RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 13/1964 uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 28 april 2015 in de zaak tussen [eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor ’s-Hertogenbosch, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Procesverloop Verweerder heeft bij beschikking van 19 juli 2012 eiseres met ingang van 1 januari 2008 niet meer aangemerkt als een het algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI). Bij uitspraak op bezwaar van 28 maart 2013 heeft verweerder de beschikking gehandhaafd. Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 december 2014. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde, bijgestaan door [naam] , [D] en [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam] en [naam] . Overwegingen Feiten 1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. 1.1. Eiseres is op 23 december 2005 opgericht. Artikel 3, eerste lid, van de statuten luidt: “Het doel van de stichting is om in overeenstemming met het gedachtengoed van [A] , maatschappelijke verbeteringen tot stand te brengen door activiteiten te ondernemen, gericht op: het bevorderen van kennis over en de in achtneming van normen en waarden; het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en het geven van onderwijs; het informeren over het bestaan van mensenrechten en het versterken van de mensenrechten; het bevorderen van het geestelijke en lichamelijke welzijn; het bevorderen van de oplossing van het drugsprobleem en de preventie van drugsverslaving; het bevorderen van de oplossing van het criminaliteitsprobleem; het verstrekken van hulp aan bijzondere doelgroepen (zoals ouderen en achtergestelden) en hulp bij calamiteiten in binnen- en buitenland met name in de Nederlandse taalgebieden (hierna te noemen “programmagebieden”). De stichting beoogt niet het maken van winst. 1.2. Artikel 3, tweede lid, van de statuten luidt: De stichting zal daartoe de volgende activiteiten ondernemen: eigen projecten en programma’s in de programmagebieden; het ondersteunen van en/of samenwerken met instellingen met gelijke doelstellingen werkzaam in de programmagebieden; het verlenen van materiële casu quo immateriële diensten aan programma- en projectuitvoerders; het opleiden en uitzenden van deskundigen en vrijwilligers; het verspreiden van publicaties en het geven van voorlichting; het werven van fondsen in overeenstemming met het Reglement CBF-keur; normaal (laag risicodragend) vermogensbeheer van effecten en liquiditeiten en et verkrijgen, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van registergoederen; en verder al datgene dat met het vorenstaande direct of indirect verband houdt, alles in de ruimste zin van het woord. 1.3. Op 26 september 2007 heeft eiseres een formulier ‘Aanvraag Algemeen nut beogende instelling’ ingestuurd naar verweerder. Daarin is bij vraag 1 ‘Omschrijf het doel van de instelling’ het volgende vermeld: “Maatschappelijke verbeteringen op het gebied van normen & waarden, mensenrechten, onderwijs, geestelijk en lichamelijk welzijn, drugspreventie & afkick.” 1.4. Naar aanleiding van de hiervoor vermelde aanvraag heeft verweerder eiseres per 1 januari 2008 aangemerkt als ANBI. 1.5. Eiseres heeft schriftelijk verklaard ook aan de met ingang van 1 januari 2010 geldende nieuwe voorwaarden voor ANBI’s te voldoen, waaronder het vereiste dat de instelling zich voor minstens 90 percent inzet voor het algemeen belang. Deze verklaring dateert van 15 december 2009. 1.6. Op 13 maart 2012 is verweerder een onderzoek gestart naar de ANBI-status naar aanleiding van berichten in de media. Naar aanleiding van de uitkomst van het boekenonderzoek heeft verweerder bij beschikking van 19 juli 2012 de ANBI-status met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 ingetrokken. 1.7. In het beleidsplan 2008-2013 is het volgende – voor zover hier van belang – opgenomen: “Activiteiten De komende jaren zal de stichting zich met name richten op het ondersteunen van en/of samenwerken met instellingen met gelijke doelstellingen en het verlenen van materiële of immateriële diensten aan projectuitvoerders. Voor de genoemde periode zal voornamelijk aandacht worden geschonken aan drugspreventie en rehabilitatie. Verder zal de stichting materiele of immateriële hulp verrichten bij de oprichting, opstart en continuering van stichtingen die in overeenstemming met het gedachtegoed van [A] verbeteringen in de samenleving tot stand brengen. Voor het project om fondsen te werven voor de aanschaf van een gebouw is een lange adem nodig; het vereist inschakeling van professionals op het gebied van onroerend goed om een gebouw te vinden dat aan de vereisten voldoet. Het gebouw zal