen planten en of plantendelen qua vorm, kleur en geur als zijnde hennepplanten en of delen van hennepplanten. Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep),waarvan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. Feit 2 - een schriftelijke aangifte van[naam] d.d. 16 mei 2013, namens Enexis BV, die -zakelijk weergegeven- het volgende inhoudt. Enexis B.V. heeft met een persoon/bedrijf genaamd [verdachte] een overeenkomst betreffende aansluiting en transport van elektriciteit naar perceel [adres] te [plaats]. Op verzoek van politieambtenaar [naam] van korps Eenheid Noord-Nederland is op 11 april 2013 door fraude-inspecteur [naam] van Enexis B.v., een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting in bovengenoemd perceel. Bij dit onderzoek is het volgende geconstateerd: Verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie te weten: Het deksel, van de aansluitkast, is ongeoorloofd open geweest. Hiervoor heeft Enexis geen toestemming verleend. Een illegale aansluiting op bovenzijde zekeringhouders. De fraude-inspecteur zag dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard was. Contractueel hoort er 1 x 35A (40A) in te zitten. Door de manipulatie werd ten behoeve van de hennepplantage afgenomen elektriciteit niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. - een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 april 2013, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [verdachte]. De hennepkwekerij is gevestigd aan de [adres] te [plaats]. Ik heb de kwekerij aangelegd en de eerste plantjes zijn er ingekomen begin september
- De kennis om de kwekerij in te richten had ik via een kennis van mij in[plaats]. Die had ook een mannetje om de stroom aan te leggen. Er stonden tussen de 700 à 800 planten, verdeeld over drie ruimtes. De stekjes kocht ik voor 6 euro per stuk. Aantal oogsten. De grote 3 keer en die van zestien lampen 2 keer en die kleine van acht lampen 1 keer. Ik reken het uit en kom op 33 kilo in totaal à 3300 euro per kilo. Ik heb geen geld meer alles is op. De stroom is illegaal afgetapt, dat wist ik. Ik alleen ben verantwoordelijk voor deze hennepkwekerij. Ik heb hulp gehad bij het oogsten van deze hennepkwekerijen. Hetgeen de rechtbank bewezen acht De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat
- hij in de periode van 1 september 2012 tot en met 11 april 2013 te [plaats], gemeente Borger-Odoorn, opzettelijk heeft geteeld en bewerkt en verwerkt, in een pand aan [adres], een groot aantal hennepplanten en delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
- hij in de periode van 1 september 2012 tot en met 11 april 2013 te [plaats], gemeente Borger-Odoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid energie (elektriciteit), toebehorende aan Enexis BV, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking; De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Kwalificaties Het bewezen geachte levert respectievelijk op: onder 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet; onder 2: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaarheid De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Strafmotivering De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte in een periode van ongeveer 8 maanden een hennepkwekerij in werking heeft gehad en dat verdachte ten behoeve van die kwekerij buiten de meter om elektriciteit heeft afgenomen. Uit de verklaring van verdachte leidt de rechtbank af dat verdachte de kwekerij mede heeft aangelegd om de verbouwing van zijn woonboerderij te kunnen financiering. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van hennep schadelijk is voor de volksgezondheid. Verdachte heeft door de productie van hennep er mede toe bijgedragen dat dergelijke middelen verkrijgbaar blijven. Naar het oordeel van de rechtbank is het handelen van verdachte verwerpelijk te noemen. Aangaande de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de aard en ernst van het bewezen verklaarde, met de omstandigheden waaronder dit is begaan en met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 28 januari 2014, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor Opiumwetdelicten met politie en justitie in aanraking is gekomen. Gelet hierop is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege kan blijven en dat in zoverre afgeweken dient te worden van de oriëntatiepunten voor de straftoemeting. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke werkstraf geboden is zoals die door de officier van justitie is gevorderd te weten 200 uren. Benadeelde partij Enexis B.V. De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar. Schadevergoedingsmaatregel Met betrekking tot het onder 2 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 22c , 22d, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot: een taakstraf bestaande uit 200 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast; De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Enexis B.V. van de som van € 13.445,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil. De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Enexis B.V., een bedrag van € 13.445,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 102 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter en mr. E. Läkamp en mr. C. Brouwer, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 04 maart 2014, zijnde mr. Brouwer buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen. pag. 27 ev van het dossier pag. 4 ev van het dossier pag. 42 ev van het dossier