← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2015:3546

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/740013-14 verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 12 mei 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 april 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.A. Schütz, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga. Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 1 juli 2014 te [pleegplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelhe(i)d(

  1. en)van een materiaal bevattende cocaïne en/of XTC/MDMA, zijnde cocaïne en/of XTC/MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: Vermeeren op één of meer tijdstippen in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 1 juli 2014 te [pleegplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelhe(i)d(
  2. en)van een materiaal bevattende cocaïne en/of XTC/MDMA, zijnde cocaïne en/of XTC/MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet -zijnde verdachte en/of diens medeverdachte toen aldaar opzettelijk behulpzaam geweest bij, althans hebbende verdachte en/of diens medeverdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen verschaft tot het plegen van voren omschreven misdrijf, door contacten te leggen tussen Vermeeren voornoemd en zijn afnemers en/of door cocaïne en/of XTC/MDMA in ontvangst te nemen en/of door te verkopen aan afnemers. In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad. Vordering officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd: - veroordeling voor het primair ten laste gelegde aanwezig hebben; - oplegging van een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Bewezenverklaring De rechtbank acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat: hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 1 juli 2014 te Leeuwarden, meermalen telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende XTC/MDMA, zijnde XTC/MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage door de Raad voor de Kinderbescherming, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft gedurende bijna een jaar XTC/MDMA gekocht. Verdachte legde het contact met de dealer en ging samen met anderen naar de dealer en kocht en betaalde vervolgens alleen zijn eigen middelen. Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. Uit het rapport van Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat de Raad geen meerwaarde ziet in het opleggen van een werkstraf nu verdachte goed meewerkt aan de begeleiding door de jeugdreclassering en een MDFT en TACT training. Er wordt binnen de ingezette hulpverlening voldoende gewerkt aan het verlagen van de kans op recidive. Verdachte laat, aldus de Raad, een positieve lijn zien in zijn gedrag. De Raad heeft de rechtbank geadviseerd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke straf om de drempel voor verdachte om zich opnieuw tot een dealer te wenden, te verhogen. Ook biedt deze voorwaardelijke straf verdachte de mogelijkheid om zich te concentreren op zijn schoolgang en de ingezette hulp. De rechtbank zal verdachte, gelet op de ernst van het feit, de jonge leeftijd van verdachte en het advies van de Raad voor Kinderbescherming, een voorwaardelijke werkstraf van na te noemen duur opleggen. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot: Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 60 uren onbetaalde arbeid. De arbeid moet binnen zes maanden zijn verricht. Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 30 dagen zal worden toegepast. Bepaalt, dat deze werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. M. Jansen, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 mei 2014. w.g. Wiersma VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT Brinksma de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, Jansen locatie Leeuwarden, Postma-Westerhof

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.