RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Leeuwarden zaak-/rolnummer: 2273398 \ CV EXPL 13-6204 vonnis van de kantonrechter d.d. 8 juli 2014 inzake de besloten vennootschap DOKA NEDERLAND B.V., gevestigd te Oss, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. M. Hoogenboom, advocaat te Rotterdam, tegen MR. M.D. KALMIJN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap BETON- EN AANNEMERSBEDRIJF VEENSTRA B.V., kantoorhoudende te Leeuwarden, gedaagde in conventie, eiser in reconventie, gemachtigde: mr. I.J. Woltman, advocaat te Leeuwarden. Partijen zullen hierna "Doka" en "de curator" worden genoemd. Procesverloop 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 13 mei 2014 - de akte van Doka - de akte van de curator. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. Motivering De verdere beoordeling van het geschil in conventie 2.
- De inhoud van voornoemd tussenvonnis dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. 2.
- In meergenoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat hij voornemens is om de Hoge Raad op de voet van artikel 392 Rv e.v. de volgende prejudiciële vraag te stellen: "In artikel 39 Fw, laatste volzin, is bepaald dat van de dag der faillietverklaring af de huurprijs boedelschuld is. Geldt deze bepaling ook ten aanzien van de huur van roerende zaken (als de onderhavige)?" 2.
- Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voornemen om genoemde prejudiciële vraag te stellen alsmede over de inhoud van deze rechtsvraag. 2.
- Beide partijen hebben in de door hen genomen akte aangegeven dat zij zich kunnen verenigen met het voornemen om voornoemde rechtsvraag aan de Hoge Raad voor te leggen en dat zij geen opmerkingen hebben over de door de kantonrechter voorgestelde rechtsvraag. 2.
- Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter de Hoge Raad verzoeken om bij wijze van prejudiciële beslissing de sub r.o. 2.
- omschreven rechtsvraag te beantwoorden. 2.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden, in afwachting van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad. Beslissing De kantonrechter: in conventie verzoekt de Hoge Raad om bij wijze van prejudiciële beslissing de onder 2.
- omschreven rechtsvraag te beantwoorden; bepaalt dat de griffier onverwijld een afschrift van dit vonnis zendt aan de civiele griffie van de Hoge Raad, Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage; bepaalt dat de griffier afschriften van de andere op de procedure betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad zendt; houdt iedere verdere beslissing aan. Aldus gewezen door mr. S.B. van Baalen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2014 in tegenwoordigheid van de griffier. c 744