RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/730499-13 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 31 januari 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum 1] 1963 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in PI Leeuwarden, Holstmeerweg 7 te Leeuwarden. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 januari 2014. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.C.L. Crozier, advocaat te Sneek. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 13 juli 2013 te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2006), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(
(2x): 1e selectie In de map Documents and Settings\Windows\Mijn documenten\Mijn afbeeldingen, trof ik enige duizenden Kinderpornografische afbeeldingen aan. Ik heb uit deze map willekeurig 24 kinderpornografische afbeeldingen geselecteerd en deze onderzocht op de File Created en de Last Accessed datum. Ik zag dat de File Created datum van deze 24 afbeeldingen varieerde van 04/04/2011 tot en met 27/05/2013. Ik zag dat de Last Accessed datum van deze 24 afbeeldingen varieerde van 10/07/2013 03:29 uur tot en met 10/07/2013 03:42 uur. 2e selectie In de map Documents and Settings\Windows\Mijn documenten\Mijn afbeeldingen, trof ik enige duizenden Kinderpornografische afbeeldingen aan. Ik heb uit deze map willekeurig 24 kinderpornografische afbeeldingen geselecteerd en deze onderzocht op de File Created en de Last Accessed datum. Ik zag dat de File Created datum van deze 24 afbeeldingen varieerde van 16/02/2011 09:09 uur tot en met 16/02/2011 10:01 uur. Ik zag dat de Last Accessed datum van deze 24 afbeeldingen varieerde van 31/05/2013 tot en met 03/06/2013. Bewezenverklaring De rechtbank acht het onder 1., 2., 3. primair, 4. primair en 5. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat: 1. hij op 13 juli 2013 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte: - zijn hand in het zwembroekje van die [slachtoffer 1] gestoken en vervolgens - de blote billen van die [slachtoffer 1] betast en over de (blote) billen van die [slachtoffer 1] gewreven en - daarbij gezegd "Hier ben je ook lekker nat"; 2. hij op 13 juli 2013 te Drachten, althans in de gemeente Smallingerland, met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte: - zijn hand in de onderbroek van die [slachtoffer 2] gestoken en vervolgens - de vagina van die[slachtoffer 2] betast en over de vagina van die [slachtoffer 2] gewreven; 3. hij op 13 juli 2013, te Drachten, althans in de gemeente Smallingerland, [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2006, waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen door in het bijzijn en in de nabijheid van die [slachtoffer 2]: - zijn broek naar beneden te doen en zijn penis uit de broek te halen en - zijn penis aan die [slachtoffer 2] te tonen en - tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij aan de penis van hem, verdachte, moest zitten en - zijn penis vast te pakken en vervolgens zichzelf te bevredigen, zodanig dat hij is klaargekomen, terwijl dat door die [slachtoffer 2] is waargenomen; 4. hij op 29 juni 2013 te Ureterp, in de gemeente Opsterland, door belofte van geld en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht personen, [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4] 2006, en [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 5] 2005, waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen van verdachte te dulden, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk: - de buik en de heup van die [slachtoffer 4] betast en aan de broek van die [slachtoffer 4] getrokken en - tegen die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gezegd dat hij, verdachte, moest plassen en zijn, verdachtes, broek laten zakken en - zijn penis aan die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] getoond en - tegen die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gezegd: "Kijk hij wordt groter en dikker" en - tegen die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gezegd dat ze 5,- euro zouden krijgen, als ze nog even bleven kijken en - zijn penis vastgepakt en vastgehouden en vervolgens zichzelf afgetrokken en met zijn penis geschud; 5. hij in de periode van 1 januari 2013 tot en met 15 juli 2013 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, een gegevensdrager, te weten een systeemkast bevattende 8229 afbeeldingen, te weten 8190 foto-afbeeldingen en 39 film-afbeeldingen, telkens in bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang tot die afbeeldingen heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit: - het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of (een)vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(
- en)van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of - het oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong en/of - het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of - het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of - het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(
- en)die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(
- en)gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/ poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(
- en)en/of in (een)(erotisch getinte) houding(
- en)(op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(
- en)zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(
- en)en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(
- s)nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling en/of - het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een perso(o)n(
- en)die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of - het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(
- en)die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (terwijl op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is). De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: 1. Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen. 2. Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen. 3. primair Met een ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen. 4. primair Door beloften van geld en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd. 5. Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd. Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten opzichte van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Motivering maatregel en straf Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de over hem opgemaakte rapportages Pro Justitia, het reclasseringsadvies d.d. 21 oktober 2013, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 10 oktober 2013, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman. De officier van justitie heeft oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, alsmede terbeschikkingstelling met dwangverpleging gevorderd. De raadsman heeft bepleit dat een terbeschikkingstelling met dwangverpleging de enige, noch de juiste manier van behandeling voor verdachte is. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van ontucht met jonge kinderen en het meermalen bewegen van jonge kinderen getuige te zijn van zijn seksuele handelingen. