RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/750188-13 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 december 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ). Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 november 2015 en 26 november 2015. Verdachte is niet verschenen; mr. E. Steller, advocaat te Amsterdam , is evenmin verschenen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting van 4 november 2015 vertegenwoordigd door mr. P.F. Hoekstra en ter terechtzitting van 26 november 2015 door mr. R.G. de Graaf. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2013 tot en met 20 juni 2013 te [pleegplaats 1] en/of te [pleegplaats 2] althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd en/of andere lichaamsde(e)l(
- en)geschopt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] gebonden aan handen en/of voeten en/of een prop in de mond gestopt en/of die [slachtoffer] in de brand gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2013 tot en met 20 juni 2013 te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd en/of andere lichaamsde(e)l(
- en)geschopt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] gebonden aan handen en/of voeten en/of een prop in de mond gestopt en/of die [slachtoffer] in de brand gestoken, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden. Ontvankelijkheid van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren nu is gebleken dat verdachte op 1 juli 2014 is overleden. Blijkens een door de officier van justitie overgelegd gewaarmerkt afschrift van een akte van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente Zwolle is de verdachte op 1 juli 2014 aldaar overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen. Dat brengt mee dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT: Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door mr. A. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2015. mr. Sikkema is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. w.g. Brinksma VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT Wit de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, Dijkstra locatie Leeuwarden,