VONNIS RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/127311 / HA ZA 13-161 Vonnis van 15 januari 2014 in de zaak van 1 [A], wonende te[woonplaats], 2 [B], wonende te [woonplaats], eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat: mr. N.E.P. Gustings te Den Haag, tegen [C], wonende te [woonplaats], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat: mr. M.L. Wierstra te Den Haag. Partijen zullen hierna afzonderlijk [A], [B] en [C] genoemd worden en eisers tezamen ook [A] c.s. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: I. de dagvaarding; II. de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie; III. het mondeling tussenvonnis van 7 augustus 2013, waarbij een comparitie van partijen is bepaald; IV. het proces-verbaal van de op 12 november 2013 gehouden comparitie, ter gelegenheid waarvan [A] c.s. zijn eis heeft gewijzigd, welke wijziging door de rechtbank is toegestaan nu in de dagvaarding reeds de overwegingen staan waarop deze eiswijziging is gebaseerd en [C] hierdoor niet in haar belangen is geschaad. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten zowel in conventie als in reconventie 2.1. [A] en [B] zijn ieder voor de onderdeelde helft eigenaar van de woning staande en gelegen aan het [adres] (hierna te noemen: de woning). 2.2. Ter verzekering van een vordering op [B] heeft [C] ten laste van [B] op 14 januari 2008 conservatoir beslag gelegd op diens onverdeelde aandeel in de woning. 2.3. Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank te Amsterdam van 23 juni 2009 is [B] veroordeeld wegens oplichting van (onder meer) [C]. 2.4. Bij vonnissen van de civiele kamer van de rechtbank te Amsterdam van 21 april 2010 en 3 augustus 2011 is [B] op vordering van [C] - kort gezegd - veroordeeld tot betaling aan [C] van een bedrag van € 701.164,98 respectievelijk € 328.340,00. Ten gevolge van deze vonnissen is het hiervoor genoemde conservatoire beslag executoriaal geworden. 2.5. [B] heeft tegen bovenstaande vonnissen hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 22 januari 2013 heeft het gerechtshof te Amsterdam het vonnis van 21 april 2010 vernietigd, doch uitsluitend voor zover de veroordeling het bedrag van € 22.620,00 omvat, dus met instandhouding van de veroordeling tot betaling van het bedrag van € 678.544,98. Het vonnis van 3 augustus 2011 heeft het gerechtshof bij arrest van (eveneens) 22 januari 2013 bekrachtigd. 2.6. Voorts heeft [C] bij dagvaarding van 25 maart 2011 een procedure opgestart tegen [A] c.s. ten einde - kort gezegd - hem te bewegen tot verdeling van gemeenschap over te gaan. Bij eindvonnis van 21 december 2011 heeft de rechtbank te Amsterdam onder andere het volgende opgenomen in het dictum: '3.1. beveelt [B] en [A] om binnen een maand over te gaan tot verdeling van de gemeenschap waarin [B] en [A] deelgenoten zijn en waarin de onroerende zaak (…) zich bevindt, op een wijze waarmee [C] instemt; 3.2. bepaalt, voor het geval dat [B] en [A] niet binnen een maand tot een verdeling komen waarmee [C] instemt: - dat de gemeenschap zal worden verdeeld door openbare verkoop van de onroerende zaak en verdeling van de opbrengst van de verkoop (…); - dat deze verkoop zal plaatsvinden tegen een door partijen (…) overeen te komen marktconforme prijs; - dat deze verkoop, indien partijen niet (…) overeenstemming bereiken over de marktconforme prijs, zal plaatsvinden tegen een prijs die niet lager is dan de door een deskundige vastgestelde taxatiewaarde in onbewoonde staat, 3.3. benoemt, voor het geval dat partijen niet (…) overeenstemming hebben bereikt over de marktconforme prijs, Th. Groen (hierna te noemen: Groen, toevoeging van de rechtbank), makelaar te Sneek (…), tot deskundige om de voornoemde taxatiewaarde vast te stellen; 3.4. benoemt, voor zover [B] en [A] niet meewerken aan de verdeling van de gemeenschap, Th. Groen voornoemd als onzijdig persoon ter vertegenwoordiging van [B] en [A] en ter behartiging van hun belangen; 3.5. benoemt mr. G. Elsinga (hierna te noemen: Elsinga, toevoeging van de rechtbank), notaris te Sneek (…), tot notaris ten overstaan van wie de werkzaamheden der verdeling zullen plaatsvinden en ten behoeve van de openbare verkoop van het huis voor het geval partijen hierover geen overeenstemming bereiken.' 2.7. Groen heeft de waarde van de woning in zijn taxatierapport van 24 april 2012 op een bedrag van € 225.000,00 bepaald. 