vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Assen zaaknummer / rolnummer: C/19/98875 / HA ZA 13-123 Vonnis van 12 februari 2014 in de zaak van de maatschap [I. Vastgoed] , die is gevestigd in[woonplaats], eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. A. de Fouw, die kantoor houdt in Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B. Vastgoed] B.V., die statutair is gevestigd en kantoor houdt in [woonplaats], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. R.J. van Agteren, die kantoor houdt in Amsterdam. Partijen worden hierna [I. Vastgoed] en[B. Vastgoed] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 11 september 2013; het proces-verbaal van comparitie van 11 december 2013; de conclusie van antwoord in reconventie van 11 december 2013. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De vaststaande feiten in conventie en in reconventie 2.1. De rechtbank gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten die vaststaan omdat die feiten enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn weersproken, of omdat die feiten blijken uit de in zoverre onweersproken gebleven inhoud van de overgelegde producties. 2.2. [I. Vastgoed] betreft een maatschap die als vastgoedadviseur diensten aanbiedt bij de aankoop, huur en verhuur van en belegging in vastgoed.[B. Vastgoed] betreft een projectontwikkelaar. 2.3. [I. Vastgoed] heeft zich vanaf 2008 ingespannen om tot een koop- of huurovereenkomst te komen met de SNS bank N.V. (hierna: SNS), die eigenaar was van een pand aan de Schulpstoel 10-12-14 in Zutphen. De verwerving van dat pand strekte tot realisatie van een vestiging van Hennes & Mauritz Netherlands B.V. (hierna H&M) in dat pand. 2.4. [I. Vastgoed] heeft in dit verband[B. Vastgoed] benaderd om de eigendom van bovenvermeld pand te verwerven, dat pand te ontwikkelen en vervolgens als beleggingsobject te exploiteren door de verhuur ervan aan H&M. 2.5. Tussen [I. Vastgoed] en[B. Vastgoed] is een hierop gerichte samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen. Die samenwerkingsovereenkomst hebben partijen neergelegd in de daarvan door hen op 10 februari 2011 opgemaakte akte. In die akte, waarin[B. Vastgoed] “BAVA” wordt genoemd, is opgenomen, voor zover van belang: 2. [I. Vastgoed] zal zorgdragen voor de ondertekening van de LOI [Letter Of Intent, rb.] tussen "H&M" en "BAVA". Vervolgens zal de koopovereenkomst tot stand worden gebracht tussen "SNS" en "BAVA" op voor koper de meest gunstige wijze onder de voorwaarden dat "BAVA" zicht erop heeft dat alle vergunningen voor de herontwikkeling van het "object" worden verkregen. De volgorde kan tussen partijen anders bepaald worden. 6. "[I. Vastgoed]" zal gehonoreerd worden op basis van een performance fee. Deze performance fee zal zijn 50% van het verschil tussen alle kosten die door "BAVA" worden gemaakt met betrekking tot de aankoop en de verbouwing van het "object" inclusief de incentives in de huurovereenkomst (Stichtingskosten), en de verkoopprijs van het "object". Bij het niet tot stand komen van de ontwikkeling is het risico van de koopoptie voor "BAVA". Indien het plan wordt gerealiseerd maar om redenen "BAVA" besluit niet tot verkoop over te gaan, zullen partijen de waarde van de belegging toetsen aan de markt door het object in de markt te koop aan te bieden. Op basis van het hoogste bod zal er tussen partijen op bovenstaande wijze een berekening worden gemaakt en het aan "[I. Vastgoed]" verschuldigde honorarium worden voldaan. 7. Het honorarium zal op de dag van de verkoop van de belegging aan een derde door "BAVA" aan "[I. Vastgoed]" betaalbaar worden gesteld. Indien er geen verkoop plaats vindt treedt de markttoetsing in werking en zal er uiterlijk één maand na in gebruikneming van het object door "H&M" het honorarium door "BAVA" aan "[I. Vastgoed]" betaalbaar worden gesteld. 2.6. SNS heeft aan[B. Vastgoed] bovenvermeld pand verkocht en geleverd.[B. Vastgoed] heeft het pand ontwikkeld en verhuurd aan H&M en het vervolgens verkocht en geleverd aan een derde. 2.7. [I. Vastgoed] heeft op 11 april 2013 ten laste van[B. Vastgoed] (conservatoir derden)beslag gelegd. 3Het geschil in conventie en in reconventie 3.1. [I. Vastgoed] vordert in conventie, verkort weergegeven, een verklaring voor recht dat [I. Vastgoed] recht heeft op de in de samenwerkingsovereenkomst geregelde beloning, veroordeling van[B. Vastgoed] tot het overleggen van afschriften van alle bescheiden die nodig zijn om de hoogte van die beloning vast te kunnen stellen en veroordeling van[B. Vastgoed] tot betaling van die beloning, vermeerderd met rente, beslag- en proceskosten. Daartoe stelt [I. Vastgoed], samengevat weergegeven, dat partijen een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten die haar recht geeft op betaling van de overeengekomen beloning waarvan de hoogte aan de hand van de daartoe door[B. Vastgoed] te geven stukken moet worden vastgesteld. 3.2. Back voert in conventie verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen en veroordeling van [I. Vastgoed] in de kosten van de procedure. Daartoe voert[B. Vastgoed] aan, samengevat weergegeven, dat de samenwerkingsovereenkomst zoals partijen die met elkaar hebben gesloten niet van toepassing is op de koopovereenkomst die zij met SNS heeft gesloten, omdat ten tijde van het sluiten van die koopovereenkomst nog niet zeker was dat de gemeente Zutphen alle vergunningen ging verlenen, nodig voor de beoogde ontwikkeling van het pand.[B. Vastgoed] voert voor het geval daarover anders wordt geoordeeld aan dat [I. Vastgoed] geen recht heeft op de in de samenwerkingsovereenkomst geregelde beloning, omdat de voorwaarden die recht op die beloning geven, niet zijn vervuld.[B. Vastgoed] stelt in dat verband dat [I. Vastgoed] geen koopovereenkomst met SNS tot stand heeft gebracht, zij er geen zorg voor heeft gedragen dat een "letter of intent" tussen[B. Vastgoed] en H&M tot stand is gekomen en het pand bovendien aan een derde is verkocht.[B. Vastgoed] stelt tot haar verweer dat zij niet kan worden veroordeeld tot het overleggen van bescheiden, omdat daarvoor het wettelijke vereiste van een rechtmatig belang ontbreekt, de vordering te algemeen is gesteld, niet voldoende is gespecificeerd welke bescheiden [I. Vastgoed] wil inzien en [I. Vastgoed] bovendien geen partij is bij de rechtsbetrekking waarop die bescheiden betrekking hebben.[B. Vastgoed] stelt dat uit een en ander volgt dat [I. Vastgoed] ten onrechte onder haar beslag heeft gelegd, zodat zij dit beslag moet opheffen. Daartoe vordert[B. Vastgoed] in reconventie, verkort weergegeven, veroordeling van [I. Vastgoed] de door haar gelegde beslagen op te heffen en veroordeling van [I. Vastgoed] in de kosten van de procedure in reconventie. 3.3. [I. Vastgoed] heeft in reconventie geen conclusie van antwoord genomen. 4De beoordeling in conventie en in reconventie 4.1. Het gaat in deze zaak, met het oog op een doelmatige bespreking samengevat weergegeven, om het volgende. Partijen hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten die [I. Vastgoed], als bepaalde voorwaarden zijn vervuld, recht geeft op een bepaalde beloning. Tussen partijen is in geschil of [I. Vastgoed] recht heeft op die beloning. Ten aanzien van de in dit verband tussen partijen opgekomen geschilpunten overweegt de rechtbank als volgt. 4.2. Primair stelt[B. Vastgoed] zich op het standpunt dat, zo voert[B. Vastgoed] tot haar verweer aan onder randnummer 21 van haar conclusie van antwoord, nu een transactie waarbij de koopovereenkomst onvoorwaardelijk werd nadat de vergunningen waren verleend niet mogelijk is gebleken, de Overeenkomst tussen partijen geen toepassing vindt.[B. Vastgoed] 4.3. [B. Vastgoed] voert daartoe aan dat de samenwerkingsovereenkomst die zij met [I. Vastgoed] heeft gesloten niet van toepassing is, omdat zij van SNS het aan H&M te verhuren pand kocht op het moment dat nog niet zeker was dat de gemeente Zutphen de vergunningen zou verlenen, nodig om te komen tot herbestemming en ontwikkeling van het aan H&M te verhuren pand. 4.4. Dat verweer faalt. Het verweer is gestoeld op een wijziging van omstandigheden die, als van de stellingen van[B. Vastgoed] wordt uitgegaan, hieruit heeft bestaan dat[B. Vastgoed] meer risico's op zich heeft genomen door het pand van SNS te kopen voordat zeker was dat de gemeente Zutphen de nodige vergunningen zou verlenen. Daargelaten of dit feitelijk het geval is geweest, brengt een wijziging van omstandigheden niet met zich dat de overeenkomst "niet van toepassing" is. Feiten en/of omstandigheden waaruit volgt dat de overeenkomst is gewijzigd, beëindigd, vernietigd of is ontbonden, zijn door[B. Vastgoed] niet gesteld. 4.5. Gelet op het daarop gerichte verweer komt het vervolgens erop aan of [I. Vastgoed] recht heeft op de in de samenwerkingsovereenkomst geregelde beloning en dus of de daarvoor (volgens partijen) in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen voorwaarden zijn vervuld. 4.6. Het processuele debat tussen partijen spitst zich toe op de vraag of voor het recht op beloning [I. Vastgoed] bepaalde prestaties moet leveren, in het bijzonder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.