o.a. voor multifunctioneel gebruik geschikt moeten zijn. Er zullen kantoren en voldoende werkruimtes moeten zijn om zowel alle stichtingen een onderkomen te kunnen geven als de [Y] te kunnen huisvesten, zodat er een continue stroom van actieve vrijwilligers kan ontstaan die de maatschappelijke verbeteringen tot stand zullen brengen. Daarnaast zal er in het gebouw ook ruimte moeten zijn voor een ontmoetingsplaats voor buurtactiviteiten en activiteiten ter bevordering van de interreligieuze dialoog. Het idee is dat de stichting [eiseres] hierdoor op een locatie kan beschikken over zowel de faciliteiten als de benodigde mankracht om haar doelstellingen sneller en op grotere schaal te bereiken. Tenslotte zal er ruimte zijn om kleinere projecten te ondersteunen, waaronder een jaarlijkse anti-drugs-marathon, uitzending van voorlichtingsspotjes over normen en waarden, mensenrechten en drugsvoorlichting.” 1.8. Tot de stukken behoren notulen van bestuursvergaderingen van eiseres. In de notulen van de bestuursvergadering van 25 april 2006 is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen: “(…) 5. Besproken is dat het werven van fondsen en het sparen voor de aanschaf van het eerste gebouw voorlopig de hoogste prioriteit heeft. Aan de gevers zal duidelijk worden gecommuniceerd dat een deel van hun gift al gebruikt kan worden voor het financieren van kleinere projecten die tot een direct zichtbare en verbeterende actie in de maatschappij leiden. Giften die door gevers uitdrukkelijk voor de financiering van een bepaald project gegeven worden dienen ook daarvoor aangewend te worden. (…)” 1.9. In de notulen van de bestuursvergadering van 27 december 2006 is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen: “(…) Ad. 5. a. [B] stelt de noodzaak voor het allereerst sparen en verkrijgen van een gebouw aan de orde zodat er een stabiele basis komt van waaruit alle maatschappij verbeterende projecten kunnen opereren. Het eerdere besluit dat 90% van het inkomen (na aftrek van eventuele verwervingskosten) daarvoor bestemd wordt, werd bekrachtigd. De effectiviteit van al gedane uitgaven aan de diverse projecten zal worden opgevolgd. (…)” 1.10. Tot de stukken behoort een aantal e-mails tussen [C] (initiatiefnemer tot de oprichting van eiseres en toenmalig secretaris van eiseres) en [D] (initiatiefnemer tot de oprichting van eiseres en toenmalig penningmeester van eiseres) en [E] (extern accountant). In een mail van 9 oktober 2009 van [D] aan [C] is het volgende – voor zover van belang – vermeld (waarbij met “ [Y] ” wordt bedoeld “ [Y] ”): “(…) Bij mijn weten hebben wij als bestuur vorig jaar of in 2007 in een bestuursvergadering besloten dat zo rond 10% van het inkomen (naast de noodzakelijke kosten voor verwerving en admin) aan andere maatschappelijke doelen besteed kan worden ( [m] , [n] , [o] , [p] ) dan aan het [q] gebouw. Dat het overgrote deel bestemd is voor aanschaf van activa is dus een bestuursbesluit geweest. (…) Verder lijkt het mij raadzaam dat [eiseres] eigenaar van het gebouw blijft en dit ter gebruik stelt aan [Y] en de andere stichtingen. Dit geeft een extra buffer voor als de kerk ooit nog mocht worden aangevallen door een overheidsinstantie of door een civiele partij die op geld uit is. Het geeft de veiligheid zoals van een ‘Beheer BV’ boven haar risicovolle werkmaatschappijen. Wanneer de kust echt veilig is in de toekomst dan kan de [eiseres] desgewenst alsnog worden opgeheven en kan de activa worden overgedragen aan [Y] , dat dan zelf een zeer gerenommeerde ANBI zal zijn. (…) “ 1.11. In een mail van 12 oktober van [C] aan [E] is – voor zover hier van belang – het volgende vermeld: “(…) Momenteel is de fondswerving in hoofdzaak gericht op het verwerven van een gebouw van waaruit al onze maatschappelijke en kerkelijke activiteiten zullen worden gecoördineerd. De fondsen worden dan ook in hoofdzaak geworven en gedoneerd om dit doel te bereiken. Er is door het bestuur bepaald dat minimaal 90% van de op deze manier geworven fondsen moeten worden aangewend voor het verwerven van dit gebouw. 10% kan dus op het moment voor de overige doelstellingen worden ingezet. Als er echter apart van de gebouwdoelstelling een fondswerving actie wordt gestart voor bijvoorbeeld drugsvoorlichting of onderwijs dan zullen deze donaties volledig worden toegewezen aan deze reserves en voor dit doel. (…) Om een en ander een beetje in perspectief te plaatsen het volgende; het gebouw waar we nog naar op zoek zijn is minimaal 5000 m2 groot en zal ons naar verwachting ergens tussen de 7 en 10 miljoen euro kosten.” 