← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2015:1867

beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Locatie Groningen MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer / rolnummer: C18/154378/PR RK 15-110 Beslissing van 27 februari 2015 op het verzoek van [naam], wonende te [woonplaats], [adres], verder te noemen klager, tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). 1Procesverloop Bij brief van 14 februari 2015 heeft klager een verzoek ingediend tot wraking van de wrakingskamer in de procedure met registratienummer C18/154005/PR RK 15-66, alsmede een verzoek heeft ingediend om de strafzaak en de wrakingszaak over te dragen aan een andere rechtbank. 2De beoordeling Artikel 512 Sv luidt: Op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De zaak, waarin het verzoek tot wraking is gedaan, is inmiddels geëindigd met een uitspraak op 13 februari

  1. Dat betekent dat er niet langer sprake is van “ een rechter die de zaak behandelt” in de zin van bovengenoemde bepaling. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan zal klager in zijn verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan. Met het voorgaande is gegeven dat de wrakingszaak niet meer kan worden verwezen naar een andere rechtbank. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat klager tot op heden vele verzoeken tot wraking bij de rechtbank Noord-Nederland heeft ingediend, gericht tegen verschillende rechters en veelal gebaseerd op dezelfde, in algemene termen geformuleerde, gronden. Deze verzoeken zijn alle gemotiveerd afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat klager kennelijk misbruik maakt van het middel om tot wraking over te gaan. Gelet hierop zal de rechtbank voorts op de voet van artikel 515 lid 4 Sv bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van klager in de procedures met de parketnummers 18/192987-13, 18/820564-13 en 18/830311-14 niet in behandeling zal worden genomen. In zijn verzoek tot verwijzing van de strafzaak naar een andere rechtbank dient klager niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat de wrakingsrechter niet de bevoegdheid toekomt om een beslissing als de verzochte te nemen.
  2. Beslissing De rechtbank: 3.
  3. verklaart klager niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking; 3.
  4. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. P.J. Duinkerken, mr. P. Molema, mr. B.R. Tromp en de belanghebbenden. 3.
  5. bepaalt op de voet van artikel 515 lid 4 Sv dat een volgend verzoek tot wraking van klager niet in behandeling zal worden genomen. 3.
  6. verklaart klager niet ontvankelijk in zijn verzoek om de strafzaak te verwijzen naar een andere rechtbank Deze beslissing is gegeven door mr. F.J. Agema , voorzitter en mrs. W.J.AM. Dijkers en C.H. de Groot, leden, en is in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.