RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Assen zaak-/rolnummer: 3528217 \ CV EXPL 14-9403 vonnis van de kantonrechter van 17 maart 2015 in de zaak van [eiser], hierna te noemen: [eiser], wonende te [woonplaats], eisende partij, gemachtigde: mr. B. van Dijk, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon PROVINCIE DRENTHE, hierna te noemen: de Provincie, zetelend te Assen, gedaagde partij, gemachtigde: mr. C.C. Oberman. De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 22 oktober 2014, waarbij de zaak naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank is verwezen; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Hierna is vonnis bepaald. Motivering De feiten 2. De kantonrechter ziet in het voortgezet debat tussen partijen aanleiding om de door de handelskamer van de rechtbank in eerder stadium vastgestelde feiten (in beperkte mate) aan te vullen. Aldus zal van de volgende feiten worden uitgegaan. 2.1. De Provincie heeft in oktober 2013 twee vacatures opengesteld voor de functie van concernmanager. Het betreft functies die via een payrollconstructie worden ingevuld. 2.2. [eiser] heeft bij brief van 22 oktober 2013 gesolliciteerd op één van de vacatures. 2.3. Op 7 en 13 november 2013 hebben sollicitatiegesprekken tussen partijen plaatsgevonden. 2.4. Bij e-mail van 14 november 2013 heeft[X], strategisch adviseur en HR-manager van de Provincie, aan [eiser] geschreven, voor zover van belang: "Beste [eiser], Ben je al wat bekomen van 'de schrik'? Wij zijn in ieder geval content met je (voorgenomen) benoeming! Ik wil je, naast het gesprek dat ik gisteren al met je heb ingepland, morgen om 10.00 uur, met [Y] en [Z], graag uitnodigen voor een arbeidsvoorwaardengesprek. En wel op woensdag 20 november van 10 tot 11 uur. Schikt je dat? Verder wil ik je wijzen op het feit dat er pas formeel tot benoeming overgegaan kan worden na je kennismakingsgesprek met onze gedeputeerde [Y], na afronding van het arbeidsvoorwaardengesprek en na overlegging van de VOG NP (Verklaring Omtrent het Gedrag natuurlijke Personen). Over dat laatste krijg je tijdens het arbeidsvoorwaardengesprek informatie aangereikt. Tot slot, en dat is in de sollicitatiegesprekken ook al wel aan de orde gekomen, willen we met jou afspraken maken over het persoonlijke ontwikkelingspad, in relatie tot de voor onze organisatie nieuwe functie van concernmanager. Dat zal waarschijnlijk in de vorm van een ontwikkelassessment zijn, maar dat zal nog nader uitgewerkt gaan worden. Alle CMT-ers hebben zich daaraan gecommitteerd en gaan dat doen." 2.5. Op 15 november 2014 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en een lid van de Gedeputeerde Staten van de Provincie, de heer[Y]. 2.6. Op 18 november 2014 is telefonisch aan [eiser] medegedeeld dat hij nog een assessment zou moeten afleggen. 2.7. Op 20 november 2013 heeft een arbeidsvoorwaardengesprek met [eiser] plaatsgevonden. In dat gesprek is onder meer het salaris, de payrollconstructie en de bekostiging van de MBA-opleiding van [eiser] besproken. 2.8. Op of omstreeks 21 november 2013 heeft [eiser] een aantal formulieren van de Provincie ontvangen onder meer met betrekking tot de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag Natuurlijke Personen. Ook is een indiensttredingsformulier meegestuurd. De begeleidende brief vermeldt, voor zover van belang: "Allereerst feliciteren wij je van harte met je benoeming! Om de administratieve verwerking rondom je benoeming goed te laten verlopen hebben wij de volgende informatie van je nodig. - formulier voor de personeels-/salarisadministratie - loonbelastingverklaring - kopie van een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart (geen rijbewijs) (…)" 2.9. Op 22 november 2013 heeft [eiser] een assessment ondergaan bij een door de Provincie ingeschakeld adviesbureau,[A]. Dit adviesbureau heeft naar aanleiding daarvan een zogeheten "verslag toetsgesprek" opgesteld. In dit verslag wordt, voor zover van belang, vermeld: "Uw toetsvraag Naar aanleiding van gevoerde selectiegesprekken en een kennismakingsgesprek met de Gedeputeerde, [Y], heeft u ons gevraagd een toetsingsgesprek met de heer [eiser] te voeren. Naast een algemene indruk ten aanzien van de match van de heer [eiser] bij het profiel van Concernmanager, bent u met name geïnteresseerd in ons beeld bij zijn politiek-/bestuurlijke sensitiviteit. Algemene indruk en match met profiel De heer [eiser] maakt een zeer rationele, ietwat individualistische indruk. Hij wordt gedreven om (organisatie-)verandering te verwezenlijken en te borgen. Op basis van zijn CV lijkt de heer [eiser] in staat om bestaande structuren te kantelen tot nieuwe, meer effectieve organisatievormen. De heer [eiser] vertrouwt hierbij sterk op zijn eigen visie, kennis en ervaring. Hij lijkt hierbij zeer vasthoudend en vastberaden. De heer [eiser] is sterk observerend van aard. Dit vermogen zet hij in om talenten bij zijn team te ontdekken en in te zetten in hun streven naar een gezamenlijk, maximaal resultaat. Wij achten het zeer waarschijnlijk dat hij beschermend is naar zijn team en werkterrein. Of de heer [eiser] zich ook zal opstellen als een echte teamspeler; constructief en flexibel, om gezamenlijk met de andere concernmanagers het boegbeeld te zijn van de Provincie, is voor ons onvoldoende helder geworden. De