← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2015:525

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/003341-14 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 9 februari 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte], geboren op [geboorteplaats], wonende te [woonplaats]. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 november 2014 en 26 januari

  1. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.L. van Onna, advocaat te Franeker. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
  2. hij op of omstreeks 26 mei 2013, in de gemeente [pleegplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet als bestuurder van een personenauto, met hoge snelheid, op die [slachtoffer 1] is ingereden of afgereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 26 mei 2013, in de gemeente [pleegplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, (te weten [slachtoffer 1]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto, met hoge snelheid, op die[slachtoffer 1] is ingereden of afgereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 26 mei 2013, in de gemeente [pleegplaats], [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een personenauto, met hoge snelheid, op die [slachtoffer 1] is ingereden of afgereden;
  3. hij op of omstreeks 26 mei 2013, in de gemeente [pleegplaats], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]), stevig heeft vastgepakt en/of (vervolgens) met kracht tegen een dranghek heeft gegooid, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad. Vordering officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd: - veroordeling voor het onder
  4. primair ten laste gelegde; - vrijspraak voor het onder
  5. ten laste gelegde; - oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis; - oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Beoordeling van het bewijs De officier van justitie acht het onder
  6. primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder
  7. ten laste gelegde feit een algehele vrijspraak bepleit. Zij heeft hiertoe -onder meer- aangevoerd dat uit het gedrag van verdachte niet onomstotelijk kan worden afgeleid dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij door zijn rijgedrag [slachtoffer 1] of een ander kon raken. Het (voorwaardelijk) opzet ontbreekt. Ook zijn geen feiten of omstandigheden vastgesteld waaruit blijkt dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij met het wegrijden [slachtoffer 1] heeft gedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, danwel zware mishandeling. De raadsvrouw stelt voorts dat mocht echter worden vastgesteld dat verdachte die aanmerkelijke kans wel zou hebben aanvaard, hij dan ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit ook het risico zou hebben aanvaard dat hij zichzelf en [getuige 1] zou hebben kunnen verwonden of doden. Niet is aannemelijk dat verdachte die kans op de koop toe heeft genomen. De rechtbank overweegt het volgende. Uit het procesdossier en de verklaringen van de getuigen ter zitting kan worden afgeleid dat verdachte met een te hoge snelheid voor de situatie ter plaatse van het parkeerterrein is weggereden. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet gebleken dat verdachte daarbij op [slachtoffer 1] is afgereden danwel op hem is ingereden. De [getuige 2] en [getuige 3] hebben beiden verklaard dat [slachtoffer 1] een stap naar voren deed toen verdachte kwam aanrijden. [getuige 2] heeft daarbij verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft tegengehouden en naar achteren heeft getrokken. Voorts hebben de [getuige 2] en [getuige 4] verklaard dat verdachte de auto niet in de richting van [slachtoffer 1] heeft gestuurd. Met de raadsvrouw is de rechtbank derhalve van oordeel dat verdachte van zowel het onder
  8. primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het onder
  9. ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs. De rechtbank overweegt hierbij dat het politieonderzoek erg summier is geweest; beveiligers en/of EHBO'ers zijn niet gehoord. Op grond van slechts de aangifte en de verklaringen van [getuige 5], [getuige 1] en verdachte kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte [slachtoffer 2] opzettelijk heeft mishandeld. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder
  10. primair,
  11. subsidiair,
  12. meer subsidiair en
  13. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. I.M. Dölle en mr. M. Brinksma, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari
  14. w.g. Dölle VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT Dölle de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, Brinksma locatie Leeuwarden, Postma-Westerhof RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/003341-14 proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 26 januari 2015 Tegenwoordig: mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. I.M. Dölle en mr. M. Brinksma, rechters, en D.P. Postma-Westerhof, griffier. Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. R.G. de Graaf. De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen. De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboorteplaats], wonende te [woonplaats]. Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. A.L. van Onna, advocaat te Franeker. Ter terechtzitting zijn tevens verschenen de [getuige 2], [getuige 4] en [getuige 3]. ……….. De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 9 februari 2015 te 13:00 uur. Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.