2.8. Nadat openbare verkoop tegen (tenminste) de door Groen bepaalde waarde niet slaagde en [C] Elsinga niet bereid vond tot het houden van een veiling over te gaan zonder betaling van een voorschotbedrag van € 9.000,00, heeft [C] [A] c.s. in kort geding gedagvaard. Bij vonnis van 6 december 2012 heeft de voorzieningenrechter te Amsterdam op vordering van [C] onder andere het volgende opgenomen in het dictum: '5.1. bepaalt dat [B] en [A] geen rechten kunnen ontlenen aan de voorwaarden die zijn opgenomen na de laatste twee gedachtestreepjes van 3.2 van het vonnis van 21 december 2011 (…); 5.2. benoemt mr. G. Vellinga, notaris te Sneek, tot notaris ten overstaan van wie de werkzaamheden der verdeling (als bedoeld in 3.1 van het vonnis van 21 december 2011) zullen plaatsvonden en ten behoeve van de openbare verkoop van de woning als bedoeld in 3.2 van het vonnis van 21 december 2011)' 2.9. [A] c.s. heeft bij dagvaarding van 10 december 2012 tegen bovenstaande uitspraak hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 16 juli 2013 voornoemd vonnis bekrachtigd. Daartoe heeft het gerechtshof onder andere het volgende overwogen: '3.11. In het vonnis van 21 december 2011 (…) is bepaald dat [A] en [B] binnen een maand na het vonnis dienen over te gaan tot verdeling van de gemeenschap. Vast staat dat zij dit niet binnen een maand na het vonnis hebben gedaan, zoals bepaald in het dictum van dat vonnis onder 3.1 (…). Dit betekent dat de daarop volgende beslissing van de rechtbank geldt (…), namelijk dat de gemeenschap zal worden verdeeld door openbare verkoop van de woning en verdeling van de opbrengst daarvan, minus de kosten. De discussie spitst zich thans toe op de vraag of [C] aanspraak kan maken op de door haar gewenste openbare verkoop van de woning (…), zonder dat daarvoor een minimumprijs moet gelden, op de wijze die is neergelegd in het vonnis van 21 december 2011. Naar 's hofs oordeel moet die vraag bevestigend worden beantwoord. Vast staat dat [C] een aanzienlijke, opeisbare vordering op [B] heeft. Niet is gesteld of gebleken dat [C] zich op andere vermogensbestanddelen kan verhalen dan op de woning. De woning is derhalve nodig voor het verhaal van haar vordering op [B]. Hiermee is gegeven dat [C] in beginsel verdeling van de gemeenschap kan vorderen. Zowel [A] als [B] is als deelgenoot gehouden tot medewerking aan de verdeling. Weliswaar is aannemelijk dat [A] (…) in zijn belangen wordt getroffen door een verdeling, zeker wanneer de woning tegen elke prijs kan worden verkocht. Onvoldoende aannemelijk is echter geworden dat de executie niets, of een verwaarloosbaar bedrag zal opleveren voor [C]. Het hof weegt hierbij mee dat thans niet als vaststaand kan worden aangenomen dat [A] eerst een bedrag kan verrekenen met het aandeel van [B] in de opbrengst van de woning, alvorens [C] zich daarop kan verhalen. (…) Derhalve is onvoldoende aannemelijk geworden dat de belangen van [A] (…) aanmerkelijk groter zijn dan de belangen van [C] bij verdeling op de door [C] gewenste wijze. (…) Met dit oordeel is ook gegeven dat [C] geen misbruik van recht maakt met haar vordering de woning openbaar te mogen verkopen.' 2.10. [A] en [B] hebben aan [C] te kennen gegeven dat zij de gemeenschap waarin zij beiden deelgenoten zijn, dusdanig wensen te verdelen, dat de eigendom van de woning van [B] op [A] over gaat. [C] heeft geweigerd akkoord te gaan met deze voorgestelde wijze van verdeling. 3De vordering in conventie 3.1. De (gewijzigde) vorderingen van [A] c.s. strekken ertoe, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: V. de verdeling vaststelt van de woning te [kadastrale gegevens] in die zin dat na verdeling deze woning in zijn geheel toebehoort aan [A], middels verrekening van zijn vordering op [B] tot het beloop van de waarde van de helft van de woning en dat [C] met deze wijze van verdeling instemt en voor zover zij dat niet doet, de rechtbank vervangende toestemming hiervoor zal verlenen; VI. [C] veroordeelt in de kosten van dit geding. 3.2. [C] voert verweer, waarbij zij heeft geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van [A] c.s. - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten ad € 131,00 (in geval van betekening € 199,00), te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis. 3.3. Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. De vorderingen van [C] strekken ertoe, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat [A] en [B] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade geleden door [C] vanwege het niet binnen een maand na het vonnis van 21 december 2011 van de rechtbank Amsterdam (zaak- en rolnummer 486783 HA ZA 11-21001) tot verdeling over gaan van de gemeenschap waarin [A] en [B] deelgenoten zijn en waarin de omroerende zaak aan het [adres] zich bevindt op een wijze waarop [C] zou kunnen instemmen; II. [A] en [B] hoofdelijk veroordeelt - des de een betalende de ander zal zijn bevrijd - tot vergoeding van de door [C] geleden en nog te lijden schade, zoals bedoeld onder I, zulks nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; VII. [A] en [B] hoofdelijk veroordeelt - des de een betalende de ander zal zijn bevrijd - in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten ad € 131,00 (in geval van betekening € 199,00), te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis. 3.5. [A] c.s. voert verweer, waarbij hij heeft geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van [C] in de kosten van de procedure. 3.6. Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4Het geschil en de beoordeling daarvan in conventie 4.1. [A] c.s. heeft gesteld tot verdeling van de gemeenschap over te willen gaan en wel op zodanige wijze dat de eigendom van de onverdeelde helft van de woning van [B] aan [A] wordt overgedragen. Dit vanwege het feit dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.