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Door zijn handelen heeft verdachte, enkel ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens, inbreuk gemaakt op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit van zijn slachtoffers. Het is aannemelijk dat de slachtoffers van verdachte - en hun ouders - deze gebeurtenissen voor de rest van hun leven met zich mee zullen dragen. Verdachte heeft ter terechtzitting weinig inzicht in zijn handelen kunnen geven. Uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte in het verleden reeds meermalen is veroordeeld wegens het plegen van ontucht met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren. De opgelegde gevangenisstraffen hebben verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw soortgelijke feiten te plegen. Over verdachte zijn pro justitia rapportages opgemaakt, te weten het rapport d.d. 18 oktober 2013, opgemaakt door drs. D.T. van der Werf, psychiater en het rapport d.d. 19 oktober 2013, opgemaakt door drs. J. Buschman, psycholoog. De conclusie van het rapport van de psychiater luidt, zakelijk weergegeven, dat verdachte lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een nader te bepalen vorm van pedofilie (waarschijnlijk niet exclusieve type) en randzwakbegaafdheid. Een antisociale persoonlijkheidsstoornis, pedofilie en randzwakbegaafdheid zijn in wezen duurzame stoornissen en derhalve kan ervan uit worden gegaan dat die ook speelden ten tijde van de hier aan verdachte ten laste gelegde delicten, aldus de psychiater. Het staat - gezien de vastgestelde psychopathologie en de volgordelijkheid in tijd - voor de psychiater vast dat er sprake is van een verminderde toerekeningsvatbaarheid bij verdachte ten tijde van het ten laste gelegde en bewezenverklaarde, maar de psychiater kan geen oordeel geven over de mate waarin er sprake is geweest van verminderde toerekeningsvatbaarheid door de weigerachtige opstelling van verdachte gedurende het onderzoek. De conclusie van het rapport van de psycholoog luidt, zakelijk weergegeven, dat verdachte lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en pedoseksualiteit van het antisociale type en dat deze stoornissen aanwezig waren ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde en zijn handelen beïnvloedden. De psycholoog adviseert om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. Door de psychiater en de psycholoog, alsmede door de reclassering blijkens het reclasseringsadvies d.d. 21 oktober 2013, wordt de kans op herhaling als (zeer) hoog geschat. De psychiater concludeert dat de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden weliswaar denkbaar is, maar dat hij niet hoopvol gestemd is over een duurzame bereidwilligheid bij betrokkene om zich metterdaad aan de noodzakelijk geachte behandeling te conformeren. De psycholoog adviseert om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen. De psycholoog overweegt daartoe dat de problematiek van betrokkene zodanig fors is dat zeer langdurige behandeling en zeer zorgvuldig gecontroleerde resocialisatie verwacht moeten worden, alsmede dat er - ondanks een zeer hoog recidiverisico - bij verdachte geen sprake is van intrinsieke motivatie om te veranderen. Een behandeling in een ander kader is volgens de psycholoog te vrijblijvend. De reclassering adviseert om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen. De reclassering overweegt daartoe dat reclasseringstoezicht op bijzondere voorwaarden, noch terbeschikkingstelling met voorwaarden afdoende is om de risico's voldoende te kunnen beheersen. De rechtbank volgt de conclusies van de deskundigen en legt deze ten grondslag aan haar oordeel dat een terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 37a juncto 37b van het Wetboek van Strafrecht noodzakelijk is. Bij haar oordeel heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat: bij verdachte tijdens de bewezen verklaarde feiten een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond; de door verdachte begane feiten 1., 2., 4. primair en 5. misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld; de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging van die maatregel eist. In verband met het bepaalde in artikel 38e, eerste lid, van het wetboek van Strafrecht en gelet op het bepaalde in artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering overweegt de rechtbank dat de bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een niet-gemaximeerde terbeschikkingstelling. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het gegeven dat de feiten verdachte wel, zij het verminderd, kunnen worden toegerekend, zal de rechtbank naast de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, aan verdachte tevens een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Benadeelde partijen [slachtoffer 1], vertegenwoordigd door [benadeelde partij 1], is voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen. [slachtoffer 2], vertegenwoordigd door [benadeelde partij 2], is voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. en 3. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen. [slachtoffer 3], vertegenwoordigd door [benadeelde partij 3], is voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 4. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen. [slachtoffer 4], vertegenwoordigd door [benadeelde partij 4], is voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 4. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 37b, 57, 240b, 247, 248a en 248d van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: Verklaart het onder 1., 2., 3. primair, 4. primair en 5. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot: Een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 633,40 (zegge: zeshonderddrieëndertig euro en veertig eurocent). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 633,40 (zegge: zeshonderddrieëndertig euro en veertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 33,40 aan materiële schade en € 600,00 aan immateriële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 615,12 (zegge: zeshonderdvijftien euro en twaalf eurocent). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], te betalen een bedrag van € 615,12 (zegge: zeshonderdvijftien euro en twaalf eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 15,12 aan materiële schade en € 600,00 aan immateriële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 492,79 (zegge: vierhonderdtweëennegentig euro en negenenzeventig eurocent). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], te betalen een bedrag van € 492,79 (zegge: vierhonderdtweëennegentig euro en negenenzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 9 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 42,79 aan materiële schade en € 450,00 aan immateriële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 475,94 (zegge: vierhonderdvijfenzeventig euro en vierennegentig eurocent). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], te betalen een bedrag van € 475,94 (zegge: vierhonderdvijfenzeventig euro en vierennegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 9 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 25,94 aan materiële schade en € 400,00 aan immateriële schade. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer[slachtoffer 4], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. de Vries, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. P.F.E. Geerlings, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 januari 2014. w.g. Vries VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT Koelman de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, Geerlings locatie Leeuwarden, Woude RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/730499-13 proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 17 januari 2014 Tegenwoordig: mr. M.R. de Vries, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. P.F.E. Geerlings, rechters, en mr. C.L. van der Woude, griffier. Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. T.H. Pitstra. De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen. De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek. De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum 1] 1963 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in PI Leeuwarden, Holstmeerweg 7 te Leeuwarden. Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. H.C.L. Crozier, advocaat te Sneek. Ter terechtzitting zijn tevens verschenen de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4]. ………………………… De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 31 januari 2014 te 13:00 uur. Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.