1.12. Tot de stukken behoort het rapport inzake de jaarrekening 2007, waarin – voor zover hier van belang – het volgende is opgenomen: “Bestemmingsfonds Dit fonds is bedoeld voor de afzondering van de overige reserves voor de aanschaf van een gebouw waaruit de doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt. Door het bestuur is bepaald dat minimaal 90% van de geworven fondsen moet worden aangewend voor de aanschaf van het gebouw. Gemakshalve is gekozen voor een percentage van 90% van het resultaat. De verwachting is dat het gebouw tussen de 7 en 10 miljoen euro zal kosten (5.000 m2). Na aanschaf van het gebouw zal de afschrijving hierop als onttrekking op het bestemmingsfonds worden verwerkt. Stand per 1 januari 0 Bij: dotatie vanuit overige reserves 244.202 Stand per 31 december 244.202” 1.13. In het verweerschrift heeft verweerder het volgende cijfermatig overzicht opgenomen: Baten 2006 2007 2008 2009 2010 Eigen fondswerving 200.464 324.541 197.584 643.567 370.858 Overige baten 2.288 9.737 14.730 36.099 32.217 Som der baten 202.752 334.278 212.314 679.666 403.075 Lasten Geestelijk welzijn 45.887* 0 31.750* 0 10.000* Oplossing drugsprobleem 2.500 0 0 0 2.975 Mensenrechten 0 2.500 3.000 0 0 Hulp bijzondere doelgroepen 83.580* 2.500 Lasten eigen fondswerving 2.774 56.914 16.851 69.083 52.634 Beheer- en administratiekosten 2.763 3.529 20.146 19.736 19.187 Som der lasten 53.924 62.943 71.747 172.399 87.296 Resultaat 148.828 271.335 140.567 507.267 315.779 Continuïteitsreserve 15.000 0 0 0 0 Toevoeging bestemmingsfonds 0 244.202 126.510 456.540 284.201 Overige reserves 133.828 27.133 27.133 50.727 31.578 Stand bestemmingsreserve 31-12 244.202 370.712 827.252 1.111.453 Vermogen balans 31-12 148.828 420.163 560.730 1.067.997 1.383.776 *De uitgave in 2006 van € 45.887 is een bijdrage aan de herinrichting van de filmzaal van de [Y] en een gift van € 30.000 aan de [Y] . De uitgave in 2008 van € 31.750 is een bijdrage aan de herinrichting van de filmzaal van de [Y] . Onder de uitgaven in 2009 van € 83.580 is begrepen een schenking aan de [Y] van € 30.000 en een bijdrage aan de herinrichting van de filmzaal van de [Y] van € 1.750. De uitgaven geestelijk welzijn in 2010 van € 10.000 is een gift aan de [Y] 1.14. In het verweerschrift heeft verweerder het volgende overzicht opgenomen met de verhoudingen tussen de uitgaven en de reserveringen van eiseres tussen 2006 en 2010: 2006 % 2007 % 2008 % 2009 % 2010 % Baten 202.752 100 334.278 100 212.314 100 679.666 100 403.075 100 Best. ‘doel’ 48.387 23 2.500 0,8 34.750 16 83.580 12 15.475 4 Kosten org. 5.537 3 60.443 18 36.997 17 88.819 13 71.821 18 Reserv. gebouw 0 244.202 73 126.510 59 456.540 67 284.201 70 Geschil en beoordeling 2. In geschil is het antwoord op de vraag of verweerder eiseres terecht met ingang van 1 januari 2008 niet meer heeft aangemerkt als een ANBI. 3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat haar statutaire doelstelling ziet op het tot stand brengen van maatschappelijke verbeteringen. Dat doel tracht eiseres te realiseren door zelf activiteiten te verrichten en door fondsen te werven voor andere stichtingen die datzelfde doel nastreven. Zowel haar statutaire doelstelling als haar feitelijke activiteiten zijn gericht op het dienen van een algemeen belang. 4. Verweerder stelt dat de doelstelling van eiseres weliswaar gericht is op het beogen van het algemeen nut, maar dat de feitelijke werkzaamheden van eiseres, namelijk fondsen verwerven voor de aanschaf van een [q] gebouw, niet in overeenstemming zijn met het in de statuten omschreven doel. 5. De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 6.33, eerst lid, aanhef en onder b, van de Wet Inkomstenbelasting 2001 (Wet IB), zoals dit artikel vóór het jaar 2010 luidde (de oude wettekst) – voor zover hier van belang – wordt verstaan onder instellingen: “door de inspecteur als zodanig aangemerkte kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen.” 6. Met ingang van 1 januari 2010 is artikel 6.33, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet IB (nieuwe wettekst) gewijzigd. Met ingang van die datum wordt – voor zover hier van belang – verstaan onder instellingen: “door de inspecteur als zodanig aangemerkte uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beogende instellingen.” 7. Onder ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend’ dient te worden verstaan 90% of meer. 8. Volgens vaste jurisprudentie (zie Hoge Raad 13 januari 2012, nr. 10/03464, ECLI:NL:HR:2012:BQ0525 en Hoge Raad 22 juni 2012, nr. 11/03215, ECLI:NL:HR:2012:BW9055) is aan het vereiste van het algemeen nut beogen voldaan, indien de werkzaamheden van de instelling rechtstreeks erop zijn gericht enig algemeen belang te dienen. 9. Het vorenstaande betekent dat moet worden getoetst:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.