heer [eiser] houdt sterk vast aan zijn eigen kennis en ervaringen, is heel stijlvast in zijn communicatie, heeft moeite zichzelf te laten zien en luistert onvoldoende. Hierdoor rijzen vragen op het gebied van verbindend vermogen en beïnvloeden. Dit lijkt zich vooral te openbaren in interactie met mensen op zijn eigen niveau, dan wel een hoger echelon. Politiek-/bestuurlijke sensitiviteit De heer [eiser] heeft geen politiek-/bestuurlijke ervaring of bijzondere affiniteit met het werkterrein. Hij wordt vooral gedreven door de organisatorische verandering die de Provincie voorstaat en de uitdaging die daarin besloten ligt. Bovendien wekt de heer [eiser] de indruk te hechten aan heldere kaders die uitmonden in duidelijke afspraken die door iedereen worden nageleefd. Ook lijkt hij sterk uit te gaan van feiten en logica en minder oog te hebben voor de context van het werkveld en de mogelijke (andere) belangen die ook een rol kunnen spelen. Hij lijkt weinig onderzoekend als het gaat om de belevingswereld van de ander. Hij maakt op ons de indruk dit vooral vermoeiend en onnodig complicerend te vinden. "Wees gewoon duidelijk" was een van zijn opmerkingen. Kortom, de bestuurlijk-/politieke sensitiviteit van de heer [eiser] lijkt laag te zijn ontwikkeld. Voorwaarde om hierin ontwikkeling te maken is een onvoorwaardelijk commitment van de heer [eiser] om hiermee aan de slag te gaan." 2.10. Op 25 november 2013 heeft de Provincie aan [eiser] medegedeeld dat zijn sollicitatie wordt afgewezen. 2.11. [eiser] heeft [X] - in reactie op de afwijzing van zijn sollicitatie - bij e-mail van 26 november 2013 onder meer bericht: "Een afwijzing hoort bij solliciteren, maar de wijze waarop dat bij de Provincie Drenthe gaat, valt voor mij niet te verkroppen. Ik heb hier nota bene een compleet aanstellingspakket liggen ("Allereerst feliciteren wij je van harte met je benoeming!"). Maandag de 18e november belde jij mij 's middags. We hebben het over het gesprek met de gedeputeerde gehad. Ik gaf aan dat ik wat narrig over het gesprek was. Jij gaf aan dat ook de gedeputeerde nog wat vragen bij mijn politieke ervaring had. In dat licht zou er een gesprek plaatsvinden met[A]. Ik heb jou duidelijk gevraagd of dit een toetsingsgesprek was in het kader van de procedure of dat het een ontwikkelgesprek was op grond van een aanstelling. Dit laatste was volgens jou het geval behoudens het arbeidsvoorwaardengesprek. (…) Maandag de 25e bel je mij dat de aanstelling niet doorgaat. Op mijn opmerking dat ik dit een absurde gang van zaken vind, gaf jij aan dat het niet de schoonheidsprijs verdient, maar dat deze procedure in de lijn van een eerdere mail opgenomen zat. Ik neem aan dat je op jouw mail van 14 november doelt. Daarin stel jij "Verder wil ik je wijzen op het feit dat er pas formeel tot benoeming overgegaan kan worden na je kennismakingsgesprek met onze gedeputeerde [Y], na afronding van het arbeidsvoorwaardengesprek en na overlegging van de VOG NP (…)." Bij mijn weten heeft dit alles plaatsgevonden, behoudens de VOG. Deze zat in het aanstellingspakket opgenomen en ik stond op het punt het aanvraagformulier VOG in te dienen bij de gemeente. (…)". 2.12. De advocaat van [eiser] heeft de Provincie bij brief van 10 december 2013 medegedeeld dat er feitelijk overeenstemming was over een dienstverband en dat op basis daarvan de Provincie niet zomaar kan beslissen de benoeming van [eiser] niet door te laten gaan, althans dat de onderhandelingen tussen partijen in een zodanig vergevorderd stadium waren dat de Provincie niet zonder consequenties de onderhandelingen eenzijdig kon afbreken. De Provincie is verzocht om aan te geven om uitvoering te geven aan de aanstelling van [eiser] als concernmanager, dan wel in overleg te treden over een passende schadevergoeding. Op een en ander is door de Provincie afwijzend gereageerd. De standpunten van partijen 3. Voor de standpunten van partijen verwijst de kantonrechter naar de (uitgebreide) weergave daarvan in het vonnis van de handelskamer van deze rechtbank. De beoordeling van het geschil 4. De kernvragen in deze procedure zijn óf er overeenstemming tussen partijen is bereikt over een arbeidsovereenkomst en, indien geoordeeld wordt dat zulks niet zo is, of [eiser] niettemin gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat er een arbeidsovereenkomst tot stand gekomen was of nog zou komen. 5. De kantonrechter stelt hierbij het volgende voorop. Een arbeidsovereenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan, als bedoeld in artikel 6:217 BW. Ook de bepalingen over de wilsverklaring - artikel 3:33 BW - en de vertrouwensleer - artikel 3:35 BW - zijn op de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst van toepassing. Daarbij speelt mede een rol hetgeen partijen, gelet op elkaars verklaringen en gedragingen, over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (zie de conclusie van de A-G bij de Hoge Raad van 31 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ5355, vgl. ook gerechtshof Amsterdam, 29 november 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7208). 6. Partijen zijn een sollicitatieprocedure met elkaar ingegaan. Een dergelijk traject is (vanuit werkgeverszijde bezien) naar zijn aard bedoeld om te bezien of de kandida(a